De voorzitter opent de zitting op 18/12/2025 om 20:06.
Raadslid Cousin François wordt aanwezig vanaf de behandeling van het zesde agendapunt. Raadslid Van der Eecken Celine verlaat de zitting vanaf de behandeling van het zevende agendapunt.
De gemeenteraad,
Op 18 november 2025 vond een gemeenteraadszitting plaats.
Enig artikel: De raad keurt de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 18 november 2025 goed.
De gemeenteraad,
De vergaderingen van de gemeenteraad worden in 2026 gepland op de volgende data:
| 27/jan |
| 3/mrt |
| 24/mrt |
| 21/apr |
| 26/mei |
| 23/jun |
| geen gr |
| geen gr |
| 8/sep |
| 13/okt |
| 10/nov |
| 17/dec |
Enig artikel: de gemeenteraad neemt akte van de geplande vergaderdata voor 2026.
De gemeenteraad,
Dit agendapunt wordt geagendeerd op vraag van PY Bouvy in toepassing van het huishoudelijk reglement
De huidige versie van het huishoudelijk reglement werd met de nieuwe legislatuur geïntroduceerd. Na één jaar gebruik zouden bepaalde aanpassingen kunnen worden aangebracht in het voordeel van de democratie en transparantie ten opzichte van de burger.
Sinds het begin van de legislatuur hebben verschillende burgers de wens uitgesproken om door de bestuursorganen gehoord te worden. Deze mogelijkheid bestaat, maar er zijn voorwaarden aan verbonden die door deze burgers en Accent 1640 als te streng worden beschouwd. Accent 1640 wil het contact tussen de bestuursorganen en de burgers verder bevorderen.
Art. 2 § 1. decreet lokaal bestuur: “De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers en verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden.
Ze betrekken de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid en zorgen voor openheid van bestuur.”
Art. 28 van de Grondwet: “Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, bij de openbare overheden in te dienen.”
Art. 304 decreet lokaal bestuur
Art. 41-42 huishoudelijk reglement gemeenteraad
Voorstel aanpassing 1
Om beter aan te sluiten bij de democratische geest zoals voorzien in de bovengenoemde regelgeving en meer bepaald in artikel 2§1 van het decreet lokaal bestuur, om dichter bij de burger te staan en meer open te staan voor dialoog, stelt Accent 1640 voor om:
1. De drempel van 180 Rodenaren (zoals bepaald in artikel 42 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad) waarboven een verzoekschrift van burgers op de agenda van de gemeenteraad komt en waarboven de burger mogelijk door de raad gehoord mag worden, naar 25 te brengen. Verder worden elke verzoekschriften in het betrokken adviesorgaan systematisch besproken. Dit ligt meer in de geest van art. 28 van de grondwet en naar het voorbeeld van wat in verschillende andere gemeenten, waaronder Halle, Beersel, Wemmel… voorzien is.
2. Deze mogelijkheid niet tot de Rodenaren beperken maar openstellen voor alle burgers (ook in lijn met art. 28 van de grondwet). Er zijn bijvoorbeeld inwoners van buurgemeenten die mogelijks gehoord zouden mogen worden.
3. De minimumleeftijd van 18 jaar in hetzelfde artikel af te schaffen om meer open te staan voor jongeren en hen in staat te stellen zich democratisch te uiten. Art. 28 van de grondwet verwijst ook naar “ieder”. Een minimumleeftijd eisen kan als een vorm van discriminatie beschouwd worden.
Voorstel aanpassing 2
Voorstellen van burgers maakt ook deel uit van de burgerparticipatie. In het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad staat er hierover echter niets vermeld. Accent 1640 stelt voor om dit reglement met twee nieuwe artikels (40bis en 40ter) als volgt aan te vullen:
VOORSTELLEN VAN BURGERS
Artikel 40bis
§1. Inwoners van de gemeente hebben het recht om voorstellen en vragen over de gemeentelijke beleidsvoering op de agenda van de raden te plaatsen en die punten te komen toelichten.
§2. Om de agenda te halen, moeten de voorstellen door ten minste 20 inwoners ouder dan 16 jaar gesteund worden.
§3. Het voorstel wordt ingediend via het daartoe bestemde formulier. Dit formulier is terug te vinden op de website van de gemeente.
Het voorstel moet de naam, voornamen, geboortedatum en woonplaats vermelden van alle ondertekenaars. Het voorstel bevat verder een gemotiveerde nota en eventueel nuttige stukken die interessant kunnen zijn voor de raden. Daarna wordt het voorstel aangetekend verzonden naar het college van burgemeester en schepenen of het vast bureau.
§3 – De voorstellen die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoort, zijn onontvankelijk.
Voorstellen die duidelijk tot de bevoegdheid van het OCMW behoren, worden overgemaakt aan het bevoegde orgaan van het OCMW. De indiener wordt daarvan op de hoogte gebracht.
§ 4 – Een voorstel wordt niet als voorstel beschouwd als:
1° het voorstel onredelijk is of te vaag geformuleerd;
2° het een loutere mening is en geen concreet voorstel;
3° het voorstel anoniem, zonder vermelding van naam, voornaam en adres, werd ingediend;
4° het taalgebruik beledigend is.
Het orgaan of de voorzitter van het orgaan maakt deze beoordeling. Hij kan de indiener om een nieuw geformuleerd voorstel vragen dat wel aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet.
Artikel 40ter
§1 – Is het voorstel voor de gemeenteraad, dan plaatst de voorzitter van de gemeenteraad het voorstel op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad indien het minstens 14 dagen vóór de vergadering werd ontvangen. Wordt het voorstel later ingediend, dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.
§2 – De gemeenteraad kan het bij hem ingediende voorstel naar het college van burgemeester en schepenen of naar een gemeenteraadscommissie verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.
§3 – Is het voorstel voor de gemeenteraad ondertekend door minstens 25 Rodenaren, dan kan de eerste ondertekenaar van het voorstel worden gehoord door het betrokken orgaan van de gemeente. In dat geval heeft de eerste ondertekenaar van een voorstel het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.
§4 – Het betrokken orgaan van de gemeente verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het voorstel, een gemotiveerd antwoord aan de eerste ondertekenaar van het voorstel.
Voorstel aanpassing 3
Aanvulling van artikel 8 van het huishoudelijk reglement met de bekendmaking van de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad op de website van de gemeente.
Voorstel aanpassing 4
Om de burger meer transparantie te bieden en hem in staat te stellen de motivaties van de mandatarissen beter te begrijpen, steeds in de geest van artikel 2, § 1, van het decreet Lokaal Bestuur, stelt Accent 1640 bovendien de volgende wijzigingen voor in artikel 32 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad:
• Alle mondelinge vragen in de notulen op te nemen.
• Elke raadslid mag de rechtvaardiging van een weigering en onthouding bij stemmingen motiveren en mag de mogelijkheid hebben om deze rechtvaardiging in het zittingsverslag en/of notulen van de raad op te nemen.
Voorstel aanpassing 5
Om nog steeds zo veel mogelijk transparantie te bieden over actuele kwesties met betrekking tot de gemeente en het publieke debat te bevorderen, stelt Accent 1640 voor om alle schriftelijke vragen van gemeenteraadsleden op de website van de gemeente te publiceren (naar het voorbeeld van wat ook in andere gemeenten, zoals Mechelen, gebeurt).
Bijlagen
Huishoudelijk reglement met voorstellen aanpassingen.
Amendement ingediend namens Pierre Rolin namens het college
Met 16 stemmen voor (Pierre Rolin, Sophie Wilmès, Nicolas Kuczynski, Miguel Delacroix, Caroline Louveaux, Sophie Rohonyi, Bruno Stoffels, Françoise Gauthier, Alain Wahba, Dominique Neirynck, Nicole Roland, Celine Van der Eecken, Didier Vandenbosch, Tanguy Van Vlasselaer, Baptiste Vernaeve, Jean-François Cats), 4 stemmen tegen (Anne Sobrie, Jan Rombaut, Roland Swalens, Pierre-Yves Bouvy)
Amendement 1.
Ons inziens is het onderscheid tussen een verzoekschrift en een burgervoorstel overbodig. Een verzoekschrift dat wordt ondertekend door voldoende burgers zal steeds als een burgervoorstel behandeld worden.
Wij stellen daarom voor om artikel 2 in het voorstel van wijziging te schrappen.
In een representatieve democratie is het in eerste instantie aan de verkozenen van het volk om op basis van hun mandaat en het vertrouwen dat zij kregen vanwege de burger de politieke discussie aan te gaan.
Verzoekschriften zijn bedoeld als aanvulling hierop en dienen daarom eerder de uitzondering te blijven. In dat opzicht houdt het college vast aan de drempel van 180 Rodenaren wat 1 % van de bevolking is. Voorstel is om dit aantal in het voorstel van besluit te behouden.
Het college wenst dit recht ook uitdrukkelijk voor te behouden aan uitsluitend de Rodenaren (de gemeenteraad is gekozen om de Rodenaren te vertegenwoordigen). Het college kan wel instemmen met de verlaging van de leeftijd om te ondertekenen tot 16 jaar. Voorstel is om het huishoudelijk reglement hieraan aan te passen.
Met 15 stemmen voor (Pierre Rolin, Sophie Wilmès, Nicolas Kuczynski, Miguel Delacroix, Caroline Louveaux, Sophie Rohonyi, Françoise Gauthier, Alain Wahba, Dominique Neirynck, Nicole Roland, Celine Van der Eecken, Didier Vandenbosch, Tanguy Van Vlasselaer, Baptiste Vernaeve, Jean-François Cats), 5 stemmen tegen (Anne Sobrie, Bruno Stoffels, Jan Rombaut, Roland Swalens, Pierre-Yves Bouvy)
Amendement 2.
Het college kan instemmen met het voorstel om de raadsleden de kans te geven om zowel bij onthouding als bij tegenstem hiervoor een motivatie te laten opnemen in de notulen.
De vermelding van de onderwerpen van de mondelinge vragen in de notulen gebeurt vandaag reeds in de praktijk. In zittingsverslag (audio opname) is vandaag reeds de volledige vraag en antwoord opgenomen.
Het college is er geen voorstander van om naast de notulen ook het zittingsverslag publiek te maken. Voorstel is om dit te schrappen uit artikel 3.
Met 15 stemmen voor (Pierre Rolin, Sophie Wilmès, Nicolas Kuczynski, Miguel Delacroix, Caroline Louveaux, Sophie Rohonyi, Françoise Gauthier, Alain Wahba, Dominique Neirynck, Nicole Roland, Celine Van der Eecken, Didier Vandenbosch, Tanguy Van Vlasselaer, Baptiste Vernaeve, Jean-François Cats), 5 stemmen tegen (Anne Sobrie, Bruno Stoffels, Jan Rombaut, Roland Swalens, Pierre-Yves Bouvy)
Amendement 3.
Het aantal schriftelijke vragen in Sint-Genesius-Rode is zeer beperkt. In de context van een kleinere gemeente worden heel veel vragen informeel gesteld, wat het contact en vertrouwen tussen de raadsleden bevordert.
Op basis van een snelle screening blijkt dat enkel grotere steden als Antwerpen, Gent en Mechelen momenteel op de website een pagina hebben waarop de schriftelijke vragen zijn weergegeven.
Het college is niet overtuigd van de meerwaarde voor Rode, zeker gezien het feit dat raadsleden ook via de eigen fora de antwoorden kunnen bekendmaken.
Voorstel is om artikel 5 te schrappen.
Aan de algemeen directeur zal worden gevraagd om op basis van de stemming van de amendementen en besluit een nieuw gecoördineerd reglement te maken.
Artikel 1: artikel 32 van het huishoudelijk reglement wordt aangepast als volgt:
§1 – De notulen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen inclusief de mondelinge vragen van de gemeenteraadsleden, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.
Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming vermelden de notulen voor elk raadslid of hij voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.
§2 – De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de tussenkomsten en de mondeling gestelde vragen en antwoorden. Het zittingsverslag wordt vervangen door een audio-opname van de openbare zitting van de gemeenteraad. Een raadslid kan vragen om in het zittingsverslag de rechtvaardiging van een onthouding of tegenstem op te nemen. De stemmingen voor mogen na de stemming niet gemotiveerd worden.
§ 3 – Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 4, §2 en artikel 5 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
Artikel 2: artikel 42 § 1 van het huishoudelijk reglement wordt aangepast als volgt:
Artikel 42
§1 – Is het verzoekschrift voor de gemeenteraad ondertekend door minstens 180 Rodenaren ouder dan 16 jaar, dan plaatst de voorzitter van de gemeenteraad het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad indien het minstens 14 dagen vóór de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend, dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.
De gemeenteraad,
De Watergroep heeft op 28 november 2025 de gemeente verzocht om de gemeentelijke afvoertarieven voor het kalenderjaar 2026 formeel vast te leggen conform het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 betreffende de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting (in werking sinds 18 april 2024)
In uitvoering van artikel 7 §1 van het saneringscontract moet de rioolbeheerder voor elk kalenderjaar de gemeentelijke saneringstarieven bepalen en via de bijgevoegde templates (bijlage 1 en 2) terugbezorgen aan De Watergroep.
Het decretaal maximaal toegelaten gemeentelijk tarief bedraagt voor 2026 het bovengemeentelijke tarief vermenigvuldigd met factor 1,15, identiek aan 2025
De Watergroep stelt meerdere keuzemogelijkheden voor:
vastleggen van standaardtarieven (bijlage 1)
bepalen van vrijstellingen en kortingen (bijlage 2)
keuze tussen uniform tarief of vuilvracht-gebaseerd tarief voor GV-heffingsplichtigen
eventuele toepassing van aftopping, volumekortingen en ecologische vrijstellingen
De woordenlijst en het stappenplan verduidelijken de te hanteren definities en het beslissingsproces voor de gemeente.
De gemeentelijke afvoertarieven voor 2026 werden op het college van 4 december 2025 principieel vastgesteld conform de bepalingen van het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 en het saneringscontract met De Watergroep.
De bovengemeentelijke tarieven 2026 zijn op dit moment nog niet formeel aangeleverd, maar De Watergroep vraagt om de gemeentelijke parameters reeds te bepalen en, indien nodig, percentages in te vullen die afhankelijk zijn van het nog te ontvangen tarief
Besluit Vlaamse Regering van 23 februari 2024 betreffende de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting (in werking sinds 18 april 2024).
Saneringscontract tussen gemeente Sint-Genesius-Rode en De Watergroep (overdracht gemeentelijke saneringsverplichting).
Artikel 7 §1: verplichting tot jaarlijkse vastlegging en meedeling van de saneringstarieven.
Artikel 14 BVR: verplichting tot bezorgen van meerjarenplan (of minstens tarieven vóór 31 december 2025).
Gemeentedecreet: bevoegdheid gemeenteraad voor vaststelling van retributies en bijdragen.
De financiële impact hangt af van de definitieve bovengemeentelijke tarieven 2026, die door De Watergroep later worden bezorgd. De gemeente moet daarom parameters en percentages vastleggen, waarbij het uiteindelijke tarief automatisch volgt uit de combinatie van:
Voorstel tarieven aan de hand van de templates (vooraf in te vullen):
(Deze placeholders moeten nog worden ingevuld in functie van het interne financiële beleid én akkoord met de financieel directeur.
