De voorzitter opent de zitting op 21/12/2021 om 20:04.
De gemeenteraad,
Op 23 november 2021 vond een gemeenteraadszitting plaats.
Enig artikel: De raad beslist eenparig de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 23 november 2021 goed te keuren.
De gemeenteraad,
Raadslid Cédric De Cock meldt op 22/11/2021 dat hij zijn ontslag indient als raadslid.
Artikelen 10, 12 en 21 van het decreet lokaal bestuur van 22/12/2017
Enig artikel: neemt akte van het ontslag van de heer Cédric De Cock.
De gemeenteraad,
De heer Cédric De Cock heeft als gemeenteraadslid zijn ontslag ingediend.
Er dient in zijn vervanging van gemeenteraadslid te worden voorzien.
De in aanmerking komende opvolger op de lijst IC-GB waartoe de te vervangen titularis behoorde, is Gutt Camille, wonende Hof-ten-Hout, 64 te Sint-Genesius-Rode.
Uit het onderzoek naar de verkiesbaarheid en het niet-bestaan van onverenigbaarheden bij dit opvolgend raadslid blijkt dat zij nog steeds voldoet aan de gestelde vereisten van verkiesbaarheid en zich niet bevindt in een geval van onverenigbaarheid.
Dat er geen bezwaar tegen bestaat dat de geloofsbrieven van Gutt Camille geldig worden verklaard en dat dit opvolgend raadslid wordt toegelaten tot het afleggen van de eed, bepaald bij artikel 6 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 6
Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, artikel 169
Besluit van de gemeenteraad van heden houdende akteneming van het ontslag van een titelvoerend gemeenteraadslid.
Mw. Gutt is wegens een Covid-quarantaine verontschuldigd.
Enig artikel: Dit punt te verdagen.
De gemeenteraad,
De gemeente is lid van het Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei en heeft daardoor recht op 2 vertegenwoordigers in de algemene vergadering nl. een ambtelijke vertegenwoordiger (meestal ambtenaar van leefmilieu) en een politieke vertegenwoordiger (meestal de schepen van leefmilieu). Samenkomst algemene vergaderingen tweemaal per jaar in februari en december.
De inhoud van de samenwerking betreft: het voorzien van overleg met elke gemeente (schepen leefmilieu, ambtenaar leefmilieu en eventueel burgemeester/college) in het voorjaar om de werking van het regionaal landschap voor te stellen en af te stemmen met gemeentelijke projecten en ambities.
De gemeenteraad besliste in de vergadering van 5 februari 2019 mevrouw Rohonyi, gemeenteraadslid, aan te stellen als effectief politiek vertegenwoordiger van de gemeente. De heer De Cock Cedric, gemeenteraadslid, werd aangeduid als plaatsvervanger. De heer Rolf Van Steenkiste, milieuambtenaar, werd aangeduid als ambtelijke vertegenwoordiger. Allen tot het einde van de legislatuur.
De heer De Cock Cedric neemt ontslag als gemeenteraadslid. Het is aangewezen hem te vervangen in de algemene vergadering.
De heer Van Steenkiste Rolf gaat op pensioen op 1 januari 2022 en dient vervangen te worden als ambtelijke vertegenwoordiger van de gemeente in de algemene vergadering.
Gelet op het decreet het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Met 20 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1: Mevrouw, Aline De Greef, schepen, aan te duiden als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente in de algemene vergaderingen van Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei en dit tot het einde van de legislatuur. Mevrouw Rohonyi Sophie blijft aangesteld als effectief vertegenwoordiger.
Artikel 2: Mevrouw De Coninck Evelien, duurzaamheidsambtenaar aan te duiden als ambtelijke vertegenwoordiger van de gemeente ter vervanging van de heer Rolf Van Steenkiste, milieuambtenaar, in de algemene vergaderingen van Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei en dit tot het einde van de legislatuur.
De gemeenteraad,
De gemeenteraad stelde in de vergadering van 5 februari 2019 de heer De Cock Cedric, gemeenteraadslid, aan als effectief vertegenwoordiger van de gemeente in de algemene vergaderingen van Haviland. Mevrouw Rohonyi Sophie, gemeenteraadslid, werd aangeduid als plaatsvervanger. Beide tot het einde van de legislatuur.
De heer De Cock Cedric neemt ontslag als gemeenteraadslid en dient vervangen te worden als effectief vertegenwoordiger van de gemeente in de algemene vergaderingen.
Enig artikel: De behandeling van dit punt te verdagen.
De gemeenteraad,
De gemeenteraad stelde in de vergadering van 5 februari 2019 de heer De Cock Cedric, gemeenteraadslid, aan als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente in de algemene vergaderingen van VVSG. Mevrouw Rohonyi Sophie, gemeenteraadslid, werd aangeduid als effectief vertegenwoordiger. Beide tot het einde van de legislatuur.
De heer De Cock Cedric neemt ontslag als gemeenteraadslid en dient vervangen te worden als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente in de algemene vergaderingen.
Enig artikel: De behandeling van dit punt te verdagen.
De gemeenteraad,
Naar aanleiding van de coronacrisis besliste het gemeentebestuur van Sint-Genesius-Rode om een waardebon uit te brengen ter ondersteuning van de lokale economie, genaamd de eur(h)odebon. De bonnen konden nog tot 30/9/2021 aangevraagd worden. Per 31/12/2021 moeten de bonnen verzilverd zijn.
Het college besliste in zitting van 23 september 2021 om het platform van de eurodebon in 2022 verder te zetten.
De kosten excl BTW bedragen:
MJP ACT 04.06.01. Cadeaubon ter ondersteuning van de lokale handelaars
Artikel 1: Het huidige platform Eur(h)odebon wordt als volgt aangepast:
Artikel 2: Vanaf 1/1/2022 wordt het systeem aankoop eurodebonnen door derden en eurodebonnen als geschenk namens de gemeente in werking gesteld. Specifieke acties waarbij de eurodebonnen deels door de gemeente worden betaald, zijn het voorwerp van een afzonderlijke beslissing.
Artikel 3: Het reglement in bijlage wordt goedgekeurd. Ook supermarkten worden voortaan bij de handelaars gerekend die kunnen participeren op het platform.
De gemeenteraad,
Op 25 oktober 2021 werd het besluit tot wijziging van artikel 135 van het Besluit Vlaamse Regering Rechtspositieregeling van het gemeente- en provinciepersoneel gepubliceerd. Dit besluit verhoogt het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage voor het VIA-personeel naar 3,6%. Dit kadert in de recurrente koopkrachtverhoging overeengekomen in het deelakkoord VIA6 – publieke sector van 22 december 2020. Deze wijziging is enkel van toepassing op de personeelsleden die onder het toepassingsgebied van het deelakkoord VIA6 - koopkracht publieke sector van 22 december 2020 vallen, dus niet op het niet-VIA-personeel. Voor VIA-personeelsleden werkend in de socio-culturele sector geldt deze verhoging van de eindejaarstoelage vanaf 2021.
In het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 werd een akkoord bereikt over de vervroegde uitkanteling van de publieke socio-culturele sector uit de VIA-akkoorden.
In het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 hebben de sociale partners afgesproken om vanaf 2021 voor alle personeelsleden van de lokale en provinciale besturen (dus ook voor het niet-VIA personeel) het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage te verhogen naar 3,6% van het jaarsalaris. Bovendien zal de beperking tot 1/12de van het jaarsalaris afgeschaft worden. Deze wijzigingen zijn op dit moment echter nog niet gepubliceerd.
Minister Somers heeft nu ook in zijn officiële communicatie bevestigd dat in uitvoering van het sectoraal akkoord de verhoging van het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage van 2,5% tot 3,6% van het jaarsalaris reeds moet worden toegepast voor het personeel van de lokale en provinciale besturen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 tot wijziging van artikel 135 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en artikel 98 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de
openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Deelakkoord tussen de sociale partners van de publieke sector over de aanwending van de middelen koopkracht VIA6 van 22 december 2020.
Het zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non profitsectoren voor de periode 2021-2025.
De Vlaamse Regering kent een recurrente compensatieregeling toe aan de lokale besturen (ongeveer 2/3e van de kostprijs van een koopkrachtverhoging van 1,1% voor de niet-VIA personeelsleden bij de lokale besturen).
Het betreft een recurrente koopkrachtverhoging, wat betekent dat het een permanent karakter heeft en dus elk jaar toegekend moet worden, ook na 2025.
Stijging van het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage van 2,5% naar 3,6%.
Meerjarenplan 2020-2025 en aanpassing.
Het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 bepaalt dat de lokale besturen aan alle personeelsleden, ook aan de niet-VIA personeelsleden, vanaf het jaar 2021 dezelfde koopkrachtverhoging van 1,1% toekennen. Dit gebeurt door middel van een verhoging van het variabele gedeelte van de eindejaarstoelage tot 3,6% van het jaarsalaris. Ook voor deze personeelsleden zal de begrenzing van de eindejaarstoelage tot een twaalfde van het jaarsalaris wegvallen. Het rechtspositiebesluit zal ook hiertoe aangepast worden.
Enig artikel: Voor alle personeelsleden die onder het toepassingsgebied van de sectorale akkoorden voor het personeel van de lokale en provinciale besturen vallen maar geen VIA-personeelslid zijn (ook het personeel van de publieke socio-culturele sector - dienst vrije tijd) wordt een recurrente koopkrachtverhoging voorzien d.m.v. de verhoging van de eindejaarstoelage vanaf het jaar 2021, namelijk een verhoging van het variabel gedeelte tot 3,6%.
De gemeenteraad,
In het kader van de bestrijding van modder- en wateroverlast legt de gemeente Sint-Genesius-Rode een erosiepoel aan op een perceel kadastraal gekend te Sint-Genesius-Rode, 1e afdeling, sectie C, nr 479B/Deel 1 gereserveerd perceelsID 479C.
De gemeente heeft hiervoor een omgevingsvergunning met referentie ontvangen.
De provincie Vlaams-Brabant heeft een subsidie van €13.57,52 toegewezen op 7 mei 2020.
De Vlaamse Overheid, dienst omgeving heeft een subsidie van 70.293,90 euro toegewezen. De subsidie bedraagt 75% van het totale bedrag.
De totale ingenomen oppervlakte voor de erosiebestrijdende maatregelen bedraagt 53are88ca bepaald volgens het precad afbakeningsplan nr 017/TK/0240 dd. 3/7/2017 in bijlage.
Voor deze werken moet er een recht van opstal worden afgesloten met de eigenaar, mevrouw Marie-Thérèse de Spoelberch, Avenue des Statuares 88, te 1180 Ukkel en een gebruiksrecht met de gebruiker de NV Agriland, Avenue Pasteur 23 te 1300 Waver. Beide overeenkomsten lopen voor een periode van 20 jaar.
Voor het recht van opstal wordt een eenmalige vergoeding van 0,50€ per m² voorzien met een totale vergoeding voor de voorziene oppervlakte van €2.694,-. De éénmalige vergoeding moet betaald worden binnen de 3 maanden na het verlijden van de akte van recht van opstal.
Aan de gebruiker wordt een 3-jaarlijks te indexeren (volgens de pachtprijscoëfficiënt) vergoeding betaald van € 0,156 /m² betaald of in totaal €840,57 per jaar.
Met de eigenaar en de gebruiker werden al een belofte van recht van opstal en gebruiksovereenkomst afgesloten (zie bijlagen) onder voorbehoud van het verkrijgen van de subsidies en omgevingsvergunning. Daar deze voorwaarden zijn vervuld moeten de beloften omgezet worden in akten te verlijden voor de notaris.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen en latere wijzigingen.
Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2009 betreffende de erosiebestrijding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 20210.
Het erosiebestrijdingsplan van de gemeente Sint-Genesius-Rode werd op 14 september 2010 goedgekeurd door de Vlaamse Overheid.
Er is voldoende krediet voorzien in het meerjarenplan voor de éénmalige vergoeding voor het recht van opstal en de jaarlijkse gebruikersvergoeding onder de jaarbudgetrekening 2021/GGBB-PR-OW/0341-00/61020010/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Gunstig visum 21.032 van Tom VAN HAELST van 13 december 2021
De uitgave voor het recht van opstal en de vergoeding aan de gebruiker worden voorzien onder 2021/GGBB-PR-OW/0341-00/61020010/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
Artikel 1: Een recht van opstal voor een periode van 20 jaar af te sluiten voor de aanleg van een erosiepoel op een veld gelegen langs Hof-ten-Hout, kadastraal gekend te Sint-Genesius-Rode, 1e afdeling, sectie C, nr 479B/Deel 1 gereserveerd perceelsID 479C. Deze overeenkomst wordt afgesloten met mevrouw Marie-Thérèse de Spoelberch, Avenue des Statuares 88, te 1180 Ukkel. De ingenomen oppervlakte bedraagt 53are88ca.
Artikel 2: Een eenmalige vergoeding van €0,50 te voorzien voor het recht van opstal aan de eigenaars van het perceel vermeld onder artikel 1 met een totaal bedrag van €2.694,-.
Artikel 3: Een gebruiksovereenkomst voor een periode van 20 jaar af te sluiten met Agriland, NV Agriland, Avenue Pasteur 23 te 1300 Waver, de gebruiker van de gronden vermeld onder artikel 1.
Artikel 4: Een jaarlijkse vergoeding van €840,57 te betalen gedurende de duur van deze overeenkomst. De vergoeding wordt elke 3 jaar geïndexeerd volgens de pachtprijscoëfficiënt.
Artikel 5: het college te gelasten met de administratieve afhandeling van deze overeenkomsten.
