De voorzitter opent de zitting op 15/09/2025 om 19:58.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Gehoord mevrouw de voorzitter die bij hoogdringendheid het volgend punt wil toevoegen aan de agenda van de raad van maatschappelijk welzijn in besloten zitting:
- Goedkeuring dading nieuwbouw WZC
Artikel 74 en artikel 23 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
De raad wordt verzocht dit agendapunt in hoogdringendheid te behandelen. Alle betrokken partijen zijn inmiddels tot een akkoord gekomen, waardoor het cruciaal is om dit dossier zo snel mogelijk formeel af te ronden. De volgende conclusietermijn in de lopende rechtszaak is vastgesteld op 25 september 2025. Indien de raad tijdig beslist, kan het akkoord formeel bekrachtigd worden en verliest de rechtszaak haar voorwerp. Dit voorkomt verdere juridische stappen, bijkomende kosten en onnodige procedurele belasting voor alle partijen. Een uitstel zou daarentegen kunnen leiden tot het nutteloos voortzetten van de gerechtelijke procedure en bijkomende complicaties, ondanks dat er reeds een akkoord bereikt is. Om deze redenen is het van groot belang dat de raad dit punt met hoogdringendheid behandelt. Gezien de gevoeligheid van inhoud en de formele rechtsprocedure wordt gevraagd om dit punt in besloten zitting te behandelen.
Artikel 1: Om volgend punt toe te voegen op de agenda van de besloten vergadering van de huidige Raad:
- Goedkeuring dading nieuwbouw WZC
Artikel 2: Onderhavig punt zal als 14de punt op de agenda behandeld worden.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Enig artikel: De raad keurt de notulen en het zittingsverslag van de openbare vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 23 juni 2025 goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Decretale context - personeelskader - organigram.
Art 161 van het decreet lokaal bestuur bepaalt "De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen het gezamenlijk organogram van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast.
Het organogram geeft de organisatiestructuur van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn weer, duidt de gezagsverhoudingen en de functies aan waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden."
Het delegatiebesluit voor Sint-Genesius-Rode bepaalt dat de vaststelling van het organogram wordt gedelegeerd aan het college en vast bureau. Gezien het belang van dit organogram voor de werking van het lokaal bestuur wordt dit hierbij toch voorgelegd aan de gemeenteraad.
Naast het organogram bestond er voorheen een personeelskader. Het personeelskader is het kader dat de opsomming van het aantal en de soorten betrekkingen voor het lokaal bestuur bevat, en de ‘personele middelen’ vaststelt voor de uitvoering van het beleid dat is uitgetekend.
Voor gemeente en OCMW (= lokaal bestuur) is een gezamenlijke kader goedgekeurd en dit bij de goedkeuring van het nieuwe organogram, waarbij werd aangeduid welke functies behoren tot ofwel de gemeente ofwel het OCMW. Het kader is sedert 1 januari 2019 niet langer een verplicht document.
De raad - of na delegatie het college van burgemeester of schepenen of het vast bureau - kan het personeelskader opheffen en vervangen door een ander document, met name een personeelsplan. Daarbij dient bepaald te worden wat de juridische waarde is van dit plan, alsook eventuele delegatie naar een ander orgaan voor aanpassingen.
In het verleden werd steeds voor een personeelskader gekozen, welk een verplicht op te maken document was. Dit was en is momenteel het bindend kader voor aanwervingen. Daarnaast is er een financiële vertaling in de meerjarenplanning opgenomen. Het kader en de financiële haalbaarheid is echter geen één op één. Bijgevolg zijn er functies vermeld in het kader, waar geen budgetten voor voorzien zijn. Het idee hierachter was dat de functies al voorzien werden voor mogelijke latere invulling. Dit heeft echter volgende nadelen: (1) verkeerde verwachtingen omtrent open verklaringen van deze functies en (2) noden van lokaal bestuur wijzigen en de formatie is hierop niet altijd afgestemd qua voorziene functies.
Sinds de inwerkingtreding van het decreet over het lokaal bestuur is het kader niet langer een verplicht op te stellen document. Het kader kan vervangen worden door een personeelsplan. Dit heeft als voordeel om de functies en financiële haalbaarheid op elkaar af te stemmen. Dit personeelsplan maakt deel uit van het meerjarenplan en eventuele wijzigingen worden steeds onmiddellijk budgettair ingerekend.
Gezien het toenemend aantal taken dat wordt toegewezen aan het lokaal bestuur en de noodzaak om snel te kunnen inspelen op nieuwe noden, situaties of evoluties is het aangewezen dat het personeelsplan soepel kan worden aangepast.
Heel vaak betreft het zeer operationele beslissingen die losstaan van de meer strategische rol van de gemeenteraad.
Een delegatie aan het schepencollege en vast bureau is aangewezen. Bij structurele aanpassingen aan het personeelsplan (zoals de keuze voor uitbreiding of inkrimping van een team of ploeg) met de daaraan gekoppelde (geplande) personeelsinzet blijft de Wet Vakbondsstatuut van 19 december 1974 blijft van toepassing en dient dit te worden geagendeerd op het HOC, en zal het gewijzigde organigram ook worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het is de bedoeling om de vaststelling van het organigram bij een volgende wijziging van het delegatiebesluit terug te brengen tot de uitsluitende bevoegdheid van de raad.
Actuele wijzigingen aan het organigram.
Het voorstel van organigram dat wordt voorgelegd aan de raad houdt slechts beperkte wijzigingen in ten opzichte van het goedgekeurde organigram bij de integratie van OCMW en gemeente.
Decreet lokaal bestuur
Wet Vakbondsstatuut van 19 december 1974
Enig artikel:
- De raad voor maatschappelijk welzijn stemt in met de opheffing van het personeelskader en de vervanging hiervan door een personeelsplan dat deel uitmaakt van het meerjarenplan. De opmaak van het personeelsplan wordt gedelegeerd aan het vast bureau.
- De raad voor maatschappelijk welzijn stemt in met het aangepaste organigram.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
De rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW-personeel is niet van toepassing op het OCMW-cliënteel tewerkgesteld in het kader van art. 60 §7 van de OCMW-wet.
Dit punt werd reeds geagendeerd op RMW/2025/046 in juni. Op dat moment hadden we echter nog geen protocol van (niet-)akkoord van de vakbonden ontvangen. De syndicale
onderhandelingsprocedure werd op 16 juli 2025 afgerond.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Het Besluit Rechtspositieregeling van 20 januari 2023, en latere wijzigingen.
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekking tussen de overheid en vakbonden en haar personeel, en latere wijzigingen.
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen.
Op voorstel van het Vast Bureau van 17/06/2025.
De syndicale onderhandelingen werden in juli afgerond zonder dat er een protocol werd ondertekend.
Personeelsbudget.
Aangezien er voor het OCMW-cliënteel tewerkgesteld in het kader van art. 60 §7 van de OCMW-wet een aantal specifieke en afwijkende regels gelden en het aangewezen is om ook voor deze personeelscategorie een aantal specifieke regels met betrekking tot instroom, uitstroom en verloning vast te leggen, wordt er een aparte rechtspositieregeling opgesteld.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de rechtspositieregeling voor het OCMW-cliënteel tewerkgesteld in het kader van art. 60 §7 van de OCMW-wet, zoals in de bijgevoegde teksten, goed.
Artikel 2: De rechtspositieregeling treedt in werking op 01 oktober 2025.
Artikel 3: Dit besluit wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
De rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW-personeel is niet van toepassing op flexi-jobbers.
Dit punt werd reeds geagendeerd op RMW/2025/045 in juni. Op dat moment hadden we echter nog geen protocol van (niet-)akkoord van de vakbonden ontvangen. De syndicale
onderhandelingsprocedure werd op 16 juli 2025 afgerond.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Het Besluit Rechtspositieregeling van 20 januari 2023, en latere wijzigingen.
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekking tussen de overheid en vakbonden en haar personeel, en latere wijzigingen.
Wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, zoals aangepast door de Programmawet van 26 december 2023.
Op voorstel van het Vast Bureau van 17/06/2025.
De syndicale onderhandelingen werden in juli afgerond zonder dat er een protocol werd ondertekend.
Personeelsbudget.
Aangezien er voor flexi-jobbers een aantal specifieke en afwijkende regels gelden en het aangewezen is om ook voor deze personeelscategorie een aantal specifieke regels met betrekking tot instroom, uitstroom en verloning vast te leggen, wordt er een aparte rechtspositieregeling voor flexi-jobbers opgesteld.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de rechtspositieregeling voor flexi-jobbers, zoals in de bijgevoegde teksten, goed.
Artikel 2: De rechtspositieregeling treedt in werking op 01 oktober 2025.
Artikel 3: Dit besluit wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
De rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW-personeel is niet van toepassing op jobstudenten.
Dit punt werd reeds geagendeerd op RMW/2025/044 in juni. Op dat moment hadden we echter nog geen protocol van (niet-)akkoord van de vakbonden ontvangen. De syndicale
onderhandelingsprocedure werd op 16 juli 2025 afgerond.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Het Besluit Rechtspositieregeling van 20 januari 2023, en latere wijzigingen.
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekking tussen de overheid en vakbonden en haar personeel, en latere wijzigingen.
Op voorstel van het Vast Bureau van 17/06/2025.
De syndicale onderhandelingen werden in juli afgerond zonder dat er een protocol werd ondertekend.
Personeelsbudget.
Aangezien er voor jobstudenten een aantal specifieke en afwijkende regels gelden en het aangewezen is om ook voor deze personeelscategorie een aantal specifeke regels met betrekking tot instroom, uitstroom en verloning vast te leggen, wordt er een aparte rechtspositieregeling voor jobstudenten opgesteld.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de rechtspositieregeling voor jobstudenten, zoals in de bijgevoegde teksten, goed.
Artikel 2: De rechtspositieregeling treedt in werking op 01 oktober 2025.
Artikel 3: Dit besluit wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
De rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW-personeel werd aangepast aan het Besluit Rechtspositieregeling van 20 januari 2023. Dit besluit bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de rechtspositieregeling dient te voldoen. Door dit besluit wordt het voor het lokaal bestuur mogelijk om de procedures van instroom en doorstroom van personeelsleden binnen het lokaal bestuur te flexibiliseren. Daarnaast zijn er ook aanpassingen op het vlak van verloven en afwezigheden en loonbeleid mogelijk. Gezien de wens om met deze aanpassingen geen al te grote impact op het personeelsbudget te bekomen, worden op dit vlak geen grote veranderingen voorgesteld.
Het Besluit Rechtspositieregeling maakt het mogelijk om een aparte rechtspositieregeling te voorzien voor de jobstudenten, flexi-werknemers en de medewerkers onder artikel 60 §7-OCMW-wet. Voor deze personeelsleden wordt een aparte rechtspositieregeling opgemaakt.
Dit punt werd reeds geagendeerd op RMW/2025/043 in juni. Op dat moment hadden we echter nog geen protocol van (niet-)akkoord van de vakbonden ontvangen. De syndicale
onderhandelingsprocedure werd op 16 juli 2025 afgerond.
Daarnaast hebben we intussen enkele technische aanpassingen doorgevoerd naar aanleiding van recent gewijzigde wetgeving (o.a. de verhoging van de salarisschaal dienstencheques en de regelgeving inzake loontransparantie en gendergelijkheid).
Aangezien het om louter technische aanpassingen gaat, werden deze bepalingen niet meer aan syndicale onderhandeling onderworpen
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Het Besluit Rechtspositieregeling van 20 januari 2023, en latere wijzigingen.
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekking tussen de overheid en vakbonden en haar personeel, en latere wijzigingen.
Op 3 september 2025 werd het voorstel per e-mail aan de leden van het Vast Bureau toegestuurd.
De syndicale onderhandelingen werden in juli afgerond zonder dat er een protocol werd ondertekend.
Personeelsbudget.
De uitgangspunten bij de opmaak van deze rechtspositieregeling waren de volgende:
Deze aanpassingen worden toegelicht in de presentatie in bijlage.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel, zoals in de bijgevoegde teksten, goed.
Artikel 2: De rechtspositieregeling treedt in werking op 01 oktober 2025.
Artikel 3: Dit besluit wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Na de werving van personeel voor de dienst gezinszorg, dient nu ook een extra inspanning geleverd te worden door de dienst, voor de werving van nieuwe cliënten en dit om de nodige erkenningsnormen te blijven halen. Wat urencontingent betreft komen we nog niet in de gevarenzone voor 2024 om uren of erkenning te verliezen. Voor de werkjaren 2025, 2026 en volgenden zal dit wel op de voet moeten opgevolgd worden.
Om die reden nam het diensthoofd van de dienst gezinszorg contact op met de verpleegkundige van het Consultatiebureau van Kind en Gezin in onze lokalen. Zij wisten niet dat onze dienst gezinszorg ook kraamzorg en meerlingenhulp mocht verlenen. Zij zijn bereid om vanaf nu de contactgegevens van onze dienst door te geven als zij met ouders geconfronteerd worden die hier nood aan hebben. Voor jonge ouder(s), is de bijdrageschaal zoals destijds in het Ministerieel besluit van 2001 werd bepaald echter niet realistisch en de prijs per uur veel te hoog.
Wie gezinszorg krijgt van een erkende dienst voor gezinszorg betaalt daarvoor een gebruikersbijdrage per uur. Hoe de diensten deze gebuikersbijdrage moeten berekenen wordt bepaald door het ministerieel besluit van 26 juli 2001 tot vaststelling van het bijdragesysteem voor de gebruiker van gezinszorg. Het besluit heeft 2 bijlagen. Bijlage I regelt de bijdrageschaal die de diensten voor gezinszorg moeten gebruiken en bijlage II is de handleiding om de gebruikersbijdrage voor gezinszorg te berekenen. Deze handleiding legt de modaliteiten vast met betrekking tot het vaststellen van de middelen en de lasten, het netto-inkomen van de gebruiker, het toekennen en toepassen van de gebruikerscodes, de bijdrageschaal, de verplichte kortingen, de facultatieve toeslagen, de afwijkingen, het bepalen en innen van die bijdrage en de bewijsvoering hierover aan de administratie.
