De voorzitter opent de zitting op 20/12/2021 om 20:02.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Enig artikel: De notulen en het zittingsverslag van de openbare vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 22 november 2021 worden éénparig goedgekeurd.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Het OCMW is eigenaar van een perceel grond met bergplaats gelegen te 3140 Keerbergen, Schaleken, gekadastreerd afdeling 24048, sectie D, nummer 0012YP000 en 0012W2P0000 voor een oppervlakte van 15are en 41ca. Dit eigendom heeft het OCMW in 2017 verworven naar aanleiding van de verdeling van de nalatenschap van wijlen mevrouw Dewaerheyd Lucie, overleden op 21 januari 2017.
Op 30 juni 2021 besliste het Vast Bureau dat de administratie de nodige stappen kon ondernemen om een schattingsverslag te laten opmaken enerzijds met het oog op een mogelijke verkoop van het perceel. Anderzijds werd beslist dat een tuinaannemer mocht worden aangesteld om de gevaarlijk overhellende bomen op het perceel te laten snoeien en of te rooien. Er werd ondertussen een kapvergunning aangevraagd bij het Agentschap Natuur en Bos en er werd een aannemer gevonden die de snoei- en rooiingswerken kan uitvoeren voor 3.275 euro exclusief btw.
Per 25 oktober 2021 kreeg de financieel directeur per mail van de heer Croes Pascal en diens echtgenote Troch Cynthia, die wonen in het aanpalende terrein op het adres Schaleken 19 te 3140 Keerbergen het bod om het hogergenoemde perceel onderhands te kopen tegen de prijs van 240.000 euro. De heer Croes Pascal stelde een landmeter aan om de waarde van het perceel te schatten en informeerde zich bij de dienst stedenbouw van de gemeente Keerbergen betreffende de bestemming van het perceel en de mogelijkheden op het perceel onderhouds te kopen. Het bod is geldig tot 31 december 2021 en onder de opschortende voorwaarde van het bekomen van een lening van de bank en het bekomen van een gunstig stedenbouwkundig attest dat het eigendom kan beschouwd worden als een bouwgrond voor open bebouwing.
Artikel 293 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat onroerende goederen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn altijd vervreemd worden volgens de principes van de mededinging en transparantie, behalve als er een motivering wordt gegeven voor een afwijking daarvan. Een openbare verkoop is niet verplicht, onderhands kan evenzeer worden verkocht voor zover er voldoende bekendmaking/publiciteit gemaakt werd rond het gegeven dat het bestuur het perceel wenst te verkopen.
Het vast bureau besliste op 16 november 2021 om de raad voor maatschappelijk welzijn te adviseren om het bod af te slaan en om het perceel onderhands of openbaar te verkopen voor minimaal 240.000 euro.
Artikel 1: Neemt kennis van het bod van de heer Croes Pascal en Troch Cynthia om het perceel gekadastreerd Keerbergen 1ste afdeling - Schaleken - Sectie D nr.12/W2 onderhands te kopen voor 240.000 euro.
Artikel 2: Aanvaard dit bod niet en beslist om het betrokken perceel openbaar te verkopen tegen minimaal 240.000 euro.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Minstens één keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast en worden de kredieten voor het volgend boekjaar vastgesteld. Als dat nodig is kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Bij deze derde aanpassing van het meerjarenplan werden een aantal aanpassingen doorgevoerd op de kredieten van 2021. Het merendeel van de aanpassingen slaan evenwel op de kredieten van 2022.
- het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 voor de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
- het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
- de omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Gunstig advies van de interne sturingscommissie en het overlegcomité gemeente-OCMW d.d. 13 december 2021.
Gunstig advies van het MAT van 23 november 2021.
Bij deze derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 werden de diverse jaarbudgetrekeningen nagezien samen met de betrokken budgetverantwoordelijken. Indien nodig werden de ontvangsten- en uitgavenkredieten in meer of in min aangepast. Al de aangebrachte aanpassingen die een budgettaire impact hebben zijn terug te vinden in het meerjarenplan dat heden voorligt onder de rubriek motivering van de wijzigingen. De overige aanpassingen die geen budgettaire impact hebben zijn niet opgenomen in de motivering van de wijzigingen. Het gaat om correcties op jaarbudgetrekeningen waar bij de initiële opmaak van het meerjarenplan een verkeerd beleidsveld of algemene rekening werd gebruikt. Het krediet werd enkel verschoven.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn stelt haar deel van de derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 vast.
Artikel 2: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de aanpassing van de financiële nota, de aangepaste toelichting en de motivering van de wijziging van deze derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 goed.
Artikel 3: De derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 zal binnen de 10 dagen na de vaststelling worden gepubliceerd op de website van de gemeente met vermelding van de publicatiedatum en zal op de dag van de publicatie ook gemeld worden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur via het loket voor lokale besturen.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
De geldende rechtspositieregeling van het Lokaal Betuur Rode, beslissing d.d. R.M.W. 16 december 2019.
Artikel 186 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de Raad voor Maatschappelijk Welzijn de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement vaststelt.
Artikel 218 van het Besluit Rechtspositieregeling.
Programmawet van 20 december 2020 waarbij het geboorteverlof voor contractuele personeelsleden opgetrokken werd naar 15 werkdagen vanaf 1 januari 2021 en naar 20 werkdagen vanaf 1 januari 2023.
24.09.2021 BVR wijz. art. 136 en 209 van het BVR 07.12.2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betr. de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en art. 99 van het BVR 12.11.2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De nieuwe regeling voor de statutaire personeelsleden werd op 14 oktober 2021 gepubliceerd in het B.S.
Enig artikel: De behandeling van dit punt te verdagen.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Op 25 oktober 2021 werd het besluit tot wijziging van artikel 135 van het Besluit Vlaamse Regering Rechtspositieregeling van het gemeente- en provinciepersoneel gepubliceerd. Dit besluit verhoogt het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage voor het VIA-personeel naar 3,6%. Dit kadert in de recurrente koopkrachtverhoging overeengekomen in het deelakkoord VIA6 – publieke sector van 22 december 2020. Deze wijziging is enkel van toepassing op de personeelsleden die onder het toepassingsgebied van het deelakkoord VIA6 - koopkracht publieke sector van 22 december 2020 vallen, dus niet op het niet-VIA-personeel.
In het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 werd een akkoord bereikt over de vervroegde uitkanteling van de publieke socio-culturele sector uit de VIA-akkoorden.
In het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 hebben de sociale partners afgesproken om vanaf 2021 voor alle personeelsleden van de lokale en provinciale besturen (dus ook voor het niet-VIA personeel) het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage te verhogen naar 3,6% van het jaarsalaris. Bovendien zal de beperking tot 1/12de van het jaarsalaris afgeschaft worden. De rechtsbesluiten zijn wel nog niet aangepast aan deze afspraken.
Minister Somers heeft nu ook in zijn officiële communicatie bevestigd dat in uitvoering van het sectoraal akkoord de verhoging van het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage van 2,5% tot 3,6% van het jaarsalaris reeds moet worden toegepast voor het personeel van de lokale en provinciale besturen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 tot wijziging van artikel 135 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en artikel 98 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de
openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Deelakkoord tussen de sociale partners van de publieke sector over de aanwending van de middelen koopkracht VIA6 van 22 december 2020.
Het zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non profitsectoren voor de periode 2021-2025.
De Vlaamse Regering kent een recurrente compensatieregeling toe aan de lokale besturen (ongeveer 2/3e van de kostprijs van een koopkrachtverhoging van 1,1% voor de niet-VIA personeelsleden bij de lokale besturen).
Het betreft een recurrente koopkrachtverhoging, wat betekent dat het een permanent karakter heeft en dus elk jaar toegekend moet worden, ook na 2025.
Stijging van het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage van 2,5% naar 3,6%.
Meerjarenplan 2020-2025 en aanpassing.
Het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 bepaalt dat de lokale besturen aan alle personeelsleden, ook aan de niet-VIA personeelsleden, vanaf het jaar 2021 dezelfde koopkrachtverhoging van 1,1% toekennen. Dit gebeurt door middel van een verhoging van het variabele gedeelte van de eindejaarstoelage tot 3,6% van het jaarsalaris. Ook voor deze personeelsleden zal de begrenzing van de eindejaarstoelage tot een twaalfde van het jaarsalaris wegvallen. Het rechtspositiebesluit zal ook hiertoe aangepast worden.
Enig artikel: Voor alle personeelsleden die onder het toepassingsgebied van de sectorale akkoorden voor het personeel van de lokale en provinciale besturen vallen maar geen VIA-personeelslid zijn (ook het personeel van de publieke socio-culturele sector - dienst vrije tijd) wordt een recurrente koopkrachtverhoging voorzien d.m.v. de verhoging van de eindejaarstoelage vanaf het jaar 2021, namelijk een verhoging van het variabel gedeelte tot 3,6%.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Het reglement van de mantelzorgpremie dient aangepast te worden omwille van de wijziging van BEL- Profielschaal naar BelRAI-schaal.
Een BelRAI inschaling van 6 op IADL en ADL samen wordt als zorgbehoevende beschouwd (20€/maand). Een BelRai-schaal vanaf 13 wordt als zwaar zorgbehoevende beschouwd (40€/maand). De andere inschalingsmethodes zullen de komende jaren stelselmatig verdwijnen ten gunste van de nieuwe BelRai-inschaling.
BelRAI
BelRAI© laat toe een globale beoordeling te maken van een persoon zijn fysieke, cognitieve, psychische en sociale zorgnoden. Dit wordt systematisch ingevoerd in de verschillende zorgsectoren. De thuisdiensten gebruiken de BelRAI screener sinds juni 2021, het woonzorgcentrum zal dit in de loop van volgend jaar implementeren voor een uitrol tegen juni 2023.
BelRAI© is dus een hulpmiddel voor zorgverleners en zorgorganisaties om de noden en het functioneren van kwetsbare personen of personen in een complexe zorgsituatie op te volgen.
De BelRAI© beoordelingsinstrumenten zijn gebaseerd op wetenschappelijk gevalideerde instrumenten van interRAI. De interRAI instrumenten leveren ook gevalideerde algoritmen die op basis van de verzamelde informatie berekeningen maken met betrekking tot het functioneren van de persoon, zijn zorgrisico’s en zijn sterkten en zwakten. De algoritmen geven ook aan wat de aandachtspunten van de persoon zijn en laten de zorgverlener toe een kwaliteitsvol zorgplan op te stellen.
Alle gegevens worden opgeslagen in de centrale BelRAI©-databank zodat ze met alle betrokken zorgverleners kunnen worden gedeeld
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 art. 78 bepaalt dat de Raad voor Maatschappelijk Welzijn exclusief bevoegd is voor het vaststellen van andere reglementen dan die over de personeelsaangelegenheden.
Het invoeren van de BEL-RAi screener voor de erkende diensten gezinszorg wordt geregeld regelgeving van het decreet Vlaamse Sociale Bescherming en het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en uitvoeringsbesluiten.
geen
De evaluatie van de score van de zorgbehoevende persoon moet vastgesteld worden door middel van een actueel geldend attest afgeleverd door een erkende zorgverlener/organisatie of overheid.
Met ingang van 01/07/2021 kunnen nieuwe inschalingen niet meer gebeuren met de BEL-RAI-profielschaal, maar dient de nieuwe BEL-RAI screener te worden ingevuld door de erkende diensten gezinszorg.
Enig artikel : Akkoord om met onmiddellijke ingang het reglement van de mantelzorgpremie aan te passen zoals voorgesteld in bijlage.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
De raad voor maatschappelijk welzijn besliste op 17/08/2015 om bij de ingebruikname van het nieuwe woonzorgcentrum de ligdagprijs voor definitieve opname te verhogen naar respectievelijk 55, 60 en 65 euro afhankelijk van het inkomen en sociaal onderzoek. Voor de bestaande bewoners werd deze verhoging van de ligdagprijs gespreid ingevoerd over 24 maanden. Voor de nieuwe opnames werd de nieuwe ligdagprijzen onmiddellijk toegepast. Sindsdien is er geen indexatie meer geweest van de ligdagprijs.
Het vast bureau van 19 oktober 2021 gaf een positief advies voor een automatische jaarlijkse indexering van de dagprijzen voor definitieve opname op basis van de evolutie van de consumptie index van de maand september.
De opbrengsten van de residenten van het woonzorgcentrum zijn in het meerjarenplan voorzien in het exploitatiebudget onder de jaarbudgetrekening 2020/OGBB-ZO-WZ/0953-01/70250010/OCMW/RVMW/IP-GEEN.
Het Agentschap Zorg en Gezondheid bepaalt dat een ouderenvoorziening de prijzen van de verschillende kamer- en opvangtypes éénmaal per jaar mag indexeren, hiervoor is geen goedkeuring nodig. De voorziening moet de indexering meedelen aan het Agentschap via het e-loket en de nieuw geïndexeerde prijzen moeten minstens 30 dagen vóór hun toepassing aan het agentschap en de bewoners worden meegedeeld. Hoeveel de prijs dan verhoogd mag worden, hangt af van de evolutie van de consumptie index van dat jaar. De index wordt automatisch berekend in het e-loket van het Agentschap Zorg en Gezondheid.
De consumptie index van de maand september 2021 (137,76) is met 2,86% gestegen ten opzichte van de consumptie index van de maand september 2020 (133,93). De nieuwe ligdagprijzen voor definitieve opnamen verhogen bijgevolg naar respectievelijk 56,57€, 61,72€ en 66,86€.
Artikel 1: De ligdagprijzen voor definitieve opname in het woonzorgcentrum worden vanaf 1 januari 2022 automatisch en jaarlijks geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index van de maand september.
Artikel 2: Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 zullen bijgevolg de volgende ligdagprijzen worden toegepast:
|
|
Huidige prijs |
Nieuwe prijs |
| Eenpersoonskamer sociaal tarief systeem |
€ 55,00 |
€ 56,57 |
| Eenpersoonskamer sociaal tarief systeem |
€ 60,00 |
€ 61,72 |
| Eenpersoonskamer basisprijs |
€ 65,00 |
€ 66,86 |
Artikel 3: Dit besluit vervangt integraal het besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 17 augustus 2015.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
De voorzitter geeft toelichting bij de actuele Covid-19 toestand in het WZC. Bewoners en personeel hebben een derde boosterprik gekregen.
De raad voor maatschappelijk welzijn,
Het is de gewoonte om de data voor de Raad voor Maatschappelijk Welzijn jaarlijks vast te leggen uitgaande van het principe dat de Raad de derde maandag van de maand vergadert.
Art. 1: Akkoord met volgende data van zittingen in 2022, telkens om 20u:
17/01/2022
21/02/2022
21/03/2022
25/04/2022 ipv 18/4 paasmaandag
16/05/2022
20/06/2022
22/08/2022 ipv 15/8 OLV Hemelvaart
19/09/2022
17/10/2022
21/11/2022
De voorzitter sluit de zitting op 20/12/2021 om 21:35.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Bart DEVISCH
algemeen directeur
Anne TROUSSEL
voorzitter