De gemeenteraad,
In de Kwadeplasstraat in Sint-Genesius-Rode zijn er problemen van bodemerosie en water- en modderoverlast ter hoogte van de landbouwterreinen langs de Bosstraat. Bij hevige regenval loopt het water en de modder via de voetweg tussen Bosstraat en Kwadeplasstraat naar de lager gelegen woningen en veroorzaakt daar overlast. De voetweg wordt bij hevige regenval uitgespoeld en moet telkens worden hersteld.
Het college besliste op 6 juni 2019 om een houthakseldam aan te leggen op een landbouwterrein kadastraal gekend te Sint-Genesius-Rode, 2e afdeling sectie E, nr. 5/2F2. Voor deze houthakseldam werd een 10-jarige overeenkomst afgesloten met de gebruiker , de heer Rudi Demol, Frans Deneyerstraat 33 te 1652 Beersel. Het perceel is eigendom van Maria Alderson, 37 Brock Nord, Montréal-Ouest, en Jean Alderson, Rue JB Desmeth 50 te 1140 Brussel.
Bij hevige regenval houdt de houthakseldam niet alle water en modder tegen. Op voorstel van de erosiecoördinator van de provincie Vlaams-Brabant wordt er voorgesteld om een dam aan te leggen naast de houthakseldam die ervoor zorgt dat het water en modder afstromen naar de nabijgelegen weilanden zodat de overlast voor het openbaar- en privé domein wordt beperkt.
De provincie Vlaams-Brabant - dienst waterlopen - heeft een ontwerp 021/TK/0212 opgemaakt voor de aanleg van een geprofileerde dam. Voor de plaatsing van deze dam moet er bijkomend 352 m² worden ingenomen.
De gebruiker krijgt via een beheersovereenkomst met de Vlaamse Landmaatschappij, die loopt tot 31/12/2023, een vergoeding voor een oppervlakte van 2895 m² voor de aanleg en instandhouding van een grasstrook.
Doordat de gemeente een geprofileerde dam aanlegt, vermindert de oppervlakte van de beheersovereenkomst met de VLM met 352 m². Bijgevolg zal de gemeente tot het aflopen van deze beheerovereenkomst een jaarlijkse vergoeding van 36,85 euro betalen (= 352 m² x 0.1047 euro / m²) ter compensatie van het verlies.
Het bedrag wordt door de gemeente betaald ten laatste op 15 juni van elk jaar.
Wanneer de gebruiker ervoor kiest de erosiebestrijdingsmaatregelen, die in deze overeenkomst opgenomen zijn, aan te wenden om te voldoen aan door de overheid opgelegde verplichtingen, zoals de randvoorwaarden erosie, zal de vergoeding in het desbetreffende jaar niet uitbetaald worden. De gebruiker verbindt zich ertoe dit te melden aan de gemeente.
De aanleg van de geprofileerde dam gebeurt door de technische dienst van de gemeente. De kosten voor de huur van de machines wordt geraamd op maximum €5.000,-.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De wet van 29 juli betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2009 betreffende de erosiebestrijding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2010.
Het erosiebestrijdingsplan van de gemeente Sint-Genesius-Rode werd op 14 september 2010 door de Vlaamse Overheid.
De gemeente heeft op 17 februari 2011 een samenwerkingsovereenkomst en afsprakennota afgesloten met de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, Provincieplein 1, 3010 Leuven voor de erosiebestrijding.
De uitgave voor de jaarlijkse gebruiksvergoeding wordt voorzien op het exploitatiebudget 2021/GGBB-PR-OW/0341-00/61020010/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
De uitgave voor de aanleg van de geprofileerde dam wordt voorzien op het investeringsbudget 2021/03.03.06./0341-00/15000000/GEMEENTE/CBS/IP-30.
Artikel 1: Een geprofileerde dam aan te leggen op een landbouwperceel gelegen langs de Bosstraat en kadastraal gekend te Sint-Genesius-Rode, 2e afdeling sectie E, nr. 5/2F5 volgens het plan 021/TK/0212 opgemaakt door de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen. Het ontwerpplan is in bijlage van deze beslissing.
Artikel 2: Een gebruiksovereenkomst af te sluiten met de gebruiker , de heer Rudi Demol, Frans Deneyerstraat 33 te 1652 Beersel voor een inname van 352m². Deze oppervlakte wordt in mindering gebracht van de beheersovereenkomst tussen de VLM en de gebruiker voor de aangelegde grasstrook in het kader van de erosiebestrijding. De gebruiksovereenkomst is in bijlage van deze beslissing.
Artikel 3: De uitgave voor de aanleg van de geprofileerde dam wordt geraamd op maximum €5.000,- voor de huur van het materieel. De uitgave voor de aanleg van de geprofileerde dam wordt voorzien op het investeringsbudget 2021/03.03.06./0341-00/15000000/GEMEENTE/CBS/IP-30.
Artikel 4: De uitgave voor de jaarlijkse gebruiksvergoeding van 36,85 euro wordt voorzien op het exploitatiebudget 2021/GGBB-PR-OW/0341-00/61020010/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
De gemeenteraad,
De gemeente ontvangt steeds vaker regularisatieaanvragen via het omgevingsloket. Enerzijds is dit gelinkt aan het feit dat de opvolging van meldingen van potentiële bouwmisdrijven er het afgelopen jaar sterk is op vooruit gegaan. Anderzijds stelt men vast dat potentiële kopers beter verifiëren of het pand dat zij wensen te verwerven in overeenstemming is met de verleende stedenbouwkundige vergunningen. Dit zorgt ervoor dat de gemeente vandaag de dag veel vaker regularisatieaanvragen dient te behandelen dan enkele jaren terug.
Voor regularisatiedossiers is verder vaker dan gemiddeld overleg nodig tussen architect en gemeente, meestal samen met opzoekingswerk in de gemeentelijke archieven.
Die bijkomende werklast heeft gevolgen voor de burgers die wel de geijkte procedure volgen en een vergunning aanvragen alvorens werken te starten. De gemiddelde doorlooptijd van een omgevingsvergunningsaanvraag is toegenomen, een evolutie waar niemand baat bij heeft.
Artikel 170 §4 van de Grondwet
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
De gecoördineerde omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar uitvoeringsbesluiten van 13 februari 2015 en 27 november 2015 en latere wijzigingen
Decreet van 2 juni 2017 houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning.
Op voorstel van het schepencollege d.d. 9 december 2021
De bijkomende inkomsten die een belasting op het bekomen van een omgevingsvergunning na aanvang van de werken zal innen zijn verantwoord ten einde een gezonde financiële toestand van de gemeente te behouden bij het realiseren van haar doelstellingen. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
De gemeente kan niet anders dan regularisatieaanvragen behandelen en, indien ze in overeenstemming kunnen worden gebracht met de van toepassing zijnde voorschriften, een vergunning verlenen.
Het voorliggend gemeentelijk reglement heeft als doel een duidelijk signaal te geven aan de bouwheren. Men dient in het bezit te zijn van een vergunning alvorens werken uit te voeren.
In bijlage bij dit belastingreglement is een memorie van toelichting gevoegd waarin duiding wordt gegeven bij een aantal bepalingen uit het belastingreglement.
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de aanvragen tot regularisatie via een omgevingsvergunning.
Artikel 2: Belastbaar feit
Omgevingsvergunningsaanvragen die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op regularisaties worden onderworpen aan een gemeentelijke belasting.
DEEL I: DEFINITIES
DEEL II: BELASTING OP DE BEHANDELING VAN REGULARISATIES
Artikel 3: Belastingplichtige
De kohierbelasting op de behandeling van de aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag doet. In het geval er meerdere aanvragers zijn is elke aanvrager hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 4: Tarieven
De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:
Basistarief: aanvraag tot regularisatie: 500 euro. Bij een weigering van de aanvraag blijft de taks beperkt tot dit basistarief.
Bij een vergunning, of een gedeeltelijke vergunning, zijn volgende supplementen van toepassing:
| Categorie* |
Tarief |
| Nieuwbouw m.i.v. zwembaden |
250 euro/m2 |
| Volumeuitbreiding |
250 euro/m2 |
| Verbouwen binnen bestaand volume |
200 euro/m2 |
| Terreinaanlegwerken |
600 euro/are |
| Waterdoorlatend terras/verharding |
20 euro/m2 |
| Niet waterdoorlatend terras/verharding |
100 euro/m2 |
| Vellen van bomen |
10.000 euro |
| Vellen van 1 boom |
500 euro |
| Ontbrekende parkeerplaatsen |
30.000 euro |
| Bijkomende woongelegenheid |
30.000 euro |
| Functiewijziging |
5.000 euro |
* Indien meerdere categorieën van toepassing zijn zal de taks cumulatief worden berekend.
Op een regularisatieaanvraag is de “belasting op de afgifte van administratieve stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename, en een belasting op het bouwen en verbouwen van gebouwen” niet van toepassing.
Artikel 5: Berekening
De aanvrager maakt in zijn aanvraag duidelijk een onderscheid tussen de laatst vergunde toestand en de te regulariseren toestand. Indien de aanvrager van oordeel is dat de regularisatietaks niet op de gehele constructie, verharding, perceel, … van toepassing is zal de aanvrager er voor zorgen dat de vergunningsaanvraag de nodige bewijsstukken bevat. Finaal beslist het college van burgemeester en schepenen over het al dan niet deels vergund zijn van de aanvraag.
In geval van onduidelijkheid, twijfel of bij gebrek aan bewijs is de taks steeds van toepassing op de integrale constructie, verharding, perceel, …
DEEL III: UITZONDERINGEN
Artikel 6: Vrijstelling van de taks
De VCRO bevat een artikel over het vermoeden van vergunning en maakt onderscheid tussen een onweerlegbaar en een weerlegbaar vermoeden van vergunning. Voor Sint-Genesius-Rode betekent dit dat alle constructies opgericht voor 7 maart 1977 als vergund geacht dienen te worden beschouwd. Tenzij het vergund karakter werd tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Voor alle vergund geachte constructies kan de eigenaar op eenvoudig verzoek een formeel schrijven ontvangen waarin de gemeente verklaart dat de constructies als vergund geacht worden beschouwd. Dit kan enkel nadat de gemeente een volledige plannenset heeft ontvangen van de huidige toestand van het goed. Het is de aanvrager die op overtuigende wijze moet aantonen dat de constructies effectief werden opgericht voor 7 maart 1977. De gemeente neemt de plannenset op in haar vergunningenregister.
Artikel 7: Regularisaties van “historische” misdrijven
Constructies van vóór 7 maart 1977 die niet als vergund geacht beschouwd kunnen worden (bijv. omwille van een PV) komen door de evolutie van de wetgeving soms alsnog in aanmerking voor regularisatie. Op deze regularisatieaanvragen is de belasting steeds van toepassing.
Daarnaast is er een onderscheid tussen misdrijven die plaatsvonden na 7 maart 1977 maar die ouder zijn dan 30 jaar en degene die ouder zijn dan 5 jaar. Op deze aanvragen blijft het basistarief van 500 euro per regularisatie onverminderd van toepassing. Voor misdrijven ouder dan 30 jaar dalen de aanvullende tarieven met 20%:
| Categorie* |
Tarief |
| Nieuwbouw m.i.v. zwembaden |
200 euro/m2 |
| Volumeuitbreiding |
200 euro/m2 |
| Verbouwen binnen bestaand volume |
160 euro/m2 |
| Terreinaanlegwerken |
480 euro/are |
| Waterdoorlatend terras/verharding |
16 euro/m2 |
| Niet waterdoorlatend terras/verharding |
80 euro/m2 |
| Vellen van bomen |
8.000 euro |
| Vellen van 1 boom |
4.000 euro |
| Ontbrekende parkeerplaatsen |
24.000 euro |
| Bijkomende woongelegenheid |
24.000 euro |
| Functiewijziging |
4.000 euro |
* Indien meerdere categorieën van toepassing zijn zal de taks cumulatief worden berekend.
Voor misdrijven ouder dan 5 jaar dalen de aanvullende tarieven met 10%:
| Categorie* |
Tarief |
| Nieuwbouw m.i.v. zwembaden |
225 euro/m2 |
| Volumeuitbreiding |
225 euro/m2 |
| Verbouwen binnen bestaand volume |
180 euro/m2 |
| Terreinaanlegwerken |
540 euro/are |
| Waterdoorlatend terras/verharding |
18 euro/m2 |
| Niet waterdoorlatend terras/verharding |
90 euro/m2 |
| Vellen van bomen |
9.000 euro |
| Vellen van 1 boom |
400 euro |
| Ontbrekende parkeerplaatsen |
27.000 euro |
| Bijkomende woongelegenheid |
27.000 euro |
| Functiewijziging |
4.500 euro |
* Indien meerdere categorieën van toepassing zijn zal de taks cumulatief worden berekend.
DEEL IV: BEWIJSLAST
Artikel 8: Vergunde toestand
De aanvrager is verantwoordelijk voor het aantonen van de datum waarop de te regulariseren toestand ontstond. Bij ontbreken of niet overtuigend zijn van het bewijs zal de belasting steeds berekend worden zoals dit het geval is voor de regularisatie van een recent (= niet ouder dan 5 jaar) misdrijf.
Artikel 9: Verminderingen
Voor werkzaamheden uitgevoerd op het grondgebied van twee gemeenten, wordt slechts een regularisatietaks geëist voor het gedeelte van het gebouw/perceel dat werkelijk op het grondgebied van Sint-Genesius-Rode gelegen is.
DEEL V: ALGEMENE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP DEEL I , II en III
Artikel 10: Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: Betaling
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12: Bezwaar
§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar tegen deze gemeentebelasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen. De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging.
§ 2 Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:
§ 3 Het bezwaarschrift moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
§ 4 De bevoegde overheid stuurt binnen vijftien kalenderdagen na het indienen van een bezwaarschrift een ontvangstmelding naar de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger. De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden gestuurd.
§ 5 Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 uitgenodigd worden op een hoorzitting. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wordt gehoord door een personeelslid niveau A van de gemeente. Beide personen ondertekenen het proces-verbaal van het verhoor.
§ 6 Het college van burgemeester en schepenen doet binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift, uitspraak op basis van een met redenen omklede beslissing.
Artikel 13:
DEEL VI: IN WERKING TREDING
Het reglement is van toepassing zijn op alle regularisatie omgevingsvergunningsaanvragen die de gemeente ontvangt vanaf 1 januari 2022.
Artikel 14:
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De gemeenteraad,
De invoering van de omgevingsvergunning door de Vlaamse overheid was een vorm van administratieve vereenvoudiging. De Vlaamse overheid gaf de gemeente een eenmalige subsidie om de investeringen nodig om de digitale dossiers vlot te behandelen te compenseren. In de praktijk zijn die investeringen niet allemaal eenmalig. De software is enkel als “abonnement” beschikbaar en niet als eenmalig aan te schaffen licenties. Ook het up to date houden van de software en de eraan gekoppelde data brengt kosten met zich mee.
Met bovenstaande motivatie -die vandaag nog altijd van toepassing is- besliste de gemeenteraad op 17 december 2019 over de laatste aanpassingen aan het reglement op de "bouwtaks" zoals die van toepassing zal zijn voor de aanslagjaren tot en met 2025.
Om de "bouwtaks" beter af te stemmen op de heden behandelde "regularisatietaks" en vanuit het oogpunt van administratieve vereenvoudiging is het nuttig beide taksen voortaan te koppelen aan vierkante meters.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
De gecoördineerde omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar uitvoeringsbesluiten van 13 februari 2015 en 27 november 2015 en latere wijzigingen
Decreet van 2 juni 2017 houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
In eerste instantie lijkt het veel logischer om het nieuwe reglement voor de regularisatietaks ook in kubieke meters op te maken, en het voorliggende reglement op de bouwtaks ongemoeid te laten.
Om de administratieve werklast niet onnodig op te drijven en de beroepen waar mogelijk te beperken is het voorstel echter om beide reglementen in vierkante meter op te maken. De bouwtaks in kubieke meter is gelinkt aan het feit dat het vroeger niet altijd vergunbaar was om een trap te installeren die toegang gaf tot de zolder. In de praktijk werd die wel vaak geplaatst (wat anno 2021 bij verkoop vaak de aanleiding vormt van een regularisatie). Met of zonder trap, een bouwtaks per kubieke meter belast die zolderverdieping.
Enerzijds is het "verbod" op een dergelijke zoldertrap vandaag een zeldzaamheid. Anderzijds is een taks per vierkante meter eenvoudiger. Zeker bij verbouwingen waar de ontmoeting van het nieuwe en het oude volume niet noodzakelijk beperkt blijft tot de achtergevel.
Vandaar de keuze om dit reglement om te zetten naar vierkante meter. Bedoeling is dit budgetneutraal te doen en in geen geval op een verdoken manier een belastingverhoging door te voeren.
De bouwtaks werkt tot op heden met 3 schijven met 500 en 1.000 kubieke meter als grenswaarden. Men kan stellen dat het dan gaat over kleine, gemiddelde en grote gebouwen/woningen. Met dat onderscheid in het achterhoofd kunnen in de bouwtaks 200 en 400 vierkante meter worden opgenomen als grenswaarden om het onderscheid tussen kleine, gemiddelde en grote gebouwen/woningen te behouden.
De belasting kan dan worden vastgesteld als volgt:
De bouwtaks bevat daarnaast een uitzondering (artikel 6) waarin ook kubieke meters worden gehanteerd: "Alle landbouwannexen (schuren, stallen, loodsen, serres...) die horen bij een in uitbating zijnde vergund landbouwbedrijf al dan niet afgescheiden van het woongedeelte worden onderworpen aan een uniform tarief van €0,30 per m³ zonder inhoudsbeperking."
Dit kan worden behouden of omwille van de uniformiteit worden omgezet in vierkante meters. In dat geval is het iets moeilijker om dit budgetneutraal te doen. Enerzijds heeft de gemeente weinig landbouwzetels op haar grondgebied en dus slechts sporadisch aanvragen die onder deze uitzondering vallen anderzijds variëren de hoogtes van landbouwannexen veel sterker in functie van het gebruik. In tegenstelling tot bij woningen is er veel minder sprake van een vast verband tussen de vierkante meters en de kubieke meters.
Op voorstel van het schepencollege d.d. 9 december 2021.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2022 t.e.m. 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de afgifte van administratieve stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename, en een belasting op het bouwen en verbouwen van gebouwen.
DEEL I: BELASTING OP DE BEHANDELING VAN AANVRAGEN VOOR HET VERKRIJGEN VAN EEN OMGEVINGSVERGUNNING OF AKTENAME
Artikel 2: Belastingplichtige
De kohierbelasting op de behandeling van de aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename, is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het belastbaar stuk aanvraagt. Voor de definitie van onderstaande begrippen wordt verwezen naar het toepasselijk decreet op de omgevingsvergunning.
Artikel 3: Berekeningsgrondslag en tarief
De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:
Vergunningsaanvraag te behandelen volgens de gewone procedure:
Vergunningsaanvraag te behandelen volgens de vereenvoudigde procedure:
Aktename:
Vergunningsaanvragen voor het verkavelen van gronden - €200 per lot
Aanvragen voor het bijstellen van een verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden - €200
Omzetting van een milieuvergunning voor 20 jaar naar een permanente vergunning - €200
Stedenbouwkundig attest/Planologisch attest - €200
Ingeval er meerdere bedragen van toepassing zijn, dienen de bedragen cumulatief te worden toegepast.
DEEL II: BELASTING OP HET BOUWEN EN VERBOUWEN VAN GEBOUWEN
Artikel 4: Belastingplichtige
De kohierbelasting is verschuldigd door de houder van de bouwvergunning.
De eigenaar van het gebouw is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Ingeval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van het gebouw hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting word berekend op basis van het ingediende plan en de statistische gegevens zoals opgenomen in de omgevingsvergunningsaanvraag.
De berekening gebeurt naar rato van de totale oppervlakte van het gebouw, met inbegrip van de buitenmuren, de bruikbare ondergrondse gedeelten (kruipkelders worden dus niet niet belast) en de zolders.
De gemene muren worden slechts voor de helft van hun dikte in aanmerking genomen.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
Deze tarieven zijn van toepassing zowel op de hoofd- als op de bijgebouwen, al dan niet rechtstreeks met het hoofdgebouw verbonden, met uitzondering van de gebouwen, vermeld onder artikel 6.
Bij verbouwing wordt alleen het vergrote/verhoogde deel aan de belasting onderworpen.
In geval van heropbouw na sloping of brand wordt slechts het verschil tussen de oude en de nieuwe oppervlakte aan de taks onderworpen, doch enkel indien de nieuwe oppervlakte groter is dan de oude.
Het toe te passen tarief bij de berekening van de belasting is afhankelijk van de vroegere of reeds bestaande oppervlakte.
Artikel 6: Uitzonderingen
Alle landbouwannexen (schuren, stallen, loodsen, serres...) die horen bij een in uitbating zijnde vergund landbouwbedrijf al dan niet afgescheiden van het woongedeelte worden onderworpen aan een uniform tarief van €0,30 per m³ zonder inhoudsbeperking.
Artikel 7: Vrijstellingen
1. het bouwen van gebouwen door de bouwmaatschappijen tot nut van het algemeen,
2. de constructie en reconstructie van gebouwen bestemd voor de openbare diensten van de staat, de gewesten, de provincies, de gemeenten en de ondergeschikte besturen,
3. het bouwen, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van gebouwen zonder winstoogmerk, die ofwel bestemd zijn voor de uitoefening van erediensten of van onderwijs, ofwel aangewezen zijn als hospitalen, klinieken, dispensaria, bejaardentehuizen of andere gelijkaardige welzijnsinrichtingen; voor wat de toepassing van deze alinea betreft, wordt de betaling van de taks opgeschort gedurende een periode van 5 jaar, aanvangend zodra het gebouw onder dak is en voor zover uit een door het schepencollege ingesteld onderzoek blijkt dat geen lucratief doel wordt nagestreefd. Mocht deze situatie in de loop van bedoelde periode veranderen, dan is de taks onmiddellijk betaalbaar. Na aldus vijf jaar te zijn opgeschort is de belasting niet meer eisbaar.
Artikel 8: Verminderingen
1. voor gebouwen, opgericht op het grondgebied van twee gemeenten, wordt slechts bouwbelasting geëist voor het gedeelte van de bouw dat werkelijk op het grondgebied van Sint-Genesius-Rode gelegen is,
2. voor een woning, gebouwd door een groot gezin wordt de bouwbelasting verminderd met 20%, 30%, 40% of 50% voor respectievelijk 3, 4, 5, of 6 kinderen en meer ten laste, waarvoor kinderbijslag wordt uitgekeerd.
Artikel 9: Indien er binnen de vergunningsperiode niet wordt gebouwd kan de vergunninghouder een aanvraag indienen, gericht aan het college voor burgemeester en schepenen, tot terugbetaling van de reeds betaalde bouwtaks na het verval van de vergunning.
DEEL III: ALGEMENE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP DEEL I en DEEL II
Artikel 10: Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: Betaling
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12: Bezwaar
§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar tegen deze gemeentebelasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen. De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging.
§ 2 Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:
1° de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingschuldige ten laste van wie de belasting gevestigd wordt;
2° het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen.
§ 3 Het bezwaarschrift moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
§ 4 De bevoegde overheid stuurt binnen vijftien kalenderdagen na het indienen van een bezwaarschrift een ontvangstmelding naar de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger. De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden gestuurd.
§ 5 Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 uitgenodigd worden op een hoorzitting. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wordt gehoord door een personeelslid niveau A van de gemeente. Beide personen ondertekenen het proces-verbaal van het verhoor.
§ 6 Het college van burgemeester en schepenen doet binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift, uitspraak op basis van een met redenen omklede beslissing.
Artikel 13: Dit belastingreglement vervangt integraal het belastingreglement op de afgifte van bestuurlijke stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename en een belasting op het bouwen en verbouwen van gebouwen van 19 december 2017
Artikel 14: Dit belastingreglement treedt in werking op 01 januari 2022.
Artikel 15: Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De gemeenteraad,
Het centraal kerkbestuur heeft het gecoördineerd budget 2022 van de drie kerkfabrieken (O.L.V. Oorzaak onze Blijdschap, Sint-Genesius en Sint-Barbara) ingediend bij de gemeente. Als het budget 2022 past binnen het laatste goedgekeurde meerjarenplan van de kerkfabriek, wat het geval is voor alle drie de kerkfabrieken, neemt de gemeenteraad er kennis van.
De jaarlijkse exploitatietoelage aan de kerkfabrieken is voorzien onder de jaarbudgetrekening 2022/GGBB-IZ-FI/0790-01/64940000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN (Sint-Genesius), 2021/GGBB-IZ-FI/0790-02/64940000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN (Sint-Barbara) en 2021/GGBB-IZ-FI/0790-03/64940000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN (OLV Oorzaak onzer Blijdschap).
De gemeente heeft van het erkende representatief orgaan, het Aartsbisdom Mechelen-Brussel, een gunstig advies gekregen wat betreft het budget 2022 van de drie kerkfabrieken. De financieel directeur heeft het gecoördineerd budget 2022 van de drie kerkfabrieken nagekeken en stelde geen onregelmatigheden vast.
Artikel 1: De gemeentelijke exploitatietoelagen voorzien in het gecoördineerde budget 2022 van de drie kerkfabrieken passen binnen het gecoördineerd meerjarenplan 2020-2025 van de drie kerkfabrieken dat werd vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 2019. De gemeenteraad neemt er bijgevolg kennis van.
Artikel 2: In 2022 zal er een gemeentelijke exploitatietoelage betaald worden van 25.663,02 EUR aan de kerkfabriek Sint-Genesius en 8.318,86 EUR aan de kerkfabriek Sint-Barbara. De kerkfabriek OLV Oorzaak onzer Blijdschap heeft nog een overschot van vorige dienstjaren. Deze laatste ontvangt in 2022 geen gemeentelijke exploitatietoelage.
In 2022 zal er een gemeentelijke investeringstoelage betaald worden van 20.000 EUR aan de kerkfabriek OLV Oorzaak onzer Blijdschap en 68.680 EUR aan de kerkfabriek Sint-Barbara. Voor zover de voorziene investeringen effectief werden uitgevoerd na een marktbevraging en de nodige verantwoordingsstukken werden voorgelegd.
Artikel 3: Een afschrift van dit besluit zal genotificeerd worden aan de toezichthoudende overheid, het centraal kerkbestuur, de drie kerkfabrieken en het erkend representatief orgaan.
De gemeenteraad,
In het meerjarenplan 2020-2025 is er jaarlijks een budget van 5.000 euro voorzien om ontwikkelingsprojecten of projecten die de welvaart van de lokale bevolking in ontwikkelingslanden bevorderen financieel te ondersteunen. Tot op heden worden dergelijke aanvragen voor financiële steun in de gemeente ad hoc behandeld en nominatief goedgekeurd door de gemeenteraad binnen de perken van het beschikbaar budget.
Door te werken met een subsidiereglement wil het lokaal bestuur het budget eerlijk en billijk verdelen over meerdere projecten en indirect zijn steentje bijdragen aan de verbetering van de leefsituatie van de plaatselijke bevolking.
Het uitgavenkrediet voor deze steun aan derde wereldprojecten is voorzien in het meerjarenplan van de gemeente onder de jaarbudgetrekening dj/GGBB-IZ-FA/0160-00/64930000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Op basis van onderhavig reglement kunnen de aanvragen om een project in een Ontwikkelingsland financieel te ondersteunen op een uniforme en efficiënte manier behandelt worden.
Enig artikel: Het reglement en het aanvraagformulier in bijlage voor het verkrijgen van een subsidie voor een project in een Ontwikkelingsland wordt goedgekeurd en zal in werking treden vanaf 1 januari 2022.
De gemeenteraad,
Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast en worden de kredieten voor het volgende boekjaar vastgesteld. Als dat nodig is kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Bij deze derde aanpassing van het meerjarenplan werden een aantal aanpassingen doorgevoerd op de kredieten van 2021. Het merendeel van de aanpassingen slaan evenwel op de kredieten van 2022.
- het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 voor de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
- het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
- de omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Gunstig advies van het Overlegcomité gemeente-OCMW d.d. 1/12/2021.
Gunstig advies van het MAT d.d. 23/11/2021.
Bij deze derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 werden de diverse jaarbudgetrekeningen nagezien samen met de betrokken budgetverantwoordelijken. Indien nodig werden de ontvangsten- en uitgavenkredieten in meer of in min aangepast. Al de aangebrachte aanpassingen die een budgettaire impact hebben zijn terug te vinden in het meerjarenplan dat heden voorligt onder de rubriek motivering van de wijzigingen. De overige aanpassingen die geen budgettaire weerslag hebben zijn niet opgenomen in de motivering van de wijzigingen. Het gaat om correcties op jaarbudgetrekeningen waar bij de initiële opmaak van het meerjarenplan een verkeerd beleidsveld of algemene rekening werd gebruikt. Het krediet werd enkel verschoven.
Met 15 stemmen voor (Pierre ROLIN, Miguel DELACROIX, Philippe DE VLEESCHOUWER, Nicolas KUCZYNSKI, Aline DE GREEF, Diane DE PRET, Françoise GAUTHIER, Caroline LOUVEAUX, Saba PARSA, Alain WAHBA, Sophie ROHONYI, Edouard HERINCKX, Dominique NEIRYNCK, Françoise BRESSON, Damien Carly), 7 onthoudingen (Anne SOBRIE, Bruno STOFFELS, Raf STOFFELS, Marijke CORTVRIENDT, Patrick DE CAUWER, Jan ROMBAUT, Roland SWALENS)
Artikel 1: De gemeenteraad stelt haar deel van de derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 vast.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt het deel van de derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld op 20 december 2021.
Artikel 3: De gemeenteraad stelt de bijlage bij dit besluit met de aanpassingen van de financiële nota, de aangepaste toelichting en de motivering van de wijzigingen van deze derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 vast.
Artikel 4: De derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 zal binnen de 10 dagen na de vaststelling worden gepubliceerd op de web toepassing van de gemeente met vermelding van de publicatiedatum en zal op de dag van de publicatie ook gemeld worden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur via het loket voor lokale besturen.
De gemeenteraad,
Onderhavig punt wordt door de heer burgemeester aan de gemeenteraad voorgelegd bij gebrek aan consensus in de schoot van het schepencollege van 9 december 2021, bij toepassing van artikel 107 van de Nieuwe Gemeentewet.
Op 9 december 2021 werd op het college geen consensus bereikt over de duurtijd van voorliggend belastingreglement.
De Vlaamse Belastingdienst int de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor rekening van de gemeente. De gemeenteraad legt het tarief daarvoor volledig autonoom vast in een besluit. Dat besluit moet uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar vastgesteld zijn en steeds voor 1 maart van het aanslagjaar gemeld worden via het loket voor lokale besturen. Gemeenteraadsbesluiten die voor meerdere aanslagjaren geldig zijn dienen slechts 1 maal gemeld te worden via het Loket.
De opbrengsten van de opcentiemen op de onroerende voorheffing zijn in het exploitatiebudget voorzien onder de jaarbudgetrekening dj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73000000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Gehoord het voorstel van amendement zoals geformuleerd door de voorzitter om de opcentiemen op de onroerende voorheffing enkel vast te leggen voor het aanslagjaar 2022.
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Artikel 1: Voor het aanslagjaar 2022 worden ten bate van de gemeente 652 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Artikel 2: De vestiging en de inning van de opcentiemen op de onroerende voorheffing gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
De gemeenteraad,
Onderhavig punt wordt door de heer burgemeester aan de gemeenteraad wordt voorgelegd bij gebrek aan consensus in de schoot van het schepencollege van 9/12/2021, bij toepassing van artikel 107 van de Nieuwe Gemeentewet.
Op 9 december 2021 werd op het college geen consensus bereikt over de duurtijd van voorliggend belastingreglement.
De Federale Overheidsdienst Financiën int de aanvullende personenbelasting voor rekening van de gemeente. De gemeenteraad legt het tarief daarvoor volledig autonoom vast in een besluit. Dat besluit moet uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar vastgesteld zijn en steeds voor 1 maart van het aanslagjaar gemeld worden aan de Federale Overheidsdienst Financiën. Gemeenteraadsbesluiten die voor meerdere aanslagjaren geldig zijn dienen slechts 1 maal gemeld te worden.
De opbrengsten van de opcentiemen op de personenbelasting zijn in het exploitatiebudget voorzien onder de jaarbudgetrekening dj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73010000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Gehoord het voorstel van amendement zoals geformuleerd door de voorzitter om aanvullende personenbelasting enkel vast te leggen voor het aanslagjaar 2022.
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Artikel 1: Voor het aanslagjaar 2022 wordt ten bate van de gemeente een tarief van 6% gevestigd.
Artikel 2: De vestiging en de inning van de aanvullende personenbelasting gebeurt door de Federale Overheidsdienst Financiën. Deze laatste rekent hiervoor een administratieve inningskost aan van 1%.
De gemeenteraad,
Onderhavig punt wordt door de heer burgemeester aan de gemeenteraad voorgelegd bij gebrek aan consensus in de schoot van het schepencollege van 18 november 2021, bij toepassing van artikel 107 van de Nieuwe Gemeentewet.
De Algemene Vergadering van Raad van State heeft op 22 september 2021 drie arresten uitgesproken waarbij vernietigingsbesluiten van de minister van Binnenlands Bestuur aangaande besluiten van de gemeenteraad (bijhouden taalregister en oproepingsbrieven verkiezingen), ten gronde nietig werden verklaard.
Het college gaf n.a.v. de kennisneming van deze arresten op 21 oktober 2021 de opdracht om een neutraal artikel te voorzien in de gemeentekrant van december.
Er werd geen consensus bereikt over de volgende 2 voorstellen:
Op 22 september 2021 velde de Raad van State een arrest waarin bevestigd wordt dat wie het wenst gemeentelijke documenten automatisch in het Frans kan verkrijgen. Deze keuze wordt vier jaar lang in een register bijgehouden. Na vier jaar moet de aanvraag vernieuwd worden.
Je kan jouw aanvraag indienen via de gemeentelijke website: www.sint-genesius-rode.be/nl/taalkeuze.
Alternatief voorstel:
De paritair samengestelde Algemene Vergadering van Raad van State heeft op 22 september 2021 drie arresten uitgesproken.
Deze drie arresten wijzen het door de gemeente ingestelde beroep toe .
De in deze zaak aangevochten besluiten van het Vlaamse Gewest worden nietig verklaard door de Raad van State.
Het betreft de drie volgende beroepen:
- het beroep tegen de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur van 26 juni 2017, waarbij de beslissing van het schepencollege van 24 november 2016 betreffende de uitvoering van de uitspraak van de Raad van State over de taalfaciliteiten, alsook de daarop volgende beraadslaging van de gemeenteraad van 16 mei 2017, werd vernietigd;
- het beroep tegen de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur van 2 oktober 2018, waarbij de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2018 betreffende de verzending van de verkiezingsuitnodigingen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 is vernietigd;
- het beroep tegen de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur van 5 mei 2019, waarbij de beslissing van de Gemeenteraad van 23 april 2019 betreffende de organisatie van de federale, gewestelijke en Europese verkiezingen en het drukken van de verkiezingsberichten voor deze verkiezingen van 9 mei 2019 nietig werd verklaard.
In elk van deze drie zaken worden de bestreden beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur nietig verklaard, zoals gevraagd door het gemeentebestuur
Ten gronde herinnert de Raad van State aan zijn rechtspraak sinds 2014 betreffende de toepassing van taalfaciliteiten in randgemeenten en dat de inwoners van de betrokken randgemeenten – middels een brief – kunnen kiezen om in het Frans te worden bediend, welke keuze geldt voor vier jaar en na afloop kan worden hernieuwd voor weer een termijn van vier jaar.
De Raad van State benadrukt dat deze interpretatie, die sindsdien behoort te worden gegeven aan de rechten van de personen die in de randgemeenten wonen en waaraan de Vlaamse regering niet mag voorbijgaan, is intussen door de Raad van State herhaaldelijk bevestigd geworden.
De Raad van State benadrukt dat de motieven van de bestreden beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur niet deugdelijk zijn.
De Raad van State benadrukt ook dat het Vlaams gewest zich tegen de interpretatie niet nuttig kan beroepen op arresten die dateren van vóór ’s Raads arresten met betrekking tot – ten opzichte van de laatst vermelde datum – posterieure feiten.
Een algemeen verbod om een eventuele taalvoorkeur van de inwoners te registreren, kan niet worden gelezen in de Grondwet, noch in enige bepaling van de bestuurstaalwet.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 107
Na beraadslaging
Met 10 stemmen voor (Pierre ROLIN, Miguel DELACROIX, Nicolas KUCZYNSKI, Caroline LOUVEAUX, Saba PARSA, Alain WAHBA, Sophie ROHONYI, Edouard HERINCKX, Françoise BRESSON, Damien Carly), 7 stemmen tegen (Anne SOBRIE, Bruno STOFFELS, Raf STOFFELS, Marijke CORTVRIENDT, Patrick DE CAUWER, Jan ROMBAUT, Roland SWALENS), 5 onthoudingen (Philippe DE VLEESCHOUWER, Aline DE GREEF, Diane DE PRET, Françoise GAUTHIER, Dominique NEIRYNCK)
Enig artikel: Op de website van het lokaal bestuur en in de volgende gemeentekrant volgend artikel te publiceren:
De paritair samengestelde Algemene Vergadering van Raad van State heeft op 22 september 2021 drie arresten uitgesproken.
Deze drie arresten wijzen het door de gemeente ingestelde beroep toe.
De in deze zaak aangevochten besluiten van het Vlaamse Gewest worden nietig verklaard door de Raad van State.
Het betreft de drie volgende beroepen:
- het beroep tegen de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur van 26 juni 2017, waarbij de beslissing van het schepencollege van 24 november 2016 betreffende de uitvoering van de uitspraak van de Raad van State over de taalfaciliteiten, alsook de daarop volgende beraadslaging van de gemeenteraad van 16 mei 2017, werd vernietigd;
- het beroep tegen de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur van 2 oktober 2018, waarbij de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2018 betreffende de verzending van de verkiezingsuitnodigingen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 is vernietigd;
- het beroep tegen de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur van 5 mei 2019, waarbij de beslissing van de Gemeenteraad van 23 april 2019 betreffende de organisatie van de federale, gewestelijke en Europese verkiezingen en het drukken van de verkiezingsberichten voor deze verkiezingen van 9 mei 2019 nietig werd verklaard.
In elk van deze drie zaken worden de bestreden beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur nietig verklaard, zoals gevraagd door het gemeentebestuur.
Ten gronde herinnert de Raad van State aan zijn rechtspraak sinds 2014 betreffende de toepassing van taalfaciliteiten in randgemeenten en dat de inwoners van de betrokken randgemeenten – middels een brief – kunnen kiezen om in het Frans te worden bediend, welke keuze geldt voor vier jaar en na afloop kan worden hernieuwd voor weer een termijn van vier jaar.
De Raad van State benadrukt dat deze interpretatie, die sindsdien behoort te worden gegeven aan de rechten van de personen die in de randgemeenten wonen en waaraan de Vlaamse regering niet mag voorbijgaan, intussen door de Raad van State herhaaldelijk bevestigd is geworden.
De Raad van State benadrukt dat de motieven van de bestreden beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur niet deugdelijk zijn.
De Raad van State benadrukt ook dat het Vlaams gewest zich tegen de interpretatie niet nuttig kan beroepen op arresten die dateren van vóór ’s Raads arresten met betrekking tot – ten opzichte van de laatst vermelde datum – posterieure feiten.
Een algemeen verbod om een eventuele taalvoorkeur van de inwoners te registreren, kan niet worden gelezen in de Grondwet, noch in enige bepaling van de bestuurstaalwet.
De voorzitter sluit de zitting op 21/12/2021 om 22:20.
Namens gemeenteraad,
Bart DEVISCH
algemeen directeur
Pierre ROLIN
burgemeester-voorzitter