Bij het vaststellen van de bijdrage worden vijf parameters gehanteerd:
1) de middelen en lasten van de gebruiker die toelaten om het maandelijkse netto-inkomen te bepalen
2) de gezinssamenstelling die resulteert in de bepaling van een code
3) de BEL-score of sedert 2021 de score op de BEL-RAI screener
4) de duur van de hulp- en dienstverlening
5) de intensiteit van de hulp- en dienstverlening.
Van de bijdrageschalen kan enkel afgeweken worden op basis van een gemotiveerd verslag opgesteld door het begeleidend personeelslid en goedgekeurd door het leidinggevend personeelslid van de dienst gezinszorg. De afwijkingen zijn onderworpen aan de controle van de functioneel bevoegde afdeling van het Departement Zorg, of Zorginspectie van het voormelde departement als vermeld in artikel 46§ 2, derde lid, van hetzelfde besluit. Het totaal aantal afwijkingen is begrensd tot 20% van het totaal aantal geholpenen van een dienst op een bepaald moment. Op dit moment heeft de dienst gezinszorg van het OCMW van Sint-Genesius-Rode zelden afwijkingen toegekend.
Voor jonge gezinnen met tweeverdieners die willen beroep doen op de dienst gezinszorg zijn de bijdrageschalen niet meer actueel en worden door gebruikers als niet betaalbaar ervaren.
De dienst vroeg een algemene afwijking op de Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 15/04/2024. Volgens het nieuw handelingskader is duidelijk dat dit niet toegelaten is. De dienst vraagt om het maximaal tarief van 9€/uur te schrappen voor kraamzorg en meerlingenhulp en beroep te doen op de algemene bijdrageschaal voor de dienst gezinszorg. Individuele afwijkingen blijven mogelijk.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn is bevoegd voor de bepaling van de prijszetting van gesubsidieerde dienstverlening.
Het Ministerieel Besluit tot vaststelling van het bijdragesysteem voor de gebruiker van gezinszorg van 26 juli 2001 en bijlagen;
Het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
Bijlage 2 bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor de woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;
Het Ministerieel Besluit van 4 februari 2021 tot vastlegging voor de diensten voor gezinszorg van de voorwaarden voor de toekenning van een subsidiabel urencontingent gezinszorg;
Het Ministerieel Besluit van 22 december 2023 tot wijziging van het Ministerieel Besluit van 4 februari 2021 tot vastlegging voor de diensten gezinszorg van de voorwaarden voor de toekenning van een subsidiabel urencontingent gezinszorg
De notulen van het Vast Bureau van 07 februari 2024 waarin kennis wordt genomen van de stand van zaken betreffende het urencontingent van de dienst gezinszorg van het OCMW van Sint-Genesius-Rode, het Ministerieel Besluit van 22 december 2023 en de toelichting van het Ministerieel Besluit van 22 december 2023.
Het besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 15 april 2024.
Exploitatiebudget Gezinszorg: 1.000u x 38,8€ (gemiddelde subsidie per uur gezinszorg in 2022): 38.800€/jaar
Enig artikel: Akkoord met aanpassing van het algemeen tarief kraamzorg of meerlingenhulp naar de algemene bijdrageschaal voor gezinszorg.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
WZC en CVK De Groene Linde moet jaarlijks vanaf 15 april de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar en het kwaliteitsjaarverslag van het afgelopen jaar te beschikking houden van het Departement Zorg.
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Het bestuursdecreet betreffende de openbaarheid van bestuur van 7 december 2018;
Het kwaliteitsdecreet van 17 oktober 2003, in het bijzonder art.4 en 7;
Het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
Het Decreet over de kwaliteit van zorg in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 03 mei 2023 dat de grote lijnen schets voor het werken aan kwaliteit van zorg en het mogelijk maakt om flexibel in te spelen op evoluties in zorg en ondersteuning en op maatschappelijke tendensen. De invulling van dit decreet is nog volop aan de gang, in overleg met de belanghebbenden en rekening houdend met de huidige dynamieken en regelgeving. De invulling gebeurt voor zover het kan intersectoraal, waar nodig en waar aangewezen per sector of per werkvorm.
Het kwaliteitsjaarverslag 2024 en de kwaliteitsjaarplanning 2025 van WZC en CVK De Groene Linde in bijlage
Enig artikel: Neemt kennis van het kwaliteitsjaarverslag 2024 en keurt de jaarplanning 2025 van WZC en CVK De Groene Linde goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Vragen Jan Willems: bijdrage naschoolse studie - plaatsen kinderopvang - sociale woningen in SGR - GLTT
De voorzitter sluit de zitting op 15/09/2025 om 21:02.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Jan Buysse
algemeen directeur
Anne Troussel
voorzitter