Bijlage 1 – Gemeentelijke standaardtarieven 2026
Artikel 1: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke afvoertarieven voor 2026 vast conform de bepalingen van het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 en het saneringscontract met De Watergroep.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt de parameters van bijlage 1 (standaardtarieven) goed, met inbegrip van:
het basistarief huishoudelijk verbruik (€/m³) = bovengemeentelijk tarief vermenigvuldigd met factor 1,15 (maximum)
het vlaktarief niet-huishoudelijk verbruik (€/m³) = bovengemeentelijk tarief vermenigvuldigd met factor 1,15 (maximum)
de keuze voor uniform tarief (niet-GV-heffingsplichtigen)
de keuze voor decretaal maximum als aftopping
De concrete bedragen worden ingevuld op basis van de uiteindelijk aangeleverde bovengemeentelijke tarieven en de gemeentelijke beleidskeuze.
Artikel 3: De gemeenteraad keurt de parameters van bijlage 2 (vrijstellingen en kortingen) goed, met inbegrip van:
ecologische vrijstelling voor IBA in collectief beheer: geen
economische volumekortingen voor niet-huishoudelijk verbruik (indien van toepassing) in te vullen: geen
Artikel 4: De gemeenteraad machtigt de administratie om de ingevulde bijlagen 1 en 2 te bezorgen aan De Watergroep en, indien nodig, aan te passen zodra de bovengemeentelijke tarieven officieel worden bevestigd.
Artikel 5: De gemeenteraad duidt de burgemeester en de algemeen directeur aan om, na goedkeuring door de gemeenteraad, de documenten te ondertekenen.
De gemeenteraad,
Dit agendapunt wordt geagendeerd op vraag van raadslid PY Bouvy in toepassing van het huishoudelijk reglement.
De Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening (GECORO) is een verplicht adviesorgaan van de gemeente. De GECORO geeft adviezen over het ruimtelijk beleid van de gemeente aan het college of de gemeenteraad.
Een GECORO bestaat uit een voorzitter, leden en hun plaatsvervangers. De leden zijn een mix van deskundigen op het gebied van ruimtelijke ordening en vertegenwoordigers van verschillende maatschappelijke geledingen.
De GECORO moet aan volgende voorwaarden voldoen:
- minimum 9 en maximum 13 leden + plaatsvervangers
- 1/4 van de leden (inclusief voorzitter) zijn deskundige in Ruimtelijke Ordening
- maximum 2/3 van de leden van een adviesraad mag van hetzelfde geslacht zijn
- vertegenwoordigers van maatschappelijke geledingen (milieuverenigingen, landbouwverenigingen, handelaars, werkgevers, ...).
In het infoblad van maart 2025 werd een oproep gelanceerd om zich kandidaat te stellen als lid van de nieuwe GECORO. Na deze oproep heeft de gemeente 11 kandidaturen van nieuwe geïnteresseerden mogen ontvangen. Deze kandidaturen werden op 25 september 2025 aan het College van Burgemeester en Schepenen voorgelegd maar zonder verder gevolg achtergelaten terwijl de samenstelling van de GECORO een competentie van de gemeenteraad is. Uit de ontvangen kandidaturen blijkt het dat de genderbalance niet werd bereikt.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en meer specifiek artikel 1.3.3
De GECORO is een verplicht adviesorgaan. Na de installatie van de nieuwe gemeenteraad zou een nieuwe GECORO gevormd moeten worden. Het initiatief om oproep te doen naar kandidaten in maart is gewaardeerd maar Accent 1640 wijst erop dat de ontvangen kandidaturen aan de gemeenteraad niet werden voorgelegd terwijl dit orgaan bevoegd is om deze te beoordelen. Als bepaalde criteria niet bereikt zijn, moet de gemeenteraad ingelicht worden zodat dit orgaan kan beslissen om verdere acties te ondernemen.
Op basis van bovenstaande elementen vraagt de Accent 1640 om:
- Een actievere promotie van de GECORO te lanceren zodat dit orgaan zo snel mogelijk samengesteld kan worden.
- Meer zichtbaarheid aan dit belangrijk adviesorgaan van de gemeente te geven.
De gemeente ontvangt regelmatig verzoeken, suggesties en bezorgdheden van inwoners over de Ruimtelijke Ordening die idealiter binnen de GECORO zouden moeten worden behandeld.
Artikel 1: De gemeenteraad vraagt het college om een tweede oproep naar kandidaten te lanceren en dit via de verschillende gebruikelijke media’s (Info Rode, Facebook, website…)
Artikel 2: De gemeenteraad vraagt het college om meer zichtbaarheid aan de GECORO te geven door een pagina over dit orgaan op de website van de gemeente te voorzien.
De gemeenteraad,
De gemeente werkt reeds samen met vzw Kiemkracht in het kader van het INL-programma. Kiemkracht staat in voor het groenonderhoud en de kwalitatieve natuurontwikkeling binnen het gemeentelijk grondgebied, met aandacht voor ecologisch beheer, sociale tewerkstelling en lokale verankering. Concreet zorgen ze voor een groot deel van de natuurlijke terreinen die de gemeente in zijn beheer heeft, zoals het Novarode park, de talud achter de Rhodienne, de holle weg aan de bosstraat, etc.. ook zorgen ze voor het beperken van de uitbreiding van invasieve exoten op enkele locaties waar deze nog manueel beheersbaar is (Simonnelaan bvb) en verzorgen ze workshops in het kader van gemeentelijke activiteiten (bijvoorbeeld insectenhotels maken met de kinderen van de gemeenteraad).
Door de recente afwerking van de begraafplaats en de herinrichting van de Gevaertvijver, is het aangewezen dat de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (afgekort INL-ploegen) van vzw Kiemkracht het extensieve beheer van deze zones op zich neemt. Dit sluit aan bij hun expertise in natuurvriendelijk onderhoud en duurzaam landschapsbeheer. De kwaliteit van hun werk is reeds bewezen en is goed zichtbaar in bijvoorbeeld het Novarode-park.
Het intensieve onderhoud — zoals het maaien van netheidsranden langs paden en het regelmatig scheren van hagen — blijft aangewezen om uit te voeren door de gemeentelijke groendienst of via externe partners (zoals Rodea), gelet op de specifieke aard en frequentie van deze taken.
Om deze uitbreiding van het werkingsgebied op een kwalitatieve manier te kunnen realiseren, is een verhoging van de samenwerking met vzw Kiemkracht nodig van 1,25 VTE naar 2,07 VTE. Ter info; 1 VTE 2026 = € 40 983. Een overzicht van de geschatte werklast staat in bijlage.
Deze kost dekt ook de ondersteuning en het advies dat de gemeente krijgt inzake opportuniteiten voor natuurontwikkeling, communicatie, etc. en zorgt zo voor een complete ontzorging van de gemeente op meerdere vlakken.
Voor het selecteren van kiemkracht is geen openbare aanbesteding vereist omdat het hier gaat om een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) dat aan specifieke regels voldoet. Details zijn te vinden op https://europadecentraal.nl/onderwerp/aanbesteden/beleidsterreinen/daeb-en-aanbesteden/
Daarnaast heeft de provincie besloten om in tegenstelling tot voorgaande meerjarenplanningen om geen samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie, Kiemkracht vzw en de lokale besturen in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de organisatie van de INL-Ploegen voor te stellen. De huidige loopt af op 31 december 2025. Kiemkracht vzw stelt intussen een nieuwe overeenkomst voor binnen dezelfde contouren van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) en regelt de duur, de rollen en de taakverdelingen, de uitvoering van acties en de financiële compensatieregeling, de communicatierichtlijnen en geschillenregeling. De overeenkomst loopt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031. Voorstel is om akkoord te gaan met de verdere samenwerking maar zonder tussenkomst van de provincie Vlaams-Brabant en de samenwerkingsovereenkomst in bijlage goed te keuren.
Om deze uitbreiding van het werkingsgebied op een kwalitatieve manier te kunnen realiseren, is een verhoging van de samenwerking met vzw Kiemkracht nodig van 1,25 VTE naar 2,07 VTE. Ter info; 1 VTE 2026 = € 40 983. Een overzicht van de geschatte werklast staat in bijlage. Dit bedrag staat begroot in de meerjarenplanning (2 VTE).
Door de recente afwerking van de begraafplaats en de herinrichting van de Gevaertvijver, is het aangewezen dat de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (afgekort INL-ploegen) van vzw Kiemkracht het extensieve beheer van deze zones op zich neemt (houtkanten, rietvelden, hooilanden..). Dit sluit aan bij hun expertise in natuurvriendelijk onderhoud en duurzaam landschapsbeheer. De kwaliteit van hun werk is reeds bewezen en is goed zichtbaar in bijvoorbeeld het Novarode-park.
Artikel 1: De samenwerkingsovereenkomst tussen Kiemkracht vzw en de gemeente betreffende een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) - de organisatie van de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL-ploegen), waarvan de tekst integraal deel uitmaakt van dit besluit, wordt goedgekeurd. De samenwerkingsovereenkomst loopt van 1 januari 2026 tot 31 januari 2031.
Artikel 2: De gemeente neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen 2026-2031 met 3001,5 uren waarbij 1450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een bijdrage (excl. BTW) van 40.983 euro per VTE voor 2026 of €84 834,81 voor 2,07 VTE.
De loonkosten verbonden aan de samenwerkingsovereenkomst voor 2 VTE werden voorzien bij de opmaak van het MJP 2026-2031.
Indexatie
Het jaarlijkse contractbedrag wordt aangepast overeenkomstig de evolutie van de consumptieprijsindex van oktober van het jaar N-1. De aanpassing gebeurt op januari van jaar N volgens onderstaande formule
Nieuw contractbedrag jaar N = basis contractbedrag x (Index oktober (N-1) / Index oktober 2025) Waarbij:
Basis contractbedrag = het overeengekomen contractbedrag op de startdatum = € 40.983; Index oktober (N-1)= de door Statbel gepubliceerde consumptieprijsindex van oktober van het jaar voorafgaand aan jaar N; Index oktober 2025 = de consumptieprijsindex van oktober van het jaar waarin het contract initieel werd afgesloten.
De gemeenteraad,
De gemeente dient een schepen aan te wijzen voor de op te richten stuurgroep met bevoegdheden die aansluiten bij de doelstellingen en activiteiten van het Energiehuis (bijvoorbeeld energie, klimaat of wonen). Deze schepen zetelt in de stuurgroep van het Energiehuis die 1x per jaar samenkomt en rapporteert aan het college over de werking en resultaten van het Energiehuis. Er wordt voorgesteld om schepen Caroline Louveaux aan te wijzen om de gemeente te vertegenwoordigen.
Bij geheime stemming:
met 19 ja-stemmen, 0 nee-stemmen en 1 onthoudingen.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de actualisatie van de algemene samenwerkingsovereenkomst met Energiehuis 3Wplus goed.
Artikel 2:
Bij geheime stemming:
met 19 ja-stemmen, 0 nee-stemmen en 1 onthoudingen.
De gemeenteraad wijst schepen Caroline Louveaux aan als vertegenwoordiger van de gemeente in de stuurgroep van Energiehuis 3Wplus.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73740000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, leegstaande woningen en gebouwen.
De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. Het grond- en pandendecreet voorziet dat de gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen kunnen bijhouden.
De bestrijding van leegstaande gebouwen en woningen zal onder meer een effect hebben als de opname in een leegstandsregister ook daadwerkelijk belast wordt. De leegstandsheffing is een instrument binnen het lokaal woonbeleid om eigenaars aan te zetten om het beschikbaar patrimonium voor wonen op het grondgebied van de gemeente optimaal te benutten.
Artikel 1: Belastbaar feit en leegstandregister
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig artikel 2.2.6 Decreet Grond- en Pandenbeleid.
De definities van (leegstaande) woningen en (leegstaande) gebouwen uit artikel 1.2 en 2.2.6 van het Decreet Grond- en Pandenbeleid zijn toepasselijk, evenals de andere definities van artikel 1.2 van het decreet.
Met woning wordt bedoeld elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
Met gebouw wordt bedoeld elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Leegstaand gebouw
Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde stedenbouwkundige vergunning, een melding in de zin van artikel 4.2.2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, een milieuvergunning of een melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, of een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een nieuw gebouw wordt pas als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
Leegstaande woning
Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie of met elke andere door de Vlaamse Regering omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 2: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijke gerechtigde betreffende het leegstaand gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen de twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris,
- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of gebouw.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1 van artikel 2, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 3: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt:
- € 1.500 voor een volledig gebouw of woonhuis,
- € 500 voor elk overig gebouw of woning;
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
- € 3.000 voor een volledig gebouw of woonhuis,
- € 1000 voor elk overig gebouw of woning;
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
- € 4.500 voor een volledig gebouw of woonhuis,
- € 1500 voor elk overig gebouw of woning;
Indien het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
- € 6.000 voor een volledig gebouw of woonhuis,
- € 2.000 voor elk overig gebouw of woning;
Indien het gebouw of de woning een vijfde, zesde, enz., … opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
- € 7.500 voor een volledig gebouw of woonhuis,
- € 2.500 voor elk overig gebouw of woning.
Artikel 4: Vrijstellingen
§1. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die eigenaar is van één enkele woning of één enkel gebouw, bij uitsluiting van enige andere woning of enig ander gebouw, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de 5 heffingsjaren die volgen op het jaar van de verwerving van de woning/gebouw;
2° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de 2 heffingsjaren die volgen op het jaar van opname/verblijf in een erkende ouderenvoorziening of psychiatrische instelling;
3° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor 2 heffingsjaren die volgen op het jaar dat de gerechterlijke beslissing uitgesproken werd;
4° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht.
§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning :
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;
5° gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden en voor de niet-vervallen omgevingsvergunning waarvoor een uitgebreide dossiersamenstelling vereist is, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning;
6° het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 18, § 2, van de Vlaamse Wooncode;
7° het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 90 van de Vlaamse Wooncode.
8° overmacht. Het schepencollege beschikt over de mogelijkheid een vrijstelling toe te staan op grond van bewezen overmacht. Het is aan het schepencollege om te oordelen of een bepaalde situatie al dan niet als overmacht kan beschouwd worden.
Deze lijst is exhaustief en vervangt integraal de vrijstellingen die zijn opgenomen in het Decreet Grond- en Pandenbeleid.
Artikel 5: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betaling
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
- Artikel 170 §4 van de Grondwet,
- De artikelen 40 §3, 41, 285 §1, 286 §1, 287, 288, van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur,
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
- Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
- De gecoördineerde omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73770000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, tweede verblijven.
Het is wenselijk om een bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woon- en verblijfsgelegenheden die gebruikt worden zonder dat iemand daar zijn hoofdverblijfplaats heeft, dat wil zeggen waarvoor een inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente ontbreekt.
Een belasting op tweede verblijven kan gelden als stimulans om de woongelegenheden op het gemeentelijk grondgebied effectief als hoofdverblijfplaats aan te wenden en op die manier het residentieel wonen te beschermen en de sociale cohesie te versterken, die in het gedrang komt wanneer woongelegenheden alleen occasioneel of in bijkomende orde gebruikt worden.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op de tweede verblijven. Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie met woon- of verblijfsgelegenheid waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf, ze is ondeelbaar en voor het gehele jaar door deze eigenaar verschuldigd.
In geval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het tweede verblijf. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgelegd op €1.300 per tweede verblijf.
Artikel 5: Vrijstellingen
Vallen niet onder toepassing van de belasting
1° het lokaal uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit;
2° de tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij zij minstens zes maanden opgesteld blijven om als woongelegenheid te kunnen dienen;
3° de leegstaande woongelegenheid waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij tijdens het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar niet als tweede verblijf werd aangewend;
4° de tweede verblijven opgesteld op een reglementair erkend kampeerterrein of kampeerverblijfpark.
Artikel 6: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 9: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening 2025/GGBB-IZ-FI/0020-00/73304000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, afkoppelen hemelwater.
De Vlaamse Overheid voorziet dat bij de aanleg of heraanleg van openbare riolering moet gekozen worden voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel voor afvalwater en regenwater. De Vlaamse milieuwetgeving voorziet dat de regenwaterafvoer van alle bestaande gebouwen gescheiden moet worden van de afvalwaterafvoer (minstens de voorzijde van het gebouw moet verplicht worden gescheiden). Het afzonderlijk opgevangen regenwater dient op eigen terrein te blijven (hergebruik of infiltratie) en kan slechts in uitzonderlijke omstandigheden (mits technische onmogelijkheid om regenwater op eigen terrein te houden) aangesloten worden op een openbare RWA afvoer.
De aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel is enkel economisch en ecologisch zinvol als ook de private riolering in alle aangesloten of aan te sluiten gebouwen langsheen het tracé van de werken wordt gescheiden. De gemeente Sint-Genesius-Rode streeft naar een regenwaterbeheer waardoor problemen zoals wateroverlast en watertekort aan de bron worden aangepakt door hergebruik, infiltratie en buffering met vertraagde afvoer van het hemelwater. De eigenaars van woningen in straten waar een gescheiden rioleringsstelsel wordt aangelegd moeten een keuringsbewijs van optimale afkoppeling van het regen- en afvalwater op privé domein indienen binnen de maand na voorlopige aanvaarding van de werken op openbaar domein. In de straten waar al een gescheiden rioleringsstelsel ligt, waren de eigenaars van de woningen al verplicht om optimaal af te koppelen. De eigenaars van deze woningen moeten een keuringsattest van optimale afkoppeling kunnen voorleggen.
Bij nieuwbouw of grondige verbouwing dient een keuringsbewijs van optimale afkoppeling van regen- en afvalwater ingediend te worden voor de ingebruikname. Bij een site die in gebruik blijft tijdens de verbouwingswerken dient een keuringsbewijs van optimale afkoppeling van regen- en afvalwater ingediend te worden binnen de 2 jaar na de start der werken.
De gemeente houdt een lijst bij met alle eigendommen die verplicht het afval- en hemelwater op privé domein moeten of moesten afkoppelen in het kader van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel.De afkoppelingswerken moeten uitgevoerd worden maximum 1 maand na voorlopige aanvaarding van de riolerings- en wegeniswerken op het openbaar domein.
Om zeker te zijn dat de eigenaars hun eigendom optimaal afkoppelen is het aanbevolen om een belasting te vestigen op het niet-afkoppelen van het hemelwater op privé domein.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het niet-afkoppelen van hemelwater volgens de Vlarem wetgeving en volgens het Technisch reglement goedgekeurd door de gemeenteraad bij gebouwen en percelen gelegen in een straat waar de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel is gebeurd en afkoppeling verplicht is zoals voorzien in de Vlarem wetgeving.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van een geheel of gedeeltelijk verhard perceel of gebouw, die naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel het hemelwater niet afkoppelt in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving en volgens het Technisch reglement goedgekeurd door de gemeenteraad of wanneer wordt vastgesteld dat afkoppeling op privéterrein door de eigenaar niet is uitgevoerd in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving en volgens het Technisch Reglement goedgekeurd door de gemeenteraad of gewijzigd werd zodat de situatie niet langer voldoet aan de Vlarem-wetgeving.
De belasting is ook verschuldigd indien bij nieuwbouw of grondige verbouwing het hemelwater niet afgekoppeld is in overeenstemming met de Vlarem wetgeving en volgens het Technisch reglement goedgekeurd door de gemeenteraad of wanneer wordt vastgesteld dat afkoppeling op privéterrein door de eigenaar niet is uitgevoerd in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving en volgens het Technisch reglement goedgekeurd door de gemeenteraad of gewijzigd werd zodat de situatie niet langer voldoet aan de Vlarem-wetgeving.
De belasting is ook verschuldigd indien bij een site die in gebruik blijft tijdens verbouwingswerken het hemelwater niet afgekoppeld is in overeenstemming met de Vlarem wetgeving en volgens het Technisch reglement goedgekeurd door de gemeenteraad of wanneer wordt vastgesteld dat afkoppeling op privéterrein door de eigenaar niet is uitgevoerd in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving en volgens het Technisch reglement goedgekeurd door de gemeenteraad of gewijzigd werd zodat de situatie niet langer voldoet aan de Vlarem-wetgeving.
Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt als volgt samengesteld:
Een basisbedrag van €1.000 voor elk begonnen jaar dat de afkoppeling op privé terrein door de eigenaar niet is uitgevoerd na de beëindiging van de werken strekkende tot de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel onder de openbare weg ter hoogte van het betreffende eigendom.
Het basisbedrag wordt verhoogd met €1.000 tot de optimale afkoppeling is uitgevoerd. De maximale jaarbelasting wordt vastgelegd op €10.000,- in geval de eigenaar de afkoppeling na 10 jaar en meer niet heeft uitgevoerd.
Het eerste jaar bedraagt de belasting €1.000, het tweede jaar bedraagt de belasting €2.000, het derde jaar bedraagt de belasting €3.000, het vierde jaar bedraagt de belasting €4.000, het vijfde jaar bedraagt de belasting €5.000, het zesde jaar bedraagt de belasting €6.000, het zevende jaar bedraagt de belasting €7.000, het achtste jaar bedraagt de belasting €8.000, het negende jaar bedraagt de belasting €9.000, het tiende jaar en hierop volgende jaren bedraagt de belasting €10.000.
Artikel 5: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betaling
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
- Artikel 170 §4 van de Grondwet,
- De artikelen 40 §3, 41, 285 §1, 286 §1, 287, 288, van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur,
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
- Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
- De gecoördineerde omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019.
- Artikelen 3.2.5 t.e.m. 3.2.16 van het Decreet van 27 maart 2009 betreft het Grond- en Pandenbeleid.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73710000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, niet bebouwde gronden.
Bouwgrond is een schaars goed in Sint-Genesius-Rode. Om te vermijden dat nieuwe bouwgronden die ontstaan na het realiseren van een verkaveling louter als investering worden gekocht en om speculatie te ontmoedigen is een belasting een geschikt instrument. Het karakter van de belasting geeft eigenaars de kans om actie te ondernemen en kan op termijn alsnog lijden tot activering van betrokken percelen.
Voorts is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op de niet-bebouwde percelen, begrepen in een niet-vervallen verkaveling. Als niet bebouwd perceel wordt beschouwd elk perceel, als zodanig vermeld in de verkavelingsvergunning, waarop de oprichting van een voor bewoning bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar. In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht. In geval van mede-eigendom, is ieder mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
Het bedrag wordt vastgesteld op 38 EUR per strekkende meter lengte van de kavel palende aan een al dan niet verwezenlijkte weg die voorkomt in de verkavelingsvergunning, evenwel met een minimale aanslag van 265 EUR per bouwperceel.
Wanneer een kavel paalt aan twee of meer straten, zal de grootste gevellengte langs één van die straten als grondslag van de belastingberekening in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de grootste van de rechte gevellengte in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.
Artikel 5: Belastingvermindering
Voor een onbebouwd perceel dat in de loop van het belastingjaar bebouwd wordt, maakt de eigenaar aanspraak op belastingvermindering, waarbij het einde van de maand tijdens dewelke de werken worden aangevangen, bepalend is.
De verschuldigde belasting zal aldus herberekend worden in verhouding tot het aantal maanden te tellen vanaf januari van het belastingjaar tot en met de volledige maand waarin de werken werden begonnen.
De belastingschuldige is er toe gehouden het gemeentebestuur voorafgaandelijk en schriftelijk in kennis te stellen van de datum van aanvang der werken, bij gebreke waarvan iedere aanspraak op belastingvermindering vervalt.
De daadwerkelijke aanvang der werken zal bevestigd worden door een verklaring van de gemeentelijke bouwcontroleur.
Artikel 6: Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
1° De eigenaars van één enkel onbebouwd perceel bij uitsluiting van enig ander onroerend goed in België of in het buitenland;
2° De ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwd perceel per kind ten laste.
Voorgenoemde vrijstellingen van de eigenaars en ouders kunnen niet gecumuleerd worden en ze gelden slechts gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed.
3° De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende sociale huisvestigingsmaatschappijen;
4° De verkavelaars, indien de verkavelingsvergunning geen werken omvat, en dit gedurende het jaar volgend op het jaar waarin de verkavelingsvergunning werd toegekend;
5° De eigenaars van percelen die ingevolge de bepalingen van de wet op de landpacht, niet voor bebouwing kunnen worden bestemd.
6° Het college van burgemeester en schepenen beschikt over de mogelijkheid na onderzoek van een gemotiveerde aanvraag van een belastingplichtige om een vrijstelling toe te staan aan eigenaars van onbebouwde percelen met een oppervlakte van meer dan 50 are indien er reeds grote ontwikkelingsprojecten zijn opgestart. Bij aaneensluitende onbebouwde percelen van dezelfde eigenaar wordt van ieder individueel perceel een optelsom gemaakt om de totale oppervlakte te berekenen.
Artikel 7: Aangifteplicht
De belastingschuldige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend binnen de kalenderdagen na ontvangst moet worden teruggestuurd opvolgend adres Gemeente Sint-Genesius-Rode, Dorpsstraat 46, 1640 Sint-Genesius-Rode of via het mailadres grondgebiedszaken@sint-genesius-rode.be. Ingeval van eigendomsverwerving in de loop van het jaar, dient de aangifte binnen de maand te geschieden.
De belastingschuldige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is gehouden uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 8: Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan aangifte binnen de in het voorgaand artikel gestelde termijn, of in het geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingschuldige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingschuldige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de helft van deze belasting.
Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Artikel 9: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 12: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73790000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, belasting op regularisatie omgevingsvergunning.
De gemeente ontvangt steeds vaker regularisatieaanvragen via het omgevingsloket. Enerzijds is dit gelinkt aan het feit dat de opvolging van meldingen van potentiële bouwmisdrijven er het afgelopen jaar sterk is op vooruit gegaan. Anderzijds stelt men vast dat potentiële kopers beter verifiëren of het pand dat zij wensen te verwerven in overeenstemming is met de verleende stedenbouwkundige vergunningen. Dit zorgt ervoor dat de gemeente vandaag de dag veel vaker regularisatieaanvragen dient te behandelen dan enkele jaren terug. Deze belasting heeft dan ook een financieel hoofddoel. Maar daarnaast heeft deze belasting ook een ontradende nevendoelstelling. De gemeente wil o.m. ontradend optreden naar aanleiding van illegale verbouwingen en omvormingen van grotere woningen tot appartementen/meergezinswoningen zonder dat hiervoor een vergunning werd aangevraagd. Voor regularisatiedossiers is verder vaker dan gemiddeld overleg nodig tussen architect en gemeente, meestal samen met opzoekingswerk in de gemeentelijke archieven. Die bijkomende werklast heeft gevolgen voor de burgers die wel de geijkte procedure volgen en een vergunning aanvragen alvorens werken te starten. De gemiddelde doorlooptijd van een omgevingsvergunningsaanvraag is toegenomen, een evolutie waar niemand baat bij heeft.
De gemeente kan niet anders dan regularisatieaanvragen behandelen en, indien ze in overeenstemming kunnen worden gebracht met de van toepassing zijnde voorschriften, een vergunning verlenen. Het voorliggend gemeentelijk reglement heeft als doel een duidelijk signaal te geven aan de bouwheren. Men dient in het bezit te zijn van een vergunning alvorens werken uit te voeren.
De tariefstructuur is tweeledig. Er is een gedifferentieerd basistarief van toepassing bij elke aanvraag tot regularisatie. Het basistarief heeft als doel de aanvrager van een regularisatie ertoe aan te zetten om een volledig dossier in te dienen voor aangelegenheden die effectief kans maken op een regularisatie en aldus ondoordachte regularisatie-aanvragen tot een minimum te beperken. Bij een weigering van de aanvraag blijft de belasting beperkt tot dit basistarief.
Supplementen zijn van toepassing bij een effectieve vergunning of een gedeeltelijke vergunning. De insteek van het belastingreglement is niet sanctionerend maar louter ontradend voor bouwheren die zouden overwegen om zonder omgevingsvergunning werken uit te voeren. Er is een toenemende problematiek in de gemeente van niet-professionele en vooral professionele bouwheren die ogenschijnlijk bewust kiezen voor miskenning van de vergunningsplicht om een bestaande toestand achteraf dan te regulariseren, in vele gevallen n.a.v. een (door)verkoop.
In bijlage bij dit belastingreglement is een memorie van toelichting gevoegd waarin duiding wordt gegeven bij een aantal bepalingen uit het belastingreglement.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op de omgevingsvergunningsaanvragen die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op regularisaties.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026-2031.
DEFINITIES
Constructie: een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een
publiciteitsinrichting of uithangbord, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds.
Regularisatie: omgevingsvergunningsaanvraag die een vergunningsplichtig element,
feit of werk bevat dat op het moment van het beslissen over de aanvraag of reeds
aanwezig is of met de uitvoering gestart is op het perceel van de aanvraag.
Nieuwbouw: constructie die geen fysisch aansluitend deel uitmaakt van een op het
moment van indienen reeds aanwezige vergunde of vergund geachte constructie.
Verbouwen binnen bestaand volume: vergunningsplichtige wijzigingen binnen een
vergunde of vergund geachte constructie. Het kan daarbij zowel over structurele ingrepen gaan waarvoor de medewerking van een architect verplicht is als over werken vrijgesteld van de medewerking van een architect (bijv. functiewijzigingen)
Volumeuitbreiding: uitbreiding van een vergund of vergund geachte constructie
zowel boven als onder het maaiveld. Ook carports, veranda’s en pergola’s worden
aanzien als volumeuitbreidingen.
Terreinaanlegwerken: zowel reliëfwijzigingen als vegetatiewijzigingen worden
aanzien als terreinaanlegwerken.
Waterdoorlatend terras/verharding: het voegenaandeel bedraagt minstens 15%.
Het infiltratievermogen van fundering en onderfundering moet bewijsbaar
opgenomen zijn in de aanvraag
Terras/verharding: elke niet groene inrichting van het terrein.
Vellen van bomen: het verwijderen van vegetatie -al dan niet in functie van
vertuining- zonder over de nodige vergunningen te beschikken.
Vellen van 1 boom: gelijk aan het vellen van bomen met dat verschil dat de
aanvrager kan aantonen dat er voor de werken daadwerkelijk slechts 1 boom
aanwezig was.
Bijkomende woongelegenheid: elke woongelegenheid die niet als vergund geacht
kan worden beschouwd en waarvan geen vergunning bestaat. Het -al dan niet continu- aanwezig zijn van inschrijvingen of het bestaan van een (huis)nummer is geen bewijs van vergunning.
Functiewijziging: het wijzigen van het gebruik waartoe een gebouw of een deel van
een gebouw in feite bestemd is, ook al vindt dit gebruik er niet steeds plaats.
BELASTING OP DE BEHANDELING VAN REGULARISATIES
Artikel 3: Belastingplichtige
De aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag doet. In het geval er meerdere aanvragers zijn is elke aanvrager hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 4: berekeningsgrondslag en tarieven
De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:
Basistarief: aanvraag tot regularisatie: 500 euro.
Dit basistarief wordt herleid tot 250 euro voor nieuwbouw, volume-uitbreidingen, verbouwingen binnen een bestaand volume, terreinaanlegwerken en (waterdoorlatende) verhardingen met een totale oppervlakte van maximaal 200m², alsook voor het vellen van maximaal 4 bomen.
Bij een weigering van de aanvraag blijft de taks beperkt tot dit basistarief.
Bij een vergunning, of een gedeeltelijke vergunning, zijn volgende supplementen van toepassing:
| Categorie* | Tarief | |
|
30 euro/m2 | |
| Volumeuitbreiding | 30 euro/m2 | |
| Verbouwen binnen bestaand volume | 30 euro/m2 | |
| Terreinaanlegwerken | 600 euro/are | |
| Waterdoorlatend terras/verharding | 10 euro/m2 | |
| Niet waterdoorlatend terras/verharding | 30 euro/m2 | |
| Vellen van bomen | 30 euro/m2 | |
| Vellen van 1 boom | tarief per boom 250 euro met een maximum van 5.000 euro (tarief tot 20 bomen) | |
| Ontbrekende parkeerplaatsen | 30.000 euro/parkeerplaats | |
| Bijkomende woongelegenheid | 30.000 euro | |
| Functiewijziging | 5.000 euro |
* Indien meerdere categorieën van toepassing zijn zal de taks cumulatief worden berekend.
Op een regularisatieaanvraag is de “belasting op de afgifte van administratieve stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename, en een belasting op het bouwen en verbouwen van gebouwen” en desgevallend de “belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen” niet van toepassing.
De aanvrager maakt in zijn aanvraag duidelijk een onderscheid tussen de laatst vergunde toestand en de te regulariseren toestand. Indien de aanvrager van oordeel is dat de regularisatietaks niet op de gehele constructie, verharding, perceel, … van toepassing is zal de aanvrager er voor zorgen dat de vergunningsaanvraag de nodige bewijsstukken bevat. Aan de hand van de bewijsstukken toegevoegd door de aanvrager en na verificatie door de gemeente wordt het bedrag van de belasting vastgesteld.
UITZONDERINGEN
Artikel 5: Vrijstellingen
De VCRO bevat een artikel over het vermoeden van vergunning en maakt onderscheid tussen een onweerlegbaar en een weerlegbaar vermoeden van vergunning. Voor Sint-Genesius-Rode betekent dit dat alle constructies opgericht voor 7 maart 1977 als vergund geacht dienen te worden beschouwd. Tenzij het vergund karakter werd tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Voor alle vergund geachte constructies kan de eigenaar op eenvoudig verzoek een formeel schrijven ontvangen waarin de gemeente verklaart dat de constructies als vergund geacht worden beschouwd. Dit kan enkel nadat de gemeente een volledige plannenset heeft ontvangen van de huidige toestand van het goed. Het is de aanvrager die op overtuigende wijze moet aantonen dat de constructies effectief werden opgericht voor 7 maart 1977. De gemeente neemt de plannenset op in haar vergunningenregister.
Artikel 6: Regularisaties van “historische” misdrijven
Constructies van vóór 7 maart 1977 die niet als vergund geacht beschouwd kunnen worden (bijv. omwille van een PV) komen door de evolutie van de wetgeving soms alsnog in aanmerking voor regularisatie. Op deze regularisatieaanvragen is de belasting steeds van toepassing. De belastingtarieven opgenomen in dit artikel 7 (eerste categorie misdrijven ouder dan 30 jaar) zijn van toepassing.
Daarnaast is er een onderscheid tussen misdrijven die plaatsvonden na 7 maart 1977 maar die ouder zijn dan 30 jaar en degene die ouder zijn dan 5 jaar. Op deze aanvragen blijft het basistarief van 500 euro per regularisatie onverminderd van toepassing. Voor misdrijven ouder dan 30 jaar dalen de aanvullende tarieven met 20%:
| Categorie* | Tarief |
| Nieuwbouw m.i.v. zwembaden | 24 euro/m2 |
| Volumeuitbreiding | 24 euro/m2 |
| Verbouwen binnen bestaand volume | 24 euro/m2 |
| Terreinaanlegwerken | 480 euro/are |
| Waterdoorlatend terras/verharding | 8 euro/m2 |
| Niet waterdoorlatend terras/verharding | 24 euro/m2 |
| Vellen van bomen | 4.000 euro (tarief voor 20 bomen en meer) |
| Vellen van 1 boom | tarief per boom 200 euro met een maximum van 4.000 euro (tarief tot 20 bomen) |
| Ontbrekende parkeerplaatsen | 24.000 euro/parkeerplaats |
| Bijkomende woongelegenheid | 24.000 euro |
| Functiewijziging | 4.0000 euro |
Voor misdrijven ouder dan 5 jaar dalen de aanvullende tarieven met 10%
| Categorie* | Tarief |
| Nieuwbouw m.i.v zwembaden | 27 euro/m2 |
| Volumeuitbreiding | 27 euro/m2 |
| Verbouwen binnen bestaand volume | 27 euro/m2 |
| Terreinaanlegwerken | 540 euro/are |
| Waterdoorlatend terras/verharding | 9 euro/m2 |
| Niet waterdoorlatend terras/verharding | 27 euro/m2 |
| Vellen van bomen | 4.500 euro (tarief voor 20 bomen en meer) |
| Vellen van 1 boom | tarief per boom 225 euro met een maximum van 4500 euro (tarief tot 20 bomen) |
| Ontbrekende parkeerplaatsen | 27.000 euro/parkeerplaats |
| Bijkomende woongelegenheid | 27.000 euro |
| Functiewijziging | 4.500 euro |
* Indien meerdere categorieën van toepassing zijn zal de taks cumulatief worden berekend.
BEWIJSLAST
Artikel 7: Vergunde toestand
De aanvrager is verantwoordelijk voor het aantonen van de datum waarop de te regulariseren toestand ontstond. Bij ontbreken of niet overtuigend zijn van het bewijs zal de belasting steeds berekend worden zoals dit het geval is voor de regularisatie van een recent (= niet ouder dan 5 jaar) misdrijf.
Artikel 8: Verminderingen
Voor werkzaamheden uitgevoerd op het grondgebied van twee gemeenten, wordt slechts een regularisatietaks geëist voor het gedeelte van het gebouw/perceel dat werkelijk op het grondgebied van Sint-Genesius-Rode gelegen is.
ALGEMENE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP DEEL I , II en III
Artikel 9: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: Betaling
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 12: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De invoering van de omgevingsvergunning door de Vlaamse overheid was een vorm van administratieve vereenvoudiging. De Vlaamse overheid gaf de gemeente een eenmalige subsidie om de investeringen nodig om de digitale dossiers vlot te behandelen te compenseren. In de praktijk zijn die investeringen niet allemaal eenmalig. De software is enkel als “abonnement” beschikbaar en niet als eenmalig aan te schaffen licenties. Ook het up to date houden van de software en de eraan gekoppelde data brengt kosten met zich mee.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73700000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, bouwen.
De invoering van de omgevingsvergunning door de Vlaamse overheid was een vorm van administratieve vereenvoudiging. De Vlaamse overheid gaf de gemeente een eenmalige subsidie om de investeringen nodig om de digitale dossiers vlot te behandelen te compenseren. In de praktijk zijn die investeringen niet allemaal eenmalig. De software is enkel als “abonnement” beschikbaar en niet als eenmalig aan te schaffen licenties. Ook het up to date houden van de software en de eraan gekoppelde data brengt kosten met zich mee.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op de afgifte van administratieve stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename, en een belasting op het bouwen en verbouwen van gebouwen.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DEEL I: BELASTING OP DE BEHANDELING VAN AANVRAGEN VOOR HET VERKRIJGEN VAN EEN OMGEVINGSVERGUNNING OF AKTENAME
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting op de behandeling van de aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename, is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het belastbaar stuk aanvraagt. Voor de definitie van onderstaande begrippen wordt verwezen naar het toepasselijk decreet op de omgevingsvergunning.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:
Vergunningsaanvraag te behandelen volgens de gewone procedure:
Stedenbouwkundige handelingen - €175
Exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit - €175
Combinatie van beiden - €350
Vergunningsaanvraag te behandelen volgens de vereenvoudigde procedure:
voor het vellen van 1 boom (per boom tot max. 4 bomen) - €25
Stedenbouwkundige handelingen - €125
Exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit - €125
Combinatie van beiden - €250
Aktename:
voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen - €75
van een ingedeelde inrichting of activiteit - €75
combinatie van beiden - €150
Vergunningsaanvragen voor het verkavelen van gronden - €200 per lot
Aanvragen voor het bijstellen van een verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden - €200
Omzetting van een milieuvergunning voor 20 jaar naar een permanente vergunning - €200 Stedenbouwkundig attest/Planologisch attest - €200
Ingeval er meerdere bedragen van toepassing zijn, dienen de bedragen cumulatief te worden toegepast.
DEEL II: BELASTING OP HET BOUWEN EN VERBOUWEN VAN GEBOUWEN
Artikel 5: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder van de bouwvergunning. De eigenaar van het gebouw is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Ingeval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van het gebouw hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting word berekend op basis van het ingediende plan en de statistische gegevens zoals opgenomen in de omgevingsvergunningsaanvraag. De berekening gebeurt naar rato van de totale oppervlakte van het gebouw, met inbegrip van de buitenmuren, de bruikbare ondergrondse gedeelten (kruipkelders worden dus niet niet belast) en de zolders.
De gemene muren worden slechts voor de helft van hun dikte in aanmerking genomen.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
a) € 2,00 per m2 voor de eerste 200 m2
b) € 3,20 per m2 voor de oppervlakte begrepen tussen 200 m2 en 400 m2
c) €10,00 per m2 voor de oppervlakte boven de 400 m2
d) € 6,50 per gevelwijziging; hieronder wordt verstaan:
o vergroten en verkleinen van een bestaande raam- of deuropening;
o maken van een nieuwe raam- of deuropening in de gevels van een bestaand
gebouw;
o alle andere gevelwijzigingen van welke aard ook.
o Herstellingswerken worden niet als wijzigingen beschouwd.
Deze tarieven zijn van toepassing zowel op de hoofd- als op de bijgebouwen, al dan niet rechtstreeks met het hoofdgebouw verbonden, met uitzondering van de gebouwen, vermeld onder artikel 6.
Bij verbouwing wordt alleen het vergrote/verhoogde deel aan de belasting onderworpen.
In geval van heropbouw na sloping of brand wordt slechts het verschil tussen de oude en de nieuwe oppervlakte aan de taks onderworpen, doch enkel indien de nieuwe oppervlakte groter is dan de oude.
Het toe te passen tarief bij de berekening van de belasting is afhankelijk van de vroegere of reeds bestaande oppervlakte.
Artikel 7: Uitzonderingen
Alle landbouwannexen (schuren, stallen, loodsen, serres...) die horen bij een in uitbating zijnde vergund landbouwbedrijf al dan niet afgescheiden van het woongedeelte worden onderworpen aan een uniform tarief van €0,30 per m³ zonder inhoudsbeperking.
Artikel 8: Vrijstellingen
1. het bouwen van gebouwen door de bouwmaatschappijen tot nut van het algemeen,
2. de constructie en reconstructie van gebouwen bestemd voor de openbare diensten van
de staat, de gewesten, de provincies, de gemeenten en de ondergeschikte besturen,
3. het bouwen, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van gebouwen zonder winstoogmerk, die ofwel bestemd zijn voor de uitoefening van erediensten of van onderwijs, ofwel aangewezen zijn als hospitalen, klinieken, dispensaria, bejaardentehuizen of andere gelijkaardige welzijnsinrichtingen; voor wat de toepassing van deze alinea betreft, wordt de betaling van de taks opgeschort gedurende een periode van 5 jaar, aanvangend zodra het gebouw onder dak is en voor zover uit een door het schepencollege ingesteld onderzoek blijkt dat geen lucratief doel wordt nagestreefd. Mocht deze situatie in de loop van bedoelde periode veranderen, dan is de taks onmiddellijk betaalbaar. Na aldus vijf jaar te zijn opgeschort is de belasting niet meer eisbaar.
Artikel 9: Verminderingen
1. voor gebouwen, opgericht op het grondgebied van twee gemeenten, wordt slechts bouwbelasting geëist voor het gedeelte van de bouw dat werkelijk op het grondgebied van Sint-Genesius-Rode gelegen is,
2. voor een woning, gebouwd door een groot gezin wordt de bouwbelasting verminderd met 20%, 30%, 40% of 50% voor respectievelijk 3, 4, 5, of 6 kinderen en meer ten laste, waarvoor kinderbijslag wordt uitgekeerd.
3. indien er binnen de vergunningsperiode niet wordt gebouwd kan de vergunninghouder een aanvraag indienen, gericht aan het college voor burgemeester en schepenen, tot terugbetaling van de reeds betaalde bouwtaks na het verval van de vergunning.
DEEL III: ALGEMENE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP DEEL I en DEEL II
Artikel 10: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: Betaling
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 13: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
* Artikel 170§4 van de grondwet
* Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017.
* Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen;
* De omzendbrief gemeentefiscaliteit BB2019/2 van 15 februari 2019.
* KB 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73600000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, plaatsrecht markten.
Het in gebruik nemen van de openbare plaats voor de organisatie van ambulante activiteiten zoals markten brengt voor de gemeente bijkomende kosten met zich mee op het vlak van veiligheid, afvalbeheersing, openbare netheid, verkeersveiligheid en infrastructuur. Omdat het ter beschikking stellen en onderhouden van de openbare plaats naar aanleiding van ambulante activiteiten bijkomend kosten en taken veroorzaakt voor het gemeentebestuur wordt er een belasting op ambulante handel geheven.
Voorts is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Artikel 1:Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op ambulante handel op de openbare markten en op het openbaar domein.
Artikel 2:Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door hetzij de natuurlijke persoon, hetzij de rechtspersoon die de ambulante handel uitvoert en de standplaats op de markt of openbare plaats inneemt.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
Het tarief van de belasting op markten wordt per marktdag vastgesteld op 3 euro per strekkende meter per dag waarbij de belastbare lengte wordt gemeten langs de langst ingenomen zijde. Elk gedeelte van een meter wordt voor één meter aangerekend en per marktdag wordt een minimum van 9 euro per dag aangerekend. De maximumdiepte per kraam wordt vastgesteld op 3 meter.
Het tarief voor ambulante activiteiten op rondtrekkende wijze op de openbare plaats wordt vastgesteld op 500 euro per kalenderjaar.
De ambulante handelaren krijgen de standplaats toegewezen tegen vooruitbetaling van het standrecht voor het komende kwartaal. Deze vooruitbetaling waarborgt de toewijzing van dezelfde standplaats gedurende de periode waarvoor het standrecht werd betaald. Zo op een marktdag de standplaats niet is ingenomen om 08.00 uur, kan de gemeente voor die dag vrij beschikken over de plaats zonder gehouden te zijn tot enige terugbetaling of vergoeding.
Artikel 5: Vrijstellingen
Vallen niet onder de toepassing van de belasting:
- éénieder die een standplaats inneemt op één of meerdere plaatsen van de openbaar plaats, tijdens activiteiten georganiseerd in samenwerking met de gemeente, zoals bvb. tijdens de jaarmarkt of tijdens specifieke evenementen;
- sociale-, sportieve-, culturele- en jeugdverenigingen die erkend en actief zijn in Sint-Genesius-Rode en één keer per jaar op de markt een infostand of inzamelactie willen organiseren, mits voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur;
Artikel 6:Invordering
De belasting wordt ingevorderd door facturatie door de gemeente. Bij wanbetaling zal de belasting worden ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7: Betaling
De belasting is betaalbaar dertig dagen na het opmaken van de factuur. Bij inkohiering na wanbetaling heeft de belastingplichtige 2 maand om zijn belasting te betalen.
Artikel 8: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 9: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
- Artikel 170 §4 van de Grondwet,
- De artikelen 40 §3, 41, 285 §1, 286 §1, 287, 288, van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur,
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
- Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
- De gecoördineerde omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73605000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, benzine-, olie- en persdrukpompen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbende op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op de brandstofdistributieapparaten, opgesteld op de openbare weg of op privaat terrein langs de openbare weg, toegankelijk voor het publiek.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar door de eigenaar van het apparaat. De houder is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting is vastgesteld op 175 EUR per pistool per jaar en wordt aangerekend voor het totale aantal bedieningspistolen, verspreid over één of meerdere brandstofverdelers, in het tankstation aanwezig.
Artikel 5: Aangifteplicht
De belastingschuldige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst moet worden teruggestuurd op volgend adres Gemeente Sint-Genesius-Rode, Dorpsstraat 46, 1640 Sint-Genesius-Rode of via het mailadres financien@sint-genesius-rode.be.
De belastingschuldige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 6: Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan aangifte binnen de in het voorgaand artikel gestelde termijn, of in het geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingschuldige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingschuldige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de helft van deze belasting.
Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Artikel 7: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 10: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73311000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, begraving, bijzetting, verstrooiing.
Het begraven van een stoffelijk overschot of het begraven van een asurn of het begraven ervan in een columbarium of het uitstrooien van de as op de gemeentelijke begraafplaats is kosteloos voor de personen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister. Voor de niet inwoners is het billijk om een belasting te heffen op het begraven, ontgraven en herbegraven om de inrichting en het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaats en de administratieve opvolging ervan mede te financieren.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het begraven van een kist (graf) of de urne (urnegraf), op de asverstrooiing en de bijzetting van de urne in een columbarium. Er wordt tevens een belasting geheven op het ontgraven van een kist of urne en het herbegraven van een kist of urne. Iedere nieuwe bestemming van een overledene, na de bestemming van de oorspronkelijke begraving wordt beschouwd als een herbegraving.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de begraving, de uitstrooiing, de bijzetting in een columbarium, de ontgraving of herbegraving aanvraagt voor de persoon die overleden is buiten het grondgebied van de gemeente en op het moment van overlijden niet was ingeschreven in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister van de gemeente en voor de persoon die overleden is op het grondgebied van de gemeente maar hier op het moment van overlijden niet was ingeschreven in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister van de gemeente.
De E.G. -ambtenaren, die ingevolge hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke registers en die werkelijk in de gemeente verblijven, worden voor de toepassing van onderhavig reglement gelijkgesteld met de personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters. Het bewijs van verblijf in de gemeente en de duur ervan zal door de betrokken E.G.-ambtenaar moeten geleverd worden.
Artikel 4: Belastinggrondslag en tarieven
De tarieven worden als volgt vastgesteld:
| WIJZE VAN BEGRAVING |
DUUR |
AANTAL PLAATSEN |
PRIJS |
| NIET VERASTE LICHAMEN: |
|||
| tijdelijk graf |
10 jaar |
1 lichaam |
gratis |
| concessie volle grond |
30 jaar |
2 lichamen |
1000 euro |
| concessie met grafkelder |
30 jaar |
2 lichamen |
2200 euro |
| VERASTE LICHAMEN |
|||
| strooiweiden (of strooivijver) |
n.v.t. |
n.v.t. |
gratis |
| tijdelijke urnekelder / urneveld |
10 jaar |
1 urne |
gratis |
| tijdelijke nis columbarium |
10 jaar |
1 urne |
gratis |
| concessie urneveld |
30 jaar |
2 urnen |
1200 euro |
| concessie columbarium |
30 jaar |
2 urnen |
2000 euro |
| KINDERPERK |
|||
| tijdelijke concessie in volle grond (-16j) |
30 jaar |
1 lichaam of urne |
gratis |
| VERLENGINGEN |
|||
| verlengingen concessies |
30 jaar |
2 lichamen |
1ste verlenging aan aankoopprijs X 2 |
| verlenging tijdelijke graven (uitdovend) |
Per 5 jaar |
1 lichaam of urne |
300 euro / 5 jaar |
| Overgangsmaatregel voor tijdelijke graven vanaf 01.01.2007 tot inwerkingtreding reglement gemeentelijke begraafplaats (GR 12/05/2016) |
1 lichaam of urne |
Korting van 50% voor ontgraving en aankoop van een concessie |
|
| BIJBEGRAVINGEN |
|||
| Bijbegraving |
per lichaam |
1000 euro |
|
| Bijbegraving |
per urne |
150 euro |
|
| DIVERSEN |
|||
| Extra voor niet -inwoners gemeente zowel voor tijdelijke als concessies |
niet-inwoners of |
XX |
2000 euro |
| extra kost begraving op zaterdag |
200 euro |
||
| ONTGRAVINGEN |
|||
| volle grond, grafkelders |
ten vroegste 10 jaar na |
1800 euro zonder nieuwe kist voor |
|
| urnen uit nissen |
XX |
XX |
150 euro |
| GEDENKPLAATJES |
|||
| herdenkingszuil |
10 jaar |
1 naam |
125 euro |
| columbarium |
10 jaar |
1 naam |
125 euro |
| vaasje columbarium |
150 euro |
||
| foto columbarium |
150 euro |
||
| strooiweiden |
10 jaar |
1 naam |
125 euro |
| graveren gedenksteen concessies in urneveld |
max 3 namen/ |
180 euro |
|
| gedenksterretje sterrenweide * (* van zodra beschikbaar) |
30 jaar |
160 euro |
Artikel 5: Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd:
- voor de begrafenissen van de oorlogsslachtoffers gestorven in dienst van het vaderland;
- de ontgraving die op bevel van de gerechtelijke overheden uitgevoerd worden;
- de ontgraving, van voor het vaderland gestorven militairen.
Artikel 6: Invordering
De belasting moet contant worden betaald. Bij gebrek aan contante belasting, wordt de belasting ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7: Betaling
Bij een niet contante betaling moet de belasting betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 9: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
- Artikel 170 §4 van de Grondwet,
- De artikelen 40 §3, 41, 285 §1, 286 §1, 287, 288, van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur,
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
- Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
- De gecoördineerde omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening 2025/GGBB-IZ-FI/0020-00/73699999/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, andere belastingen op het gebruik van het openbaar domein.
In het kader van de verkeersveiligheid moet er, voor de ingebruikname van het openbaar domein, een voorafgaandelijke machtiging door de gemeente afgeleverd worden. De aanvraag van deze machtiging verloopt het best volgens een gereglementeerde procedure. Een ingebruikname van het openbaar domein kan hinder veroorzaken voor de weggebruiker. Het heffen van een belasting biedt de beste garantie om de ingebruikname en de bijzondere hinder tot een minimum te beperken.
Artikel 1: Definities
- de openbare weg, te weten de wegen en doorgangen die in hoofdorde bestemd zijn voor alle verkeer van personen en voertuigen, met inbegrip van de bermen, voetpaden en de ruimten aangelegd als aanhorigheden van de verkeerswegen en voornamelijk bestemd voor het parkeren van voertuigen. De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg begrepen is;
- de parken, openbare tuinen, pleinen en speelterreinen en alle stukken van de openbare plaats, buiten de openbare weg, die open staan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning.
Artikel 2: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het privaat en commercieel gebruik van de openbare plaats.
Voor elk gebruik van de openbare plaats conform een afgeleverde vergunning enerzijds of in geval van een effectief gebruik van de openbare plaats zonder afgeleverde vergunning anderzijds, is een belasting verschuldigd op grond van de tarieven vermeld in dit belastingreglement.
De belastingen zijn verschuldigd per dag, per maand, per vermelde periode of per jaar, op basis van de in dit belastingreglement geldende tarieven.
Artikel 3: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 4: Belastingplichtige
De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon die over een door het gemeentebestuur verstrekte vergunning beschikt voor de permanente of tijdelijke inname van de openbare plaats, of diegene die zonder voorafgaande vergunning effectief de openbare plaats inneemt.
Artikel 5: Bekomen van een vergunning voor de inname van de openbare plaats
§1. Ten einde te kunnen overgaan tot het privaat en commercieel gebruik van de openbare plaats dient aan het college van burgemeester en schepenen een machtigingsaanvraag te worden gericht. Deze machtigingsaanvraag dient alle elementen te vermelden die noodzakelijk zijn voor de berekening van de belastbare aanslag:
1. Het toepassingsgebied
2. Het adres waar de tijdelijke privatisering zal gebeuren
3. De begin- en einddatum van de inname
4. De naam en het adres van de aanvrager van de inname
5. De oppervlakte van de openbare plaats dat men wil innemen.
Hetzelfde geldt voor iedere aanvraag tot wijziging van de machtiging.
De vergunning dient 7 kalenderdagen op voorhand te worden aangevraagd.
Iedere vraag om verlening van een machtiging moet, op straffe van verval, minstens tien dagen voor het verstrijken van de termijn aangevraagd worden.
De vergunningen worden afgeleverd zonder dat de houder ervan enig recht van erfdienstbaarheid op de openbaar plaats kan doen gelden.
Elke toelating is steeds beperkt in tijd en plaats.
De vergunning kan door het college van burgemeester en schepenen ingetrokken of voor een bepaalde duur geschorst worden indien zulks noodzakelijk geacht wordt. De intrekking of tijdelijke schorsing geeft geen enkel recht op schadevergoeding, doch enkel op de terugbetaling van de eventueel teveel betaalde plaatsrechten.
§2. Het is aan het schepencollege om te oordelen of een fotoreportage of filmopname een commercieel doeleinde heeft conform artikel 1 dan wel valt onder één van de vrijstellingen conform artikel 7.
Artikel 6: Tarief voor de tijdelijke privatisering van de openbare plaats naar aanleiding van het uitvoeren van bouw, onderhouds-, instandhoudings- en andere werken zoals schilderwerken, afbraakwerken, zandstralen, ea.
a. Door het plaatsen of het laten plaatsen van bouwmaterialen, kranen, steigers, constructies voor steenvang, afbraakmaterialen al of niet afgebakend door een afsluiting, schutting of schutsel.
b. Door het gebruik van een al of niet mobiele werf, waaronder o.a. wordt verstaan vrachtwagens, bestelwagens, caravans, e.a. die dienst doen voor de opstapeling of verwerking van materialen, nodig voor de bouw, onderhoud, instandhouding – en andere werken en voor het opvangen van de uitvoerders van de werken.
c. Door het oprichten van loodsen, nodig zowel als tijdelijke vervanging van het gebouw waaraan de werken worden uitgevoerd, als voor de bouw, onderhouds-, instandhoudings- en andere werken zelf.
d. Bij de niet werkelijke tijdelijke bezetting,
- wanneer bij het gebruik van hangstellingen e.d.m. veiligheidshalve, het onderliggend weggedeelte ontoegankelijk wordt voor de weggebruikers
- bij gevaar van afbrokkeling of instorting van gebouwen, e.d.
- wanneer de bezetting de gehele of gedeeltelijke opbraak van de openbare weg voor gevolg heeft, voor de duur tot de voorlopige herstelling. (Hierna genoemd “schutsels”)
e. Door het plaatsen of laten plaatsen van een container, een vrachtwagen of een aanhangwagen, of gelijkaardige, hoofdzakelijk bestemd voor het opladen van afbraakmaterialen.
(Hierna genoemd “containers”).
De belasting is verschuldigd zolang de stopzetting van het gebruik van de openbaar plaats aan het gemeentebestuur niet betekend werd, tenzij in de machtiging een termijn bepaald werd, in welk geval de openbaar plaats uiterlijk bij het verstrijken van de machtigingsdatum moet worden vrijgegeven.
Als de openbaar plaats vrijgegeven wordt voor de termijn, bepaald in de machtiging, moet ook deze voortijdige stopzetting aan het gemeentebestuur medegedeeld worden. Zolang zulks niet gebeurt, blijft de belasting verschuldigd.
De belastingtarieven worden vastgesteld als volgt:
- inname van het openbaar domein ten gevolge van bouw- of verbouwingswerken, door het plaatsen van stellingen, schutsels, werfketen, kranen, schuilhuisjes, bouwmateriaal, puinzakken, werktuigen, enz. Deze opsomming is niet limitatief. Per kalenderdag en per m² = €1 met een minimale aanslag van €25. Elk deel van een vierkante meter wordt als volle vierkante meter aangerekend.
- inname van het openbaar domein door het plaatsen van een mobiele container. Per begonnen kalenderdag en per container en dit ongeacht het uur van de plaatsing = €10.
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de machtiging. De belasting is desgevallend solidair en in solidum verschuldigd door de eigenaar van het goed waar de tijdelijke privatisering van het openbaar domein geschiedt, alsmede door de aanvrager van de machtiging zoals de huurder, bewoner, bouwheer, aannemer, architect evenals alle andere personen die bij de privatisering betrokken zijn.
Artikel 7: Tarief voor fotoreportages en filmopnames.
Er is een belasting verschuldigd voor het maken van fotoreportages en/of filmopnames met louter commerciële doeleinden. Per begonnen kalenderdag en ongeacht het uur van de start is er een forfaitaire belasting verschuldigd van €1.000. De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de machtiging.
De gemeente verleent geen logistieke steun. Eventueel gemaakte kosten voor o.a. het opruimen van afval, schoonmaken, personeelsinzet, herstel van materiaal of infrastructuur worden doorgerekend aan de aanvrager.
Artikel 8: Vrijstellingen
1. inname van het openbaar plaats door verenigingen of onderwijsinstellingen die menslievende, sociale, culturele, educatieve of sportieve doeleinden nastreven;
2. inname van het openbaar plaats voor evenementen georganiseerd in samenwerking met de gemeente;
3. inname van de openbaar plaats met het oog op het plaatsen van stellingen door particulieren die een gemeentelijke subsidie krijgen voor de renovatie en verfraaiing van gevels en dit voor maximaal 30 kalenderdagen.
Artikel 8: Invordering
De belasting moet contant worden betaald. Bij gebrek aan contante belasting, wordt de belasting ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 11: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73424000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, verspreiding van niet geadresseerde drukwerken.
Het ongevraagd en systematisch verspreiden van ongeadresseerd drukwerk in alle brievenbussen of op de openbare weg is nadelig voor het milieu, verhoogt het volume papierafval en brengt bijkomende kosten van onder meer afhaling en verwerking met zich mee. Bijgevolg is het billijk een belasting te heffen op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op de huis aan huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken. Onder drukwerk wordt verstaan elke publicatie die ertoe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen, zoekertjes en andere elementen, die erop gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.
Voor de toepassing van dit reglement wordt beschouwd als ‘niet geadresseerd drukwerk’ ieder drukwerk dat niet besteld wordt in een omslag met vermelding van de naam en het adres van de bestemmeling en dat niet op onuitwisbare manier de naam en het adres van de bestemmeling vermeldt. Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitgever. De drukker en de verdeler zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op € 0,020 per bedeeld exemplaar voor eenbladig reclamedrukwerk maximumformaat A4 en € 0,030 per bedeeld exemplaar voor alle ander reclamedrukwerk. Per bedeling is er een minimale aanslag van 50 euro.
Artikel 5: Vrijstellingen
Van de belasting is vrijgesteld:
1. waarin steeds kosteloos de nodige ruimte beschikbaar wordt gesteld voor berichten uitgaande van het gemeentebestuur en dit op grond van een overeenkomst terzake af te sluiten met het gemeentebestuur
2. verenigingen zonder winstoogmerk voor zover ze sociale of culturele doeleinden hebben;
3. plaatselijke sport-, jeugd- of culturele verenigingen voor zover ze folders uitgeven voor eigen organisaties;
4. publiciteit gevoerd door vormingsinstellingen en plaatselijke onderwijsinstellingen.
Artikel 6: Aangifteplicht
De belastingschuldige is gehouden, minstens één dag voorafgaandelijk aan elke bedeling, bij het gemeentebestuur hiervan aangifte te doen door middel van een aangifteformulier dat door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld. Hij dient hierbij een specimen in van het te verspreiden drukwerk.
Behoudens een nieuwe tijdige aangifte door de belastingschuldige, geldt de aangifte naar aanleiding van de eerste verspreiding van een drukwerk ook voor de daaropvolgende verspreidingen tijdens hetzelfde dienstjaar.
Artikel 7: Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan aangifte zoals vermeld in voorgaand artikel, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingschuldige of zijn afgevaardigde, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd, volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingschuldige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Ingeval het aantal verspreide exemplaren niet binnen de voorziene periode wordt meegedeeld, wordt de belasting berekend op basis van 8.000 brievenbussen.
Artikel 8: Verhoging van het tarief
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de helft van deze belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Artikel 9: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 12: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening 2025/GGBB-IZ-FI/0020-00/73601000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, plaatsrecht kermissen en circussen.
De gemeente stelt haar openbaar domein ter beschikking voor het inrichten van kermissen en circussen. Het gebruik van standplaatsen op kermissen en circussen vergt zekere kosten van toezicht, verkeershandhaving en schoonmaak, waardoor het billijk is deze kosten te verhalen op diegene die de standplaats inneemt.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven voor de inname van de openbare plaatst tijdens de door de gemeente ingerichte kermissen en circussen.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de kermisinstallatie of het circus en bij ontstentenis ervan is de eigenaar van de kermisinstallatie of het circus hoofdelijke aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belastingtarieven voor de kermisinstallaties worden voor de toegelaten duur van de kermissen vastgesteld als volgt:
Installaties met een oppervlakte van:
a) 0-10 m².......................................................................................................€ 19
b) 11m² –25 m²...............................................................................................€ 31
c)26 m²–50 m²................................................................................................€ 62
d) 51m² –75 m²...............................................................................................€ 87
e)76 m²–100 m²..............................................................................................€ 112
f)101 m²–250 m².............................................................................................€ 297
g) meer dan250 m²..........................................................................................€ 620
Kermisuitbaters die voor hun attractie voorzien in hun eigen elektriciteit a.d.h.v. generatoren krijgen 50% korting op de te betalen standplaatsrechten. Voor rondreizende circussen wordt een forfaitair standrecht van € 85 per dag inname geheven.
Artikel 5: Aangifteplicht
De belastingschuldige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend binnen de 30 kalenderdag na ontvangst moet worden teruggestuurd op volgend adres, Gemeente Sint-Genesius-Rode, Dorpsstraat 46, 1640 Sint-Genesius-Rode of via het mailadres evenementen@sint-genesius-rode.be.
Artikel 6: Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan aangifte binnen de in het voorgaand artikel gestelde termijn, of in het geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingschuldige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingschuldige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de helft van deze belasting.
Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Artikel 7:Invordering
De belasting wordt ingevorderd door facturatie door de gemeente. Bij wanbetaling zal de belasting worden ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8: Betaling
De belasting is betaalbaar dertig dagen na het opmaken van de factuur. Bij inkohiering na wanbetaling heeft de belastingplichtige 2 maand om zijn belasting te betalen.
Artikel 9: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 10: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73611000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, parkeren.
De gemeente wil in haar beleid inzake mobiliteit een hogere rotatie van de bezetting van de beschikbare parkeerplaatsen. Het aanleggen en verbeteren van de parkeermogelijkheden brengt voor de gemeente aanzienlijke lasten met zich mee. Ook de handhaving heeft een kost. Daarom is het billijk om een belasting te heffen op de motorvoertuigen die op de openbare weg geparkeerd staan of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg. Dit reglement beoogt het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is én waar een "blauwe zone" reglementering van toepassing is.
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden. Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, § 1, 2e lid, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante- en kermisactiviteiten.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 2: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het voertuig. De belasting is verschuldigd zodra het voertuig de tijd heeft overschreden die gratis is en is betaalbaar door overschrijving op de rekening van de gemeente.
Artikel 3: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
- Gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden.
- Een forfaitair bedrag van €30 per dag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is.
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het Koninklijk Besluit van 1.12.1975.
Als de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit is geplaatst wordt de gebruiker steeds geacht te kiezen voor de betaling van het hierboven bedoelde forfaitaire tarief.
Bij toepassing van het forfaitaire systeem zoals in het eerste lid gedefinieerd, brengen de bevoegde politiediensten een kennisgeving aan de gebruiker van het voertuig onder voorruit van het voertuig.
Artikel 4: Vrijstellingen
Artikel 5:Invordering
De belasting wordt ingevorderd door facturatie door de gemeente. Bij wanbetaling zal de belasting worden ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betaling
De belasting is betaalbaar dertig dagen na het opmaken van de factuur. Bij inkohiering na wanbetaling heeft de belastingplichtige 2 maand om zijn belasting te betalen.
Artikel 7: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73730000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, ontbreken van parkeerplaatsen.
De realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein doet soms afbreuk aan de goede ruimtelijke ordening. Vaak gaan hierdoor ook parkeerplaatsen op openbaar domein (de parkeerplaats moet worden ontsloten) verloren en komt het niet altijd de veiligheid van de zwakke weggebruiker ten goede. Daarnaast zien we een evolutie in het ruimtelijk beleid waarbij, vooral bij centrumlocaties, men veeleer gebundeld en op wandelafstand van de woning parkeren gaat organiseren. Men onttrekt parkeren daarmee aan het verwarmd volume van de woning en kan de voor parking nodige verharding koppelen aan infiltratievoorzieningen. Op die manier ontstaat er een meer duurzaam ruimtegebruik. Het is niet verantwoord om deze kost af te wentelen op de gemeenschap wanneer het genot grotendeels bij private ontwikkelaars terecht komt. Om een kwalitatieve publieke ruimte met parkeerplaatsen te kunnen blijven realiseren worden de ontwikkelaars geresponsabiliseerd om ook zelf voldoende parkeerplaatsten te voorzien in hun project.
Artikel 1: Belastbaar feit
In toepassing van de gemeentelijke bouwverordening “Parkeren” wordt een gemeentebelasting gevestigd op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen bij het verlenen van vergunningen in toepassing van de Stedenbouwwetgeving.
De belasting wordt vastgesteld op basis van normen vervat in de door de Gemeenteraad op 1 april 1999 goedgekeurde gemeentelijke bouwverordening “Parkeren” dewelke toegepast worden bij het verlenen van de vergunningen vermeld in artikel 1. Zij gelden zowel voor nieuwbouw en verbouwingen, als voor het gebruiken van bestaande gebouwen en van onbebouwde percelen
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder van de vergunning die één of meer der conform deze normen verplichte parkeerplaatsen, niet kan aanleggen. De afgeleverde vergunning vermeldt uitdrukkelijk het aantal ontbrekende parkeerplaatsen en maakt tevens gewag van de hiervoor verschuldigde gemeentebelasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op €25.000 per ontbrekende parkeerplaats behalve voor de hierna volgende uitzonderingen:
1) Voor eengezinswoningen zonder nevenfunctie op een perceel van minder dan 250 m2 is een tarief van 2.500 euro per ontbrekende parkeerplaats van toepassing.
2) Voor eengezinswoningen zonder nevenfunctie met een perceelsbreedte ter hoogte van de straat van minder dan 9m is een tarief van 2.500 euro per ontbrekende parkeerplaats van toepassing.
Artikel 5:Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73810000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, luxepaarden.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het houden van paarden.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op €40 per paard op 1 januari van het aanslagjaar. In afwijking hierop wordt de belasting, verschuldigd door kwekers en handelaars in paarden – met uitzondering van manege-exploitanten en personen die een gemengd beroep uitoefenen – forfaitair vastgesteld op €100 of €200 naargelang het door hen gehouden aantal paarden minder dan 10 paarden of tien paarden en meer bedraagt.
Artikel 5: Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
1° paarden die op 1 januari van het belastingjaar jonger zijn dan drie jaar;
2° de gemengde paarden, gewoonlijk dienende voor de landbouw, de nijverheid of de handel en die slechts toevallig gebruikt worden als zadelpaard of als span voor rijtuigen, bestemd voor het vervoeren van personen;
3° de paarden van de bereden officieren, door deze laatsten gehouden ingevolge hun militaire verplichtingen.
Artikel 6: Aangifteplicht
De belastingschuldige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst moet worden gestuurd op volgend adres, Gemeente Sint-Genesius-Rode, Dorpsstraat 46 te 1640 Sint-Genesius-Rode of via het mailadres financien@sint-genesius-rode.be. De belastingschuldige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 7: Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan aangifte binnen de in het voorgaand artikel gestelde termijn, of in het geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingschuldige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingschuldige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met de helft van het bedrag gelijk aan deze belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Artikel 8: Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 11: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.
De gemeenteraad,
De reglementaire bewegwijzeringsborden worden geplaatst door het Vlaamse gewest langsheen de gewestwegen en door de gemeentelijke diensten langs de gemeentewegen.
De bewegwijzering moet voldoen aan het KB van 1 februari 1991, tot wijziging van het KB van 1 december 1975 houdende reglement op de politie van het wegverkeer, en aan het MB van 1 februari 1991, tot wijziging van het MB van 11 oktober 1976, waarbij minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73426000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, privé-wegwijzers.
De aankoop en de plaatsing van wegwijzers door de gemeentediensten, op verzoek van een daartoe gerechtigde aanvrager, kan beschouwd worden als een door het gemeentebestuur te leveren dienst. Teneinde tot een degelijke bewegwijzering te komen, is een geïntegreerde aanpak noodzakelijk. De gemeente Sint-Genesius-Rode is bevoegd voor het aanbrengen van de voornoemde wegwijzers op gemeentewegen en draagt zodoende de kosten hiervoor. Het is billijk een heffing op te leggen aan de rechtspersoon of de natuurlijke persoon op wiens verzoek de wegwijzer wordt aangebracht of voor wiens rekening de wegwijzer wordt verwijderd. Het is daarom aangewezen om een tarief vast te stellen waarbij rekening wordt gehouden met de het uurloon van de werklieden voor het aanbrengen van gemeentelijke wegwijzers en de kostprijs van het materiaal.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het leveren, plaatsen, beheer en onderhoud van bewegwijzeringsborden langs gemeentewegen voor het aanduiden van een reisroute naar rechtspersonen en bedrijven op het grondgebied van de gemeente Sint-Genesius-Rode.
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting moet betaald worden door de rechtspersoon of de natuurlijke persoon op wiens verzoek de wegwijzer zal worden aangebracht.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:
- 180 euro per wegwijzer, als eenmalige vergoeding voor de levering en plaatsing van de palen en de borden;
- 60 euro per wegwijzer, als forfaitaire jaarlijkse vergoeding voor het onderhoud en het beheer (met inbegrip van het verwijderen) van de wegwijzers;
Het college van burgemeester en schepenen mag bij gemotiveerde beslissing één of meerdere geplaatste wegwijzers opnieuw laten verwijderen zonder dat de aanvrager aanspraak kan maken op enige vergoeding of schadeloosstelling.
Artikel 5: Vrijstellingen
1. Voor de bewegwijzering waarvoor al een toelating bestaat wordt geen vergoeding gevraagd voor levering en plaatsing. Zij dienen enkel de jaarlijkse forfaitaire heffing voor het onderhoud en beheer van de wegwijzers te betalen.
2. Voor bewegwijzering die wordt aangebracht op verzoek van publiekrechtelijke rechtspersonen ongeacht hun rechtsvorm, moet de hier bedoelde éénmalige en forfaitaire jaarlijkse vergoeding, niet worden betaald.
Artikel 6: Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 9: Inwerkingtredin
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het weghalen en bewaren door het gemeentebestuur:
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van het goed of het voertuig.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting vastgesteld als volgt:
a) €4 per km transport naar het gemeentelijk depot;
b) €40 per uur personeels- en administratiekosten;
c) €20 per uur voor gebruik van een vrachtwagen;
d) €15 per uur voor gebruik van een personenwagen;
e) €20 per uur voor gebruik van kraanuitrusting;
f) €3 per dag voor bewaring in gemeentelijk depot;
g) de inzet van een lift, de huur van een opslagplaats en dergelijke meer worden tegen kostprijs doorgefactureerd;
De bedragen worden gecumuleerd. Alleszins zal de belasting minimum €250 in haar globaliteit bedragen.
Artikel 5: Invordering
De belasting moet bij de terugname van de goederen of het voertuig contant worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van contante betaling, wordt de belasting ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 11: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73328000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, sluikstorten.
Sluikstorten en zwerfvuil op ons openbaar domein zijn een bron van ergernis. Het achterlaten van afval zoals sigarettenpeuken, kauwgom, etensresten, blikjes, huisvuil of grofvuil maakt dat ons openbaar domein er vies uitziet. Bovendien heeft de gemeente als taak om over de gezondheid van haar inwoners te waken. Afval in de openbare ruimte is daar een bedreiging voor. Het opruimen van sluitstort en zwerfvuil kost de gemeente veel geld en mankracht. We willen met deze belasting enerzijds ontradend werken, maar anderzijds ook financiële gevolgen kunnen verbinden aan de acties van mensen die zich schuldig maken aan sluikstorten of het achterlaten van zwerfvuil. Deze belasting verlicht de financiële lasten van de gemeente.
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt een belasting geheven op het weghalen door het gemeentebestuur van sluikstortingen en zwerfvuil op plaatsen waar het storten door een wettelijke of reglementaire bepaling verboden is, hetzij op openbaar domein hetzij op privaat eigendom.
Artikel 2 Belastbare periode
De Belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de afvalstoffen heeft achtergelaten. Desgevallend is diegene die de opdracht of de toelating gaf en/of de eigenaar van de afvalstoffen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld en berekend op basis van volgende te cumuleren tarieven:
De belasting bedraagt minimaal 250 euro per sluikstort.
Artikel 5: Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De gemeenteraad stelt uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar de opcentiemen voor het aanslagjaar vast en ze deelt het reglement waarin het aantal te vestigen opcentiemen wordt vastgesteld via het Loket voor Lokale Besturen uiterlijk voor 1 maart van het aanslagjaar. Zo zijn de omvangrijke inkomsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing gegarandeerd.
artikel 464/1, 1° van het Wetboek Inkomstenbelastingen;
artikelen 2.1.4.0.2. en 3.1.0.0.4. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
artikel 40, §3, eerste lid en 369 van het decreet Lokaal Bestuur;
het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen
De opbrengst van de opcentiemen op de onroerende voorheffing worden in het exploitatiebudget geboekt onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73000000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN. Voor het aanslagjaar 2026 zijn de opbrengsten geraamd op 12.391.266 euro.
De gemeente Sint-Genesius-Rode dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen. Daarom heft de gemeente onder meer opcentiemen op de onroerende voorheffing. Het aantal opcentiemen voor het aanslagjaar 2026 dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld. Het aantal opcentiemen voor het aanslagjaar 2025 bedroeg 652 opcentiemen.
Artikel 1: Voor het aanslagjaar 2026 het aantal opcentiemen op de onroerende voorheffing vast te stellen op 652 opcentiemen.
Artikel 2: De vestiging en de inning van deze opcentiemen te laten gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
De gemeenteraad,
De gemeente Sint-Genesius-Rode dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen. Hiervoor kan de gemeente een aanvullende belasting op de personenbelasting vestigen. Het aanvullende percentage gemeentebelasting voor het aanslagjaar 2026 dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld.
artikel 464/1, 1° van het Wetboek Inkomstenbelastingen;
artikelen 2.1.4.0.2. en 3.1.0.0.4. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
artikel 40, §3, eerste lid en 369 van het decreet Lokaal Bestuur;
het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen
De opbrengst van de aanvullende belasting op de personenbelasting wordt geregistreerd in het exploitatiebudget onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73010000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN. Voor het boekjaar 2026 zijn deze budgettaire ontvangsten geraamd op 10.427.584 euro.
Artikel 1: Voor het aanslagjaar 2026 een aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting te vestigen ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2: De belasting vast te stellen op 6% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelasting van 1992 berekende grondslag van de personenbelasting voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3: De vestiging en de inning van de gemeentebelasting te laten geschieden door het toedoen van de FOD Financiën, het bestuur der directe belastingen, overeenkomstig de bepalingen vervat in de betreffende artikelen 469 en volgende van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
De gemeenteraad,
De opbrengsten van deze retributies zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-PR-RP/0309-00/70033000/CBS/IP-GEEN, toegang recyclagepark.
De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval overeenkomstig het Vlaamse afvalstoffendecreet. Zij organiseert huis aan huis ophalingen voor de inzameling van papier en karton, PMD, restafval, gft en tuinafval. Inwoners kunnen voor grotere afvalfracties en afvalfracties die hergebruikt of gerecycleerd kunnen worden ook terecht in het recyclagepark. De inrichting en uitbating van het recyclagepark heeft een kostprijs. Naast de inzet van algemene middelen wil het bestuur maximaal het principe hanteren "de vervuiler betaald" om de kosten van het beheer te dekken. Het heffen van een retributie voor de afvalfracties die niet of moeilijk te hergebruiken of te recycleren zijn is daarom aangewezen en billijk.
Artikel 1: Basis voor de retributie
Voor een periode ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van het recyclagepark.
Er wordt een retributie geheven op het aanbieden op het recyclagepark van volgende afvalfracties:
-groot vuil,
-tuinafval,
-herbruikbaar bouw- en sloopafval,
-niet-herbruikbaar bouw- en sloopafval,
-houtafval.
Artikel 2: Retributieplichtige
Elke bezoeker van het recyclagepark die een of meerdere van de vijf fracties komt aanbieden is de retributie verschuldigd. Ook voor kleine hoeveelheden, er geldt geen ondergrens.
Artikel 3: Tarieven
§1. De retributie bedraagt 3, 6, 12 of 18 euro afhankelijk van de wijze waarop de afvalstoffen worden getransporteerd, zoals in de volgende tabel:
| 1 |
Voetganger, fiets, kruiwagen (ten indicatieve titel max. 0,5 m³). |
€ 3 |
| 2 |
Gewone personenwagen (ten indicatieve titel max. 1 m³). |
€6 |
| 3 |
Grote personenwagen (type break, SUV, terreinwagen, monovolume, Renault Kangoo, Citroën Berlingo, VW Multivan). |
€12 |
| 4 |
Bestelwagen. |
€18 |
| 5 |
Vast supplement voor een aanhangwagen. |
€12 |
§2. Indien de aanhangwagen getrokken wordt door een volledig leeg voertuig dient enkel het forfait van €12 voor de aanhangwagen betaald te worden.
Artikel 4: Vrijstellingen
Er geldt een algemene vrijstelling van de retributie voor:
- de lokale politiezone 5403
- de lokale scholen op het grondgebied van Sint-Genesius-Rode
Artikel 4: Volume
Op werkdagen mag maximaal 3 m³ afval aangevoerd worden en op zaterdag maximum 1 m³.
Artikel 5: Betaling
De retributie dient op het recyclagepark betaald te worden aan de toezichter van het recyclagepark alvorens het afval wordt gestort. De betaling wordt gedaan met een bankkaart of een prepaidkaart op de mobiele betaalterminal van de toezichter, tegen afgifte van een ontvangstbewijs. Een betaling in cash geld is niet mogelijk.
Mocht de mobiele betaalterminal defect zijn dan kan de toezichter een uitgestelde betaling toestaan. De toezichter zal in dit geval een formulier van schuldbekentenis invullen en vergelijkt de ingevulde gegevens en de handtekening met de identiteitskaart van de bezoeker. Op basis van deze schuldbekentenis bezorgt de financiële dienst van de gemeente een factuur aan de bezoeker. Hij dient de factuur binnen de dertig dagen te betalen.
Artikel 6: Invordering
Bij gebreke aan betaling van de retributie zal de invordering gebeuren zoals bepaald in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur of via een burgerrechterlijke rechtsvordering.
Artikel 7: Bekendmaking
Dit retributiereglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
Het is billijk om het solidariteitsprincipe te hanteren voor een aansluiting op de openbare riool. Door de dienst openbare werken werd een referentierioolaansluiting vastgesteld als volgt:
* diameter 125 mm voor aansluitingen DWA tot 10 wooneenheden, diameter 160 mm voor aansluitingen DWA meer dan 10 wooneenheden en RWA aansluitingen indien uitzonderlijk toegestaan;
* lengte - max. 15 m (deel op openbaar domein tussen openbare riool en grens openbaar – privaat domein);
* diepte - max 0,80 m ten opzichte van het rijwegniveau aan de grens openbaar domein – privaat domein;
* grondwerk, aanvulling, hulpstukken en wegherstel volgens noodwendigheid;
* 1 huisaansluitputje + deksel;
De door de aanvragers verschuldigde retributie is in overeenstemming met het gemiddeld bedrag van een referentieaansluiting in de voorgaande kalenderjaren.
De eigenaars van de eigendommen in een straat waar een gescheiden rioleringsstelsel wordt aangelegd zijn verplicht volgens de Vlarem II wetgeving om het afvalwater en het hemelwater optimaal af te koppelen. Dit betekent dat het afvalwater wordt afgevoerd naar de DWA-leiding en het hemelwater na toepassing van de ladder van Lansik (herbruik, infiltratie, buffering en overloop) uitzonderlijk naar de RWA-leiding.
Het retributiereglement diverse rioleringswerken van 12 maart 2019 wordt verwerkt in huidig retributiereglement op rioolaansluitingen en diverse rioleringsswerken. Elke woning krijgt een DWA. De eigenaars van eigendommen die al aangesloten zijn op een bestaande riolering in de straat waar een gescheiden stelsel wordt aangelegd moeten geen DWA aansluiting betalen.
Artikel 1: Grondslag voor de retributie
Er wordt een retributie geheven voor de realisatie van een referentieaansluiting op het openbaar riool voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Een referentierioolaansluiting werd vastgesteld als een aansluiting die voldoet aan volgende voorwaarden :
* diameter 125 mm voor aansluitingen DWA tot 10 wooneenheden, diameter 160 mm voor aansluitingen DWA meer dan 10 wooneenheden en RWA aansluitingen indien uitzonderlijk toegestaan;
* lengte - max. 15 m (deel op openbaar domein tussen openbare riool en grens openbaar – privaat domein);
* diepte - max 0,80 m ten opzichte van rijwegniveau aan de grens openbaar domein – privaat domein;
* grondwerk, aanvulling, hulpstukken en wegherstel volgens noodwendigheid;
* 1 huisaansluitputje + deksel.
Artikel 2:Retributieplichtige
De eigenaars van gebouwen (natuurlijke persoon of rechtspersoon), gelegen langsheen openbare wegen uitgerust met openbare riolen dienen door middel van ondergrondse leidingen deze gebouwen aan te sluiten op het openbaar riool om afval- en uitzonderlijk regenwater af te voeren. Zij dienen hiervoor een aanvraag te richten aan de dienst openbare werken. De dienst openbare werken kan de aansluiting, in de door de wetten, besluiten en verordeningen voorziene gevallen, aan bepaalde voorwaarden onderwerpen.
Artikel 3: Tarieven
1. Voor een particuliere huisaansluiting van een bestaande woning op de bestaande openbare riolering is de aanvrager aan het gemeentebestuur een retributie verschuldigd welke billijk wordt vastgesteld op 2.500 euro exclusief BTW per rioolaansluiting als tegenwaarde van een referentieaansluiting.
2. De retributie voor de particuliere huisaansluitingen op het openbaar domein van de gemeente Sint-Genesius-Rode in het kader van de aanleg van een gescheiden stelsel of de vernieuwing van een riolering wordt vastgesteld op:
- 1.000 euro exclusief BTW voor een nieuwe DWA-aansluiting (droogwaterafvoer)
- 2.000 euro exclusief BTW voor een nieuwe RWA-aansluiting (regenwaterafvoer)indien uitzonderlijk toegestaan. Met een nieuwe aansluiting wordt bedoeld een aansluiting ter plaatse van een woning of perceel waar er nog geen aansluiting bestaat.
Voor aansluitingen die de voorwaarden van een referentieaansuiting overschrijden wordt de retributie gelijk gesteld met de werkelijk kostende prijs van de aansluiting. Deze aansluiting wordt eveneens uitgevoerd door een door de gemeente aangesteld aannemer volgens vastgestelde eenheidsprijzen. Te vermeerderen met de van toepassing zijnde belasting over de toegevoegde waarde (6 of 21% BTW).
Artikel 4: Invordering en betaling
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur zodra de aanvraag werd goedgekeurd. De factuur is betaalbaar binnen de dertig dagen. Bij gebreke aan betaling kan de retributie kan het bedrag gevorderd worden overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 5: Bekendmaking
Dit retributiereglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De opbrengsten van deze retributie zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-PR-RP/0600-00/70003000/CBS/IP-GEEN, vastgoedinformatie.
Stedenbouwkundige inlichtingen en uittreksels bij vervreemding en overdacht van een onroerend goed, zijn verplichtte aanvragen die de gemeente dient te verstrekken en waarvoor zij de nodige inspanningen dient te leveren, zijnde aangepaste hardware, software en het ten alle tijden up- to -date houden van de gegevens en onderhouden van de systemen. Stedenbouwkundige inlichtingen (zoals opgesomd in artikel 5.2.1. §1, artikel 5.2.5. en artikel 5.2.6. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) die worden gevraagd worden steeds complexer en er dient meer tijd te worden uitgetrokken om deze inlichtingen te verzamelen. Door deze bijkomende taken en lasten en de daaraan gelinkte supplementaire kosten is het bijgevolg billijk om een retributie te heffen op de afgifte van de bewuste inlichtingen die meer rekening houdt met de geleverde inspanningen.
De gemeente is in de loop van 2024 aangesloten op het vastgoedinformatieplatform. Dit is een generiek gegevensdelingsplatform dat de uitwisseling van vastgoedinformatie mogelijk maakt voor professionelen. Via dit platform wordt betrouwbare vastgoedinformatie over een perceel snel verzameld. Dit zowel in het kader van een verkoop, langdurige verhuur als een ander vorm van overdracht waarbij de verwerver (potentiële koper) zo goed mogelijk informeren over het perceel en de gebouwen. De aanvrager verkrijgt de Vastgoedinlichtingen voor overdracht via één eenvoudig kanaal. Het platform verzamelt data uit centrale bronnen waarna de bevoegde gemeente het dossier verrijkt met gevalideerde lokale data. De aanvrager ontvangt het resultaat via het Vlaamse webportaal, als PDF of in een eigen toepassing.
Artikel 1: Grondslag voor de retributie
Er wordt een retributie gevestigd op het afleveren van omstandige stedenbouwkundige inlichtingen die aangevraagd worden via het vastgoedinformatieplatform met het oog op de vervreemding of overdracht van een onroerend goed.
Artikel 2: Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de stedenbouwkundige inlichtingen heeft gevraagd aan het bestuur via het vastgoedinformatieplatform.
Artikel 3: Vrijstellingen
Zijn vrijgesteld van de retributie, de stukken welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven.
Artikel 4: Tarief
Het bedrag van de retributie wordt bepaald op €125 per kadastraal perceel, maar een aanvrager moet slechts één keer de retributieprijs voor een aanvraag te betalen per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:
De aanvrager betaalt daarnaast aan de Vlaamse overheid een retributie van 36,50 euro als terugbetaling van de investeringskost en voor de kosten van het onderhoud van de vastgoedinformatie applicatie.
Artikel 5: Bekendmaking
Dit retributiereglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De opbrengsten van deze retributie zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-PR-RP/0300-00/70031000/CBS/IP-GEEN, restafvalzakken, PMD, GFT en kraftzakken.
De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. Zij kan de inzameling en verwerking bekostigen met eigen middelen, met een forfaitaire belasting of met een variabele kostprijs (retributies) of een mix hiervan. De gemeente betaald een deel van de afval inzameling en verwerkingskosten door het heffen van een retributie op de verkoop van afvalzakken. Ze voorziet hierbij afvalzakken van verschillend volume en prijs. Zodoende past ze het principe de vervuiler betaald en het diftar principe toe, gedifferentieerde tarifering. De prijsverschillen moeten sturend zijn voor het gedrag van de inwoner. Wie veel afval heeft en veel grote zakken nodig heeft betaalt méér dan iemand die met één kleine zak toekomt.
Artikel 1: Er wordt een retributie geheven op de verkoop van afvalzakken met een gemeentelijk logo, verplicht te gebruiken voor de huis aan huis ophaling van restafval, PMD, gft en tuinafval en dit vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2: Het gebruik van de afvalzakken met gemeentelijk logo is verplicht voor ieder die van de huis aan huis ophaaldienst gebruik maakt. De retributie is verschuldigd door ieder, die deze afvalzakken aankoopt.
Artikel 3: Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:
- 75 l grijze restafvalzak, PE, 10 stuks per rol, 25 euro per rol;
- 60 l grijze restafvalzak, PE, 10 stuks per rol, 20 euro per rol;
- 30 l grijze restafvalzak, PE, 10 stuks per rol, 10 euro per rol;
- 70 l kraftpapier GFT-zak, composteerbaar, per 5 stuks, 4,50 euro;
- 35 l kraftpapier GFT-zak, composteerbaar, per 5 stuks, 2,25 euro;
- 25 l witte biofolie GFT-zak, composteerbaar, 10 stuks per rol, 3,20 euro per rol;
- 15 l witte biofolie GFT-zak, composteerbaar, 10 stuks per rol, 1,90 euro per rol;
- 60 l blauwe P+MD-zak, PE, 25 stuks per rol, 3 euro per rol;
Artikel 4: De gemeentelijke afvalzakken kunnen worden aangekocht bij verschillende handelaars en winkels op het grondgebied. Een lijst met de handelszaken die de afvalzakken verkopen wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website. De retributies worden via de deelnemende handelszaken geïnd. De verkoopprijs in de winkel is de retributie zoals hierboven vastgesteld. De handelaars die de gemeentelijke afvalzakken verdelen kunnen niet meer vragen. Zij worden zelf vergoed voor hun diensten op basis van het jaarlijks aantal verkochte rollen.
Artikel 5: Dit retributiereglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De opbrengsten van deze retributie zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj//GGBB-PR-TD/0200-02/70010000/CBS/IP-GEEN, werken voor derden, weg-inftrastructuur.
Het is billijk dat de gemeente een retributie vraagt voor werken uitgevoerd voor derden en dit aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een dienst van technische aard bij het bestuur aanvraagt. Tevens aan diegene waartegen een proces-verbaal voor overtreding van wetten, decreten, verordeningen of gemeentelijke reglementen werd opgesteld en die ingevolge deze overtreding aangemaand wordt werken uit te voeren en dit nalaat, en tot slot aan diegene die schade heeft berokkend aan gemeentelijke eigendom.
Artikel 1: Grondslag van de retributie
Voor een periode ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 decelber 2031 wordt een gemeentelijke retributie geheven op het uitvoeren van werken voor derden.
Artikel 2: Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door:
§1. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een dienst van technische aard bij het bestuur aanvraagt.
§2. de natuurlijke persoon of rechtspersoon waartegen een proces-verbaal voor overtreding van wetten, decreten, verordeningen of gemeentelijke reglementen werd opgesteld en die ingevolge deze overtreding aangemaand wordt werken uit te voeren en dit nalaat.
§3. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die schade heeft berokkend aan gemeentelijke eigendom.
Artikel 3: Tarieven
De retributie wordt vastgesteld als volgt:
a) bij uitvoering van de werken door een door het gemeentebestuur aangestelde aannemer: het totaal bedrag van de factuur inclusief BTW;
b) bij uitvoering van de werken door gemeentelijk personeel worden onderstaande tarieven gecumuleerd toegepast:
- personeels- en administratiekost per uur: € 40
- transport naar gemeentelijk depot per km: € 4
- gebruik van vrachtwagen per uur: € 20
- gebruik van personenwagen per uur: € 15
- gebruik van kraanuitrusting per uur: € 20
- materiaal: werkelijke kostprijs vermeerderd met de BTW
c) Voor signalisatiemateriaal :
1. voor het laden, het vervoer en het aanbrengen op de vereiste plaatsen van bepaald signalisatie-materiaal en het wegruimen, het vervoer en het lossen van materiaal na gebruik ter plaatse forfaitair 100 euro
2. per aangebracht bord op de plaatsen waar het nodig is: 2,50 euro
d) Voor het ambtshalve uitvoeren van werken bij niet onderhouden hagen, cfr. artikel 12 van de Gecoördineerde Politieverordening van 15december 2015, worden de tarieven zoals opgesomd hierboven, verhoogd met een forfaitaire retributie van €250.
Artikel 4: Specifiek voor tussenkomst in het kader van signalisatiemateriaal
Als blijkt na de dienstprestatie dat één of meer signalisatieborden gestolen of verdwenen zijn is de aanvrager een forfaitaire onkostenvergoeding verschuldigd van 100 euro per ontbrekend signalisatiebord.
In geval van diefstal, dat de aanvrager kan bewijzen door het voorleggen van een PV van diefstal, opgesteld door de lokale politie van Sint-Genesius-Rode, kan het college van burgemeester en schepenen de hogervermelde vergoeding kwijtschelden.
Artikel 5: Vrijstellingen
De inrichters van manifestaties met een menslievend, cultureel, godsdienstig of patriottisch doel zijn vrijgesteld van de retributie. De inrichters van sportieve activiteiten die op de openbare weg of op het openbaar domein georganiseerd worden en voor zover geen commercieel oogmerk wordt nagestreefd, alsook organisaties in samenwerking met de gemeente, zijn eveneens vrijgesteld.
Artikel 6: Invordering en betaling
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur. De factuur is betaalbaar binnen de dertig dagen. Bij gebreke aan betaling kan het bedrag van de retributie gevorderd worden overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 7: Bekendmaking
Dit retributiereglement treedt in voege op 1 januari 2026, vervangt alle andere reglementen en zal bekendgemaakt worden op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
Om elektrisch rijden te stimuleren en het straatbeeld fraai te houden, is het in de gemeente Sint-Genesius-Rode mogelijk om een kabelgoot voor de laadkabel tijdens het laden van een elektrische wagen aan te leggen. Er worden speciale kabeltegels gelegd, waar precies een laadkabel tussen past. Een laadkabel over het voetpad is gevaarlijk voor de voetgangers en fietsers. Dit is een elegante manier om een laadkabel over de stoep te trekken, zonder dat anderen hier last van hebben.
De gebruiker van de kabelgoot moet voor elke laadbeurt de kabel erin steken en deze er ook uithalen eens het laden gedaan is.
De bewoners kunnen de plaatsing van een kabelgoot door de gemeente aanvragen via een formulier op de officiële website van de gemeente.
Het is billijk een retributie aan te rekenen als de gemeente de kabelgoot aanlegt op aanvraag.
De opbrengsten van deze retributie zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-PR-OW/0200-01/70200000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Om het elektrisch rijden te stimuleren en het straatbeeld fraai te houden is het in de gemeente Sint-Genesius-Rode mogelijk om een kabelgoot voor de laadkabel tijdens het laden van een elektrische wagen aan te leggen. Er worden speciale kabeltegels gelegd, waar precies een laadkabel tussen past. Een laadkabel over het voetpad is gevaarlijk voor de voetgangers en fietsers. Dit is een elegante manier om een laadkabel over de stoep te trekken, zonder dat anderen hier last van hebben. De gebruiker van de kabelgoot moet voor elke laadbeurt de kabel erin steken en deze er ook uithalen eens het laden gedaan is. De bewoners kunnen de plaatsing van een kabelgoot door de gemeente aanvragen via een formulier op de officiële website van de gemeente. Het is billijk een retributie aan te rekenen als de gemeente de kabelgoot aanlegt op aanvraag.
Artikel 1: Grondslag voor de retributie
De gemeente Sint-Genesius-Rode heft een retributie op de aanleg in het voetpad van een kabelgoot bestemd voor een kabel die toelaat een elektrische auto op te laden met elektriciteit, geleverd via een laadpunt aan of bij de eigen woning die niet over een eigen parkeergelegenheid (binnen of buiten) beschikt. De retributie wordt geheven vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2: Tarief
Deze retributie voor het leveren en plaatsen van kabelgoot-tegels bedraagt 400 euro per lopende meter en is verschuldigd door de aanvrager. De retributie is verschuldigd zodra een aanvraag is goedgekeurd.
Artikel 3: Indexatie
Het tarief vermeld in artikel 2 zal jaarlijks per 1 januari aangepast worden volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Die aanpassing gebeurt door de coëfficiënt die wordt verkregen door het indexcijfer van de maand oktober van het jaar dat voorafgaat aan het boekjaar, te delen door het indexcijfer van de maand oktober van het jaar dat voorafgaat aan de inwerkingtreding van dit reglement (basis 2013, CPI 10/2025 = 135,44). Het resultaat met een kommagetal worden afgerond door de hogere euro.
Artikel 4: Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die aanvrager is. De aanvrager die na de aanvraag het onroerend goed vervreemdt waar de laadpaal of wandlader zich bevindt of zich volgens de aanvraag zal bevinden, blijft de retributie verschuldigd.
Artikel 5 Invordering en betaling:
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur zodra de aanvraag werd goedgekeurd. De factuur is betaalbaar binnen de dertig dagen . Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag gevorderd worden overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 6: Bekendmaking
Dit retributiereglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
De opbrengsten van deze retributie zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-PR-RP/0300-00/70034000, ophaling grof vuil aan huis.
Sommige voorwerpen kunnen moeilijk door de inwoners zelf naar het recyclagepark gebracht worden zodat een ophaling door de gemeente op aanvraag wordt georganiseerd. Voor deze ophaling wordt een retributie vastgelegd om enerzijds een deel van de kosten te recupereren en anderzijds een overbodig en/of overdreven gebruik van deze dienst op aanvraag te voorkomen. Tegelijk wordt er gestreefd om het uitvoeren van de terugnameplicht te bevorderen, de nog bruikbare goederen door kringloopcentra te laten ophalen en het gebruik van het recyclagepark aan te moedigen. De gemeente past, overeenkomstig het Vlaamse materialendecreet, het principe toe van de vervuiler betaald.
Artikel 1:Grondslag voor de retributie
Er wordt een gemeentelijke retributie geheven op het de ophaling van grofvuil op afroep voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Onder grof vuil moet worden verstaan de voorwerpen die niet recycleerbaar zijn en niet in een restafvalzak passen omwille van gewicht en/of volume. Metalen, houten meubelen en elektrische apparaten zijn o.a. geen grof vuil.
Artikel 2: Werking
De ophaling gebeurt 4 maal per jaar, op dagen die vooraf aan de bevolking zullen bekend gemaakt worden via de normale kanalen. De ophaling zal gebeuren op speciale aanvraag van inwoners van de gemeente via telefonisch aanvraag gericht aan de milieudienst met gedetailleerd uitleg over wat er zal aangeboden worden. De milieudienst noteert de naam van de aanvrager, het adres en de voorwerpen die worden aangeboden en bevestigt dat deze wel of niet opgehaald kunnen worden, alsook de datum van ophaling. Het is noodzakelijk dat de aanvrager aanwezig is op het moment van de ophaling.
Artikel 3: Tarieven
De retributie voor het ophalen van grof vuil bedraagt 30 euro per begonnen m³. Per ophaling wordt er max. 4m³ grofvuil aan huis opgehaald.
Artikel 4: Invordering en betaling
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur nadat het grofvuil dat voldoet aan de voorwaarden van dit retributiereglement werd opgehaald. De factuur is betaalbaar binnen de dertig dagen. Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag gevorderd worden overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 5: Bekendmaking
Dit retributiereglement treedt in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente.
De gemeenteraad,
Artikel 41 van de Eredienstendecreet bepaalt dat dat binnen de zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, de kerkraad het meerjarenplan vaststelt dat de financiële afspraken tussen de kerkfabriek en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat op 1 januari van het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. De meerjarenplannen worden gecoördineerd en gelijktijdig ingediend bij de gemeenteoverheid, het erkend representatief orgaan en de provinciegouverneur door het centraal kerkbestuur waaronder de kerkfabrieken ressorteren. De meerjarenplannen zijn onderworpen aan het advies van het erkend representatief orgaan en aan de goedkeuring van de gemeenteraad. De gemeenteraad spreekt zich uit over de goedkeuring binnen een termijn van honderd dagen die ingaat op de dag van het inkomen van het advies van het erkend representatief orgaan bij de gemeenteoverheid. Het centraal kerkbestuur heeft via Religiopoint de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Genesius en OLV Oorzaak onzer Blijdschap bij de gemeenteoverheid ingediend.
Het erkend representatief orgaan (Bisdom) heeft het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Genesius dd. 2/10/2025 gunstig geadviseerd en het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek OLV Oorzaak onzer Blijdschap dd. 20/10/2025 gunstig geadviseerd.
De jaarlijkse exploitatie- en/of investeringstoelage aan de kerkfabrieken is voorzien onder het desbetreffende beleidsveld 0790 en de algemene rekening 6494 (exploitatietoelage) en 6640 (investeringstoelage).
De financieel directeur heeft het gecoördineerd mjp 2026-2031 van de beide kerkfabrieken nagekeken en stelden geen onregelmatigheden vast.
Voor het kerkgebouw de OLV oorzaak onzer Blijdschap kerkfabriek werden volgende instandhoudingswerken voorzien in 2026 algemene herstelling van het dak, vervanging van dakpannen en zinken aansluitingen / 2027 opmaak asbestinventarisatie + scheiding van afval- en regenwaterafvoer / 2028 vervanging loden waterleiding stooklokaal / 2029 vervanging kasten sacristie aangetast door houtwormkever / 2030 herstelling verzakking vloertegels / 2031 herschilderen buitenschrijnwerk. Voor het kerkgebouw van de Sint-Genesius kerkfabriek werden volgende instandhoudingswerken voorzien in 2026 voorzien van camerabewaking, toegangscontrole en volautomatisch deuraandrijving centrale deur kerk / 2027 herstellen en herschilderen van de centrale toegangsdeur en het kerkportaal / 2028 toegankelijkheid van de kerktoren verbeteren door plaatsen van metalen ladder / 2029 vervanging/herstelling ramen kant sacristie en plein / 2030 opvolging van de scheuren in de gewelven en ruimen van afval.
Artikel 1: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Genesius en de kerkfabriek OLV Oorzaak Onzer Blijdschap worden zonder voorbehoud goedgekeurd.
Artikel 2: In het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente worden de volgende exploitatietoelagen voorzien:
2026 2027 2028 2029 2030 2031
Sint-Genesius 46.226,92 35.749,36 36.951,41 38.165,24 39.283,92 40.540,29
O.L.V. Oorzaak 0 20.404,10 18.804,83 19.792,45 20.292,26 21.304,55
Artikel 3: In het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente worden de volgende investeringstoelagen voorzien:
Investeringstoelage 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Sint-Genesius 8.826 19.996 19.806 11.006 9.832 0
OLV Oorzaak 43.000 38.280 8.370 13.450 18.540 23.630
De gemeenteraad,
Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur gedurende de komende zes jaar (2026-2031). Het geeft een overzicht van de verwachte ontvangsten en uitgaven en van de financiële toestand die daaruit volgt. Het meerjarenplan bestaat uit de strategische nota, de financiële nota, een toelichting en de documentatie.
Artikel 1: De gemeenteraad stelt haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast en stelt het geