De voorzitter opent de zitting op 27/09/2022 om 20:02.
De gemeenteraad,
Op 28 juni 2022 vond een gemeenteraadszitting plaats.
Enig artikel: De raad keurt de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 28 juni 2022 goed.
De gemeenteraad,
Op 7 januari 2019 legde Sophie Wilmès in de schoot van de gemeenteraad de eed af als rechtstreeks verkozen schepen.
Tijdens dezelfde zitting nam de gemeenteraad akte van de verhindering van Mw. Wilmès als schepen aangezien ze sinds 22 september 2015 actief is als federaal minister.
De heer van der Straten werd op 7 januari 2019 aangesteld als opvolgend schepen.
De heer van der Straten werd als vijfde schepen vervangen door Aline De Greef op 17 december 2019.
Artikel 15 §2 Nieuwe gemeentewet
Artikelen 47, 49 §3 en §4 en 156 Decreet Lokaal Bestuur
KB van 15 juli 2022 - Regering - Wijziging
Mevr. Wilmès heeft haar ontslag aangeboden als vice-eersteminister en minister in de federale regering.
Dit ontslag werd aanvaard in een koninklijk besluit van 15 juli 2022 (numac 2022032764).
Vanaf 15 juli 2022 is de verhindering van schepen Wilmès opgeheven.
Enig artikel: Neemt akte van de opheffing van de verhindering van schepen Wilmes met ingang van 15 juli 2022.
De gemeenteraad,
Op 16 juli 2022 ontving het kabinet van de heer gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant een klacht van een inwoner van de gemeente.
Klager haalde aan dat de onderhoudswerken, in het bijzonder het snoeien, in haar woonwijk te wensen overlaat ondanks herhaalde berichten aan de gemeente.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 332, §1, derde lid en artikel 333, tweede lid.
De heer gouverneur heeft aan de klager een antwoord gestuurd d.d. 25 juli 2022.
Klager heeft effectief een bericht aan het gemeentebestuur gestuurd in september 2019, juli 2021 en juli 2022.
Telkens wordt gewezen op gebrekkige snoeiwerken in de wijk Vlinderstraat/Krekelstraat/Paardenstraat.
Deze snoeiwerken werden steeds uitbesteed aan resp. aan firma's Brancaer (2019), Rodea (2021) en Village n°1 (2022).
De snoeiwerken werden steeds uitgevoerd binnen de week na ontvangst van de klacht.
Dergelijke klachten zijn naar de toekomst toe te vermijden. Ze hebben te maken met prioriteiten en opvolging van de externe aannemers.
Er wordt soms te veel aandacht besteed aan minder in het oog springende opdrachten.
Er wordt bijgestuurd opdat het groenonderhoud in de gemeente (in eigen beheer en uitbesteed) op een proactievere wijze benaderd kan worden.
Enig artikel: Neemt overeenkomstig artikel 332§1 derde lid van het decreet over het lokaal bestuur kennis van de besluiten en opmerkingen geformuleerd door de toezichthoudende overheid d.d. 25 juli 2022 n.a.v. een klacht wegens het niet snoeien van beplanting.
De gemeenteraad,
It-punt is een interlokale vereniging zonder rechtspersoonlijkheid: een vereniging van lokale besturen uit Vlaams-Brabant. VERA is beheerder van deze interlokale vereniging en heeft deze opgericht op 23 februari 2016 samen met de volgende besturen: Bekkevoort, Boortmeerbeek, Geetbets, Kampenhout, Keerbergen, Machelen, Oud-Heverlee, Rotselaar en Steenokkerzeel. Er zijn intussen 65 besturen aangesloten.
De vereniging stelt zich tot doel haar leden te ondersteunen op het vlak van e-government en informatiebeheer en aanverwante materies ter bevordering van een geïntegreerde ICT- dienstverlening. Ze functioneert daarbij als een kostendelende vereniging waaraan opdrachten binnen een horizontale samenwerking rechtstreeks kunnen worden toevertrouwd.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 41, 4°; 392-395.
Rubriek financiële impact kan nog aangepast worden. Graag JBR ook vermelden en in het beslissend gedeelte dat bij de 4de aanpassing mjp een bijkomend krediet moet voorzien worden in 2022, gelet we er nagenoeg door zitten.
Advies ADV/2022/025 van Tom VAN HAELST van 15 september 2022: Gunstig mits aanpassing
Voor de operationele ondersteuning wordt geopteerd voor de module 'continuïteit'.
De beheerskosten bedragen 750 euro per kwartaal.
Indien er diensten worden afgenomen worden kostendekkende vergoedingen gevraagd aan aan verminderde tarieven.
Voor het najaar 2022 wordt beroep gedaan op ICT ondersteuning pakket 'ICT continuïteit' waarvan de kostprijs ligt op 23.520,- EUR voor 3 maanden.
De IT-deskundige ging per 1 september 2022 met pensioen. Er is tot op heden geen vervanger gevonden. Het lokaal bestuur heeft nood aan IT-ondersteuning voor de dagelijkse issues bij alle diensten, maar ook om een aantal IT-projecten te laten vooruitgaan.
Door lidmaatschap bij it-punt kan het bestuur op een eenvoudige wijze toegang tot de dienstverlening van it-punt zoals IT beheer en DPO.
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Artikel 1: Akkoord om toe te treden tot de interlokale vereniging it-punt.
Artikel 2: Na geheime stemming met 18 stemmen voor, 2 stemmen tegen en 2 onthouding wordt raadslid A. Wahba aangeduid als afgevaardigde in het Beheerscomité.
Artikel 3: Bij de vierde aanpassing van het strategisch meerjarenplan 2020-2025 zullen de kredieten verhoogd worden in functie van deze externe IT-ondersteuning op budgetrekening 2022/GGBB-IZ-OB/0110-02/61399999
De gemeenteraad,
Decreet van 21 december 2018 houdende wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur;
Artikel 538 van het decreet over het Lokaal Bestuur;
Artikel 26§2 OCMW-wet van 8 juli 1976 zoals gewijzigd door het KB nr. 244 van 31 december 1983 en artikel 15 van de Urgentiewet van 5 augustus 1992;
Besluit van de Raad voor Maatschappelijk welzijn van 21 januari 2019 houdende de oprichting van het Overlegcomité gemeente-OCMW;
Besluit van de gemeenteraad van 5 februari 2019 houdende de oprichting van het Overlegcomité gemeente-OCMW;
Besluit van de gemeenteraad van 9 mei 2019 houdende de goedkeuring van het huishoudelijk reglement.
Het overlegcomité bestaat namens de gemeente uit 4 vertegenwoordigers van de gemeenteraad zijnde de burgemeester of de schepen die door hem aangewezen is en drie raadsleden die schepen kunnen zijn en die door de gemeenteraad benoemd worden. De gemeenteraad duidde in zitting van 5 februari 2019 schepenen Sobrie Anne, De Vleeschouwer Philippe en van der Straten Waillet Charles-Emmanuel aan. Wegens de verhindering van de heer van der Straten Waillet Charles-Emmanuel stelde de gemeenteraad in zitting van 23 februari 2021 De Greef Aline, schepen, aan om te zetelen in het overlegcomité gemeente OCMW. Sinds 15 juli 2022 nam mevrouw Wilmès haar ambt als schepen op. Mevrouw De Greef Aline werd opnieuw gemeenteraadslid. Het college stelt in zitting van 8 september 2022 voor om schepen Wilmès aan te duiden als lid van het overlegcomité gemeente/OCMW.
Met 20 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 3 stemmen onthouden. (geheime stemming)
Enig artikel: Wilmès Sophie, schepen wordt aangesteld om voor de gemeente te zetelen in het overlegcomité gemeente/OCMW.
De gemeenteraad,
Mevrouw Nicole Goossens en mevrouw Stephanie van Eeckhout, beiden van Liberale strekking, gaven hun ontslag als bestuurslid van de commissie bibliotheek.
Volgende kandidaten worden voorgedragen ter vervanging:
Decreet over het Lokaal Bestuur, artikel 37
Beslissingen dd. 21.02.1986, 18.04.1989 en 12.09.1995 houdende goedkeuring van de beheersvorm en de samenstelling van het beheersorgaan van de Plaatselijke Openbare Bibliotheek
Cultuurpact Wet van 16 juli 1973 art 3, 6, 7 en 9
Binnen het Cultuurpact valt de gemeente onder volgende vorm van vertegenwoordiging: de vereniging van de afgevaardigden van de betrokken overheid met vertegenwoordigers van de gebruikers van de strekkingen. Waarbij binnen artikel 3 vermeld staat dat de vertegenwoordiging van de gebruikers steunt op het bestaan van erkende representatieve verenigingen binnen het territoriaal gebied en binnen de bevoegdheid van de overheid of culturele instelling. Binnen de commissie wordt rekening gehouden met de verschillende strekkingen die er bestaan ongeacht het bestaan van erkende representatieve verenigingen.
Gezien de vacante functies is het aangewezen de vertegenwoordiging van de strekkingen binnen de Commissie op te vullen.
Met 22 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 1 stem onthouden.
Enig artikel: De gemeenteraad gaat akkoord met de benoeming van volgend lid binnen de Commissie Bibliotheek ter vervanging van mevrouw Goossens Nicole, als vertegenwoordiger van de liberale strekking: de heer Daniel Cappellen, Schildeken, 13 te Sint-Genesius-Rode.
De gemeenteraad,
De gemeente ontving op 23 april 2021 een omgevingsvergunningsaanvraag voor een tot op heden onbebouwd perceel gelegen langsheen de Hallesesteenweg en kadastraal gekend als Sint-Genesius-Rode, eerste afdeling, sectie D, nummer 65B. Het perceel is op heden deels bebost en situeert zicht onmiddellijk rechts van de Spar op de Hallesesteenweg.
De omgevingsvergunningsaanvraag, met referentie OMV_2021008408, betreft het bouwen van een meergezinswoning (9 eenheden) en het afschaffen van (een in onbruik geraakte) voetweg nr. 92.
Met toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: ‘Omgevingsvergunningsdecreet’) juncto artikel 12, §2, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: ‘Gemeentewegendecreet’) is de gemeenteraad bevoegd om zich, in het kader van de zogenaamde zaak der wegen, over een verzoek tot afschaffing van een voetweg uit te spreken. Het Gemeentewegendecreet en het Omgevingsvergunningsdecreet zorgen er aldus voor dat een dergelijke opheffing deel kan uitmaken van een omgevingsvergunningsaanvraag enerzijds, maar anderzijds is het wel de bevoegdheid van de gemeenteraad om zich uit te spreken over het al dan niet opheffen van de gemeenteweg. Als gevolg van de inwerkingtreding van het Gemeentewegendecreet wordt niet langer een onderscheid tussen gemeentewegen en buurtwegen gemaakt. De gemeente is autonoom bevoegd voor de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen.
De gemeenteraad stelde op 28 september 2021, op basis van de situatie ter plaatse, vast dat de buurtweg, hoewel nog duidelijk zichtbaar en aanwezig in het landschap, niet langer in gebruik is. Het in onbruik zijn is het gevolg van het niet langer vlot begaanbaar zijn van 2 delen van de ruim 300 meter lange weg. Zoals vaker bij buurtwegen is hij voor het eerst officieel geregistreerd in de Atlas de Buurtwegen van 1841. In 1985 is er voor het laatst een officiële aanpassing geweest aan het tracé (zie bijlage bij de het besluit van de gemeenteraad van 28 september 2021).
Bij besluit van 28 september 2021 heeft de gemeenteraad het verzoek tot opheffing van de gemeenteweg niet ingewilligd. De gemeenteraad heeft in dat besluit overwogen dat het RUP Ten Broek een anomalie bevat, doordat in dat RUP een bufferzone van 3 m breed is ingetekend, die voor 80% dicht beplant dient te worden, terwijl over deze zone ook een voetweg van 1,65 m breed loopt. Daardoor kan de 80% beplantingsgraad niet worden voorzien. Op het perceel zijn dus twee tegenstrijdige voorschriften van toepassing.
De opheffing van de gemeenteweg werd door de gemeente geweigerd op basis van de volgende motieven:
- de tegenstrijdigheid tussen de voorschriften blijft bij de opheffing op het betreffende perceel op de overige percelen nog bestaan, en bovendien zouden door de gedeeltelijke opheffing twee doodlopende voetwegen ontstaan. Dit is niet wenselijk;
- een integrale opheffing is eveneens niet wenselijk nu uit een plaatsbezoek en een bevraging is gebleken dat over de rest van het tracé de weg nog grotendeels aanwezig is, en tot voor kort ook werd gebruikt;
- het in ere herstellen van de dergelijke trage wegen past veel beter bij de visie van de gemeente op het vlak van mobiliteit en duurzaamheid.
Op 20 januari 2022 werd tegen het gemeenteraadsbesluit van 28 september 2021 tot niet-opheffing van de gemeenteweg een administratief beroep bij de Vlaamse minister bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken ingesteld. De Vlaamse minister bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken heeft bij ministerieel besluit van 26 april 2022 ‘betreffende het beroep tegen het besluit van de van 28 september 2021 betreffende ‘Voetweg nr. 92 Ten Broek – Hallesteenweg Kerkveldweg’ (hierna: ‘Ministerieel Besluit van 26 april 2022’) het administratief beroep van 20 januari 2022 gegrond bevonden en de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2021 vernietigd. De gemeente Sint-Genesius-Rode heeft op 4 juli 2022 een verzoekschrift tot nietigverklaring van het Ministerieel Besluit van 26 april 2022 bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ingediend.
Wat de aangevraagde omgevingsvergunning betreft, heeft het college van burgemeester en schepenen deze op 28 oktober 2021 geweigerd. Tegen deze weigeringsbeslissing werd een administratief beroep bij de Deputatie van de provincie Vlaamse-Brabant ingesteld. Dat administratief beroep is op vandaag nog hangende. De Deputatie van de provincie Vlaams-Brabant dient uiterlijk op 23 oktober 2022 een beslissing over het administratief beroep te nemen. De provincie Vlaams-Brabant heeft, in het kader van deze administratieve beroepsprocedure, op 24 juni 2022 via het Omgevingsloket de gemeente verzocht om een (nieuw) gemeenteraadsbesluit over de zaak der wegen te nemen. Dit verzoek vormt de aanleiding voor dit besluit.
Decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ samen met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Het opheffen van (een deel van) een buurtweg zoals opgenomen in de omgevingsvergunningsaanvraag heeft geen financiële consequenties.
Dit besluit kadert binnen de doelstellingen van de Vlaamse decreetgever in het Gemeentewegendecreet (in het bijzonder de artikelen 3 en 4 ervan) om het behoud en de herwaardering van de gemeentewegen te bewerkstelligen. Dit besluit kadert eveneens binnen de gemeentelijke mobiliteitsvisie en het gemeentelijk klimaatactieplan. Uit dat klimaatactieplan volgt onder meer de doelstelling van de gemeente om het STOP-principe te onderschrijven. Dit principe bestaat in het promoten van Stappen, Trappen, Openbaar vervoer en Privé-vervoer, volgens deze volgorde, waarbij een bijzondere aandacht aan het inventariseren en optimaliseren van de trage wegen ten behoeve van wandelaars en fietsers wordt vooropgesteld.
Het volledige tracé van de gemeenteweg (voormalige Buurtweg nr. 92) maakt deel uit van het plangebied van het RUP "Ten Broek". De aanvrager deed reeds een eerdere omgevingsvergunningsaanvraag op hetzelfde perceel. Deze aanvraag werd om meerdere redenen geweigerd maar bracht ook aan het licht dat het RUP een anomalie bevat. Her en der zijn in het RUP zones voor buffer voorzien. Deze zones moeten voor 80% dicht beplant worden met 100% streekeigen struiken en hoogstammige bomen. Deze zone voor buffer valt, voor wat het perceel van de omgevingsvergunningsaanvraag betreft, samen met het tracé van de gemeenteweg. De buffer heeft een breedte van 3m, de weg is 1.65m breed, 80% dicht beplanten van de bufferzone is aldus onmogelijk.
Op het perceel waarop de omgevingsvergunningsaanvraag betrekking heeft, bestaan dus twee tegenstrijdige voorschriften: enerzijds de bufferzone van 3 m breed, die voor 80% dient te worden aangeplant en anderzijds de gemeenteweg met een breedte van 1,65 m.
Overeenkomstig artikel 8 van het Gemeentewegendecreet kan niemand een gemeenteweg “aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad”. Er kan dus geen sprake van enige impliciete opheffing van een voetweg (op vandaag: gemeenteweg) zijn. Daarvoor is steeds een uitdrukkelijke beslissing van de gemeenteraad vereist. Uit het RUP “Ten Broek” kan dan ook geenszins een gemeenteraadsbeslissing worden afgeleid, waarin de gemeenteraad zou hebben geoordeeld dat de gemeenteweg kan worden opgeheven, laat staan een impliciete opheffing. Een impliciete opheffing was bovendien ook onder de gelding van de wet van 10 april 1841 ‘op de buurtwegen’ onmogelijk.
Het RUP “Ten Broek” heeft de voetweg nr. 92 evenmin opgeheven. Het RUP bevat geen enkel uitdrukkelijk voorschrift waaruit de opheffing van de voetweg zou blijken. Het RUP bevat evenmin een rooilijn die met de voetweg nr. 92 strijdig zou zijn. Ook de toelichtingsnota bij het RUP vermeldt niets in verband met de voetweg nr. 92. Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2014 tot goedkeuring van het RUP “Ten Broek” bepaalt niets met betrekking tot de voetweg nr. 92. Het RUP “Ten Broek” heeft overigens slechts op een deel van het grondgebied van de gemeente betrekking en kan bijgevolg onmogelijk worden geacht de integrale visie van de gemeente rond trage wegen te veruitwendigen.
Uit het grafisch plan van het RUP “Ten Broek” volgt voorts dat het perceel waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, niet binnen de bestemmingszones van artikel 11 (zone voor lokale weg) en artikel 12 (zone voor traag verkeer) van het RUP gelegen is. De voetweg nr. 92 is evenmin binnen voormelde bestemmingszones gelegen. Deze bestemmingsvoorschriften zijn bijgevolg niet relevant bij de beoordeling of de voetweg nr. 92 binnen de perimeter van het betreffende kadastraal perceel kan worden opgeheven.
Op vandaag bestaat de voetweg nr. 92 nog steeds en moet deze worden gerespecteerd.
Hogervermelde tegenstrijdigheid zorgt ervoor dat een omgevingsvergunningsaanvraag op dit perceel momenteel onvergunbaar is. Op eenzelfde deel van het perceel zijn immers tegelijkertijd 2 volledig tegenstrijdige voorschriften van toepassing. Een aanvraag kan daardoor nooit een toetsing aan de van toepassing zijnde voorschriften doorstaan.
Aanvrager wenst dit op te lossen en vraagt daarom de opheffing van het gedeelte van de weg op zijn perceel. Hoewel dit voor hem en zijn perceel een oplossing zou kunnen zijn vormt dit geen oplossing. De tegenstrijdigheid blijft niet enkel elders bestaan, er ontstaan daardoor ook twee doodlopende (voet)wegen. Dat is nog minder wenselijk dan de huidige situatie.
Een eventuele oplossing zou het integraal opheffen van de weg kunnen zijn. Uit plaatsbezoek en gesprek met de aanpalende blijkt echter niet alleen dat de weg nog grotendeels aanwezig is en tot voor kort werd gebruikt. Het in ere herstellen van dergelijke trage wegen past veel beter bij de visie van de gemeente op vlak van mobiliteit en duurzaamheid.
Om de buurtweg weer volwaardig in gebruik te kunnen nemen dient er enerzijds contact opgenomen te worden met de exploitant van de lokale SPAR. De voetweg loopt immers deels over de parking/toegangsweg tot de SPAR die buiten de openingsuren van de handelszaak niet toegankelijk (hek aan de grens met het openbaar domein). Anderzijds ligt er tuinafval op het tracé op 1 betrokken perceel en is sprake van spontaan opgeschoten struikgewas op het tracé op 2 betrokken percelen.
Gehoord het voorstel van amendement zoals geformuleerd door de voorzitter om het overwegend gedeelte aan te vullen met feitelijke en procedurele ontwikkelingen. Het voorstel van amendement wordt eenparig aangenomen.
Artikel 1: Het verzoek horende bij omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2021008408 om (een deel van) Buurtweg nr. 92 op te heffen kan niet ingewilligd worden.
Artikel 2: De gemeentelijke administratie zal de acties om de integrale weg terug in gebruik te nemen in detail oplijsten en voorleggen aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad,
Momenteel is Woonpunt Zennevallei in samenwerking met SVK Zuidkant alles in het werk aan het stellen om tegen 1 januari 2023 omgevormd te zijn naar een woonmaatschappij. Ondertussen voeren zij ook gesprekken met SVK Webra met het oog op de dienstverlening aan de kandidaten en de huurders, alsook het beheer van SVK-woningen die in de gemeente Sint-Genesius-Rode ingehuurd worden, maar evenzeer in andere gemeenten binnen het werkingsgebied Halle-Vilvoorde-Zuid dat voortaan omschreven zal worden als werkingsgebied ‘Zennevallei’. Om die reden voeren WPZ en Zuidkant ook gesprekken met de collega’s van Gewestelijke Maatschappij voor Volkshuisvesting en van Providentia.
Bijgevolg verzoekt de toekomstige woonmaatschappij een advies te verlenen over het stappenplan waarmee ze wensen om te vormen tot de unieke woonmaatschappij in het werkingsgebied waartoe onze gemeente behoort.
De decreetgever heeft beslist dat de erkenning van alle sociale huisvestingsmaatschappijen van rechtswege eindigt op 31 december 2022 met de bedoeling om vanaf 1 januari 2023 enkel nog woonmaatschappijen te hebben die de activiteiten van SHM’s en sociale verhuurkantoren bundelen en de unieke speler worden per werkingsgebied dat door de Vlaamse Regering werd afgebakend. De Vlaamse Regering heeft tegelijk voorzien in een overgangsregeling, waarbij SHM’s een tijdelijke verlenging van hun erkenning kunnen krijgen op voorwaarde dat ze aantonen dat ze zich uiterlijk op 30 juni 2023 kunnen omvormen tot woonmaatschappij of tegen die datum via een herstructurering deel zullen uitmaken van een woonmaatschappij.
Woonpunt Zennevallei blijft streven naar een omvorming voor 1 januari 2023. Niettemin bevindt Woonpunt Zennevallei zich in een situatie waarbij ze niet alles in eigen handen heeft. Uitgaande van het voorzichtigheidsprincipe vragen zij naast de erkenning als woonmaatschappij, ook een tijdelijke verlenging van hun huidige erkenning als SHM aan. Er wordt hen opgelegd om bij hun aanvraag een advies van de gemeenten van het toekomstige werkingsgebied toe te voegen.
Een advies van de lokale besturen is ook vereist in het kader van een erkenningsaanvraag als woonmaatschappij. Om dubbel werk te vermijden omtrent dezelfde materie, vraagt Woonpunt Zennevallei in één beweging zowel advies voor de tijdelijke verlenging als SHM, alsook ons advies voor de omvorming naar Woonmaatschappij. Wonen-Vlaanderen heeft die mogelijkheid voorzien in een modelbeslissing.
Artikel 40 e.v. van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Het decreet van 9 juli 2021 houdende wijzigingen van diverse decreten met betrekking tot wonen, waarbij een regelgevend kader met betrekking tot de woonmaatschappijen wordt gecreëerd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021 tot wijziging van verschillende besluiten over wonen.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 (VCW)
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 (BVCW)
In het traject naar het vormen van een eengemaakte woonmaatschappij voor het werkingsgebied tegen 1 januari 2023, kunnen sociale huisvestingsmaatschappijen, die er pas tegen 30 juni 2023 zullen in slagen om aan alle voorwaarden tot erkenning als woonmaatschappij te voldoen, ofwel door zich zelf om te vormen tot woonmaatschappij, ofwel door een herstructurering (fusie, splitsing…) door te voeren met een andere woonmaatschappij of met een sociale huisvestingsmaatschappij, die kan aantonen dat die zich kan omvormen tot woonmaatschappij, een verlenging van de hun erkenning als sociale huisvestingsmaatschappij tot 30 juni 2023 bekomen.
Daartoe moet zij een aanvraag indienen bij het agentschap Wonen-Vlaanderen. Daarbij moet de aanvragende sociale huisvestingsmaatschappij aantonen dat ze zich uiterlijk op 30 juni 2023 zal kunnen omvormen tot woonmaatschappij, mede ondersteund door een stappenplan en een advies van de lokale besturen uit het werkingsgebied (art 223, §2, 2de lid van het BVR van 17/12/2022 tot wijziging van verschillende besluiten over wonen).
Omdat op korte termijn ook een erkenningsaanvraag als woonmaatschappij zal moeten worden ingediend, waarbij eveneens een advies is vereist van de gemeenteraad omtrent de lokale netwerkvorming, lokale inbedding en verankering (art. 4.98 §1 3°, punt k van het BVCW van 2021), en op basis van het stappenplan al geheel duidelijk kan zijn welke SHM’s uit het werkingsgebied zich zullen omvormen tot de unieke woonmaatschappij, kan ontworpen artikel 3 van deze beslissing meteen ook dienstig zijn voor het verplichte advies van de gemeenteraad bij de erkenningsaanvraag als woonmaatschappij, die binnen enkele maanden kan worden verwacht.
Artikel 1. De gemeenteraad neemt kennis van de aanvraag tot verlenging van de erkenning van de sociale huisvestingsmaatschappij Woonpunt Zennevallei tot en met 30 juni 2023.
Artikel 2. De gemeenteraad geeft als advies aan de Vlaamse Regering dat het bij voormelde aanvraag gevoegde stappenplan naar de woonmaatschappij voldoet aan de doelstellingen van de gemeente.
Artikel 3. De gemeenteraad stelt in het kader van de procedure vermeld in artikel 4.98 §1 tweede lid, 2°, punt k van het BVCW van 2021 vast dat de aldus te vormen woonmaatschappij zal zorgen voor voldoende lokale netwerkvorming, lokale inbedding en verankering.
Artikel 4. Deze beslissing wordt aan de aanvrager bezorgd.
De gemeenteraad,
De nv Sit-Média dient systematisch bezwaarschriften in tegen de aanslagen die de gemeente vestigt in toepassing van het belastingreglement op de huis-aan-huis verspreiding van niet geadresseerde drukwerken met handelskarakter. De gemeente verwerpt die bezwaarschriften en de nv Sit-Média gaat systematisch in beroep bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Op 17 mei 2022 werd door de rechtbank van eerste aanleg een voor de gemeente ongunstig vonnis uitgesproken. De rechtbank oordeelde dat er geen rechtsgeldige bekendmaking van het belastingreglement is aangetoond zodat het belastingreglement niet verbindend is en de aanslagen die op basis van dit reglement werden gevestigd nietig zijn.
De nietigheid van de gevestigde aanslagen wordt door de rechtbank weerhouden op grond van de niet tegenstelbaarheid van het belastingreglement. De reden is dat er niet voldaan is aan de vormvereisten van artikel 3 van het Besluit van 20 april 2018 waarin wordt voorgeschreven dat de aantekening in het speciale register niet heeft plaatsgevonden op de dag van de bekendmaking van het reglement maar wel 8 maanden later en bovendien niet werd genummerd zodat niet kon worden uitgemaakt wanneer de aantekening precies heeft plaatsgevonden.
De gemeente is ondertussen in beroep gegaan tegen dit vonnis. Het is evenwel aangewezen met het oog op mogelijke toekomstige betwistingen van aanslagen het belastingreglement opnieuw te laten goedkeuren door de gemeenteraad gevolgd door een bekendmaking en een inschrijving in het register volgens de wettelijke bepalingen voorzien in artikel 3, eerste lid, van het Besluit van de 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur.
Het belastingreglement wijzigt inhoudelijk niet. Enkel artikel 12 met betrekking tot de inwerkingtreding werd aangepast.
Enig artikel: Het belastingreglement op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter in bijlage wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad,
Er is sinds 1 juni 2022 een vacature vacant bij het lokaal bestuur voor de functie van preventieadviseur.
De functie van preventieadviseur betreft een werkelijk knelpuntberoep.
De afgelopen jaren werden meerdere inspanningen geleverd via zij-instromers, examens en opleidingen.
Christine Voets, de voormalige preventieadviseur niveau II bij het OCMW is sinds 1 september 2022 op pensioen.
Het is aangewezen om aan te sluiten bij de gemeenschappelijke interne preventiedienst van de intercommunale Haviland voor de continuïteit en het bereiken van de doelstellingen opgenomen in het globaal preventieplan en de jaarlijkse actieplannen van het lokaal bestuur.
Welzijnswet van 04 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
CODEX over welzijn op het werk;
Koninklijk besluit van 10 december 2017 waarbij de intercommunale Haviland een vergunning wordt verleend om, volgens artikel 38 van de Welzijnswet, een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk op ter richten;
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 41§2,4° en 247.
Postief advies van het syndicaal overlegorgaan (HOC/BOC) van het lokaal bestuur d.d. 27 september 2022.
De jaarlijkse bijdrage voor 2023 wordt geraamd op 31.880,64 euro.
De bijdrage voor het laatste kwartaal van 2022 wordt geraamd op 7.173,13 euro.
Deze bedragen dienen nog in het kader van een aparte facturatie opgedeeld te worden tussen gemeente (30%) en OCMW (70%).
Gehoord het voorstel geformuleerd door de voorzitter om mevrouw Khadija Boudiba aan te stellen als vertegenwoordiger en de heer Jan Willems aan te stellen als plaatsvervanger in het beheerscomité (bestuursorgaan) van de gemeenschappelijk interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Het voorstel van amendement wordt eenparig aangenomen.
Met 14 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 5 stemmen onthouden.
Artikel 1: Principieel akkoord opdat het lokaal bestuur Sint-Genesius-Rode onder de volgende voorwaarden voor de arbeidsveiligheid een beroep doet op de gemeenschappelijke preventiedienst van de intercommunale Haviland.
Artikel 2: De intercommunale Haviland waarborgt de instandhouding van een gemeenschappelijke dienst voor preventie en bescherming op het werk, overeenkomstig de huidige en toekomstige bepalingen ter zake.
Artikel 3: De gemeenschappelijke preventiedienst voert de opdrachten uit die beschreven worden in de Codex over het welzijn op het werk.
Het Beheerscomité bepaalt het actieprogramma en de prioriteiten.
Artikel 4: Stelt via een geheime stemming met als resultaat 14 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 5 stemmen onthouden, mevrouw Khadija Boudiba aan als vertegenwoordiger en de heer Jan Willems als plaatsvervanger in het beheerscomité (bestuursorgaan) van de gemeenschappelijk interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Artikel 5: De bijdrage van het lokaal bestuur in de werkingskosten van de gemeenschappelijke preventiedienst wordt bepaald volgens de hierna volgende verdeelsleutel per risicogroep:
- Risicofactor 10 voor de volgende betrekkingen: arbeiders (geschoold of ongeschoold), ploegbaas, werftoezichter, elektricien, loodgieter, klusjesman, belader, vrachtwagenchauffeur, personeel van de afvalverwerking, brandweerman, opzichter containerpark, medewerker groendienst, schrijnwerker, mecanicien, machinist, onderhoud.
- Risicofactor 7 voor de betrekkingen: schoonmaakpersoneel, schilder, kok, hulpkok, keukenpersoneel en politie.
- Risicofactor 5 voor de betrekkingen: verpleger, verpleegster, gezinshelp(st)er, bejaardenhelp(st)er, laborant(e), kinesist(e), ergotherapeut(e).
- Risicofactor 2 voor de betrekkingen: monitor (-trice), turnleraar, voertuigbestuurder uitgezonderd vrachtwagenchauffeur, conciërge, landmeter.
- Risicofactor 1 voor de betrekkingen: bediende, bureelhoofd, onderbureauchef, bedeling van de maaltijden, bibliothecaris, secretaris, maatschappelijk werk(st)er, klerk, apotheker(es), diëtist(e), onderwijzer(es), leraar(es), schoolhoofd, kinderverzorgster, opsteller, kleuterleidster, bewaakster, animatrice, sporthalbewaker, badmeester.
Voor functies die op de hierboven vermelde lijst niet voorkomen, zal in onderling overleg bepaald worden in welke risicogroep ze worden ondergebracht. Per risicogroep wordt het totaal telkens berekend per voltijdse equivalent, afgerond op één cijfer na de komma.
Artikel 6: Het aantal voltijdse equivalenten per risicogroep dient, volgens een voorgeschreven model, telkens voor de tiende maart van het werkingsjaar aan de intercommunale Haviland te worden overgemaakt. Dit document wordt door de intercommunale Haviland in de loop van februari bezorgd.
De aldus vastgestelde totalen per risicogroep dienen als basis voor de berekening van de driemaandelijkse facturatie.
Artikel 7: Na ontvangst van de personeelslijsten per risicogroep, conform artikel 5 en 6, zal de intercommunale Haviland de jaarlijkse bijdragen in de werkingskosten van de gemeenschappelijke preventiedienst berekenen.
Elk bestuur betaalt jaarlijks een vaste bijdrage van 750,00 EUR vermeerderd met een bijdrage afhankelijk van de personeelssamenstelling.
Voor de bijdrage afhankelijk van het personeel, wordt het aantal voltijdse equivalenten per risicogroep vermenigvuldigd met de kostprijs per risicogroep.
De kostprijs voor risicogroep 1 (k1) wordt als volgt bepaald:
k1 = K - 750 x b
n1 x 1 + n2 x 2 + n5 x 5 + n7 x 7 + n10 x 10
met K = te verdelen kosten van de gemeenschappelijke preventiedienst,
b = het aantal aangesloten besturen (uitgezonderd Haviland),
n1 = het totaal aantal voltijdse equivalenten in functies met risicofactor 1,
n2 = het totaal aantal voltijdse equivalenten in functies met risicofactor 2,
n5 = het totaal aantal voltijdse equivalenten in functies met risicofactor 5,
n7 = het totaal aantal voltijdse equivalenten in functies met risicofactor 7,
n10 = het totaal aantal voltijdse equivalenten in functies met risicofactor 10.
Artikel 8: Deze overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde duur, ingaande op 1 oktober 2022
De overeenkomst is jaarlijks opzegbaar, mits het respecteren van een opzegtermijn van 1 jaar.
De opzeg dient te gebeuren per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het beheerscomité.
Artikel 9: Duidt de algemeen directeur aan als contactpersoon tussen de eigen administratie en de gemeenschappelijke preventiedienst. Met deze contactpersoon pleegt de preventieadviseur of zijn adjunct overleg.
De voorzitter sluit de zitting op 27/09/2022 om 21:25.
Namens gemeenteraad,
Bart DEVISCH
algemeen directeur
Miguel DELACROIX
schepen-voorzitter