De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73810000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, luxepaarden.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het houden van paarden.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op €40 per paard op 1 januari van het aanslagjaar. In afwijking hierop wordt de belasting, verschuldigd door kwekers en handelaars in paarden – met uitzondering van manege-exploitanten en personen die een gemengd beroep uitoefenen – forfaitair vastgesteld op €100 of €200 naargelang het door hen gehouden aantal paarden minder dan 10 paarden of tien paarden en meer bedraagt.
Artikel 5: Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
1° paarden die op 1 januari van het belastingjaar jonger zijn dan drie jaar;
2° de gemengde paarden, gewoonlijk dienende voor de landbouw, de nijverheid of de handel en die slechts toevallig gebruikt worden als zadelpaard of als span voor rijtuigen, bestemd voor het vervoeren van personen;
3° de paarden van de bereden officieren, door deze laatsten gehouden ingevolge hun militaire verplichtingen.
Artikel 6: Aangifteplicht
De belastingschuldige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst moet worden gestuurd op volgend adres, Gemeente Sint-Genesius-Rode, Dorpsstraat 46 te 1640 Sint-Genesius-Rode of via het mailadres financien@sint-genesius-rode.be. De belastingschuldige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 7: Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan aangifte binnen de in het voorgaand artikel gestelde termijn, of in het geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingschuldige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingschuldige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met de helft van het bedrag gelijk aan deze belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Artikel 8: Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 11: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.