De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73328000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, sluikstorten.
Sluikstorten en zwerfvuil op ons openbaar domein zijn een bron van ergernis. Het achterlaten van afval zoals sigarettenpeuken, kauwgom, etensresten, blikjes, huisvuil of grofvuil maakt dat ons openbaar domein er vies uitziet. Bovendien heeft de gemeente als taak om over de gezondheid van haar inwoners te waken. Afval in de openbare ruimte is daar een bedreiging voor. Het opruimen van sluitstort en zwerfvuil kost de gemeente veel geld en mankracht. We willen met deze belasting enerzijds ontradend werken, maar anderzijds ook financiële gevolgen kunnen verbinden aan de acties van mensen die zich schuldig maken aan sluikstorten of het achterlaten van zwerfvuil. Deze belasting verlicht de financiële lasten van de gemeente.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het weghalen door het gemeentebestuur van sluikstortingen en zwerfvuil op plaatsen waar het storten door een wettelijke of reglementaire bepaling verboden is, hetzij op openbaar domein hetzij op privaat eigendom.
Artikel 2 Belastbare periode
De Belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de afvalstoffen heeft achtergelaten. Desgevallend is diegene die de opdracht of de toelating gaf en/of de eigenaar van de afvalstoffen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld en berekend op basis van volgende te cumuleren tarieven:
De belasting bedraagt minimaal 250 euro per sluikstort.
Artikel 5: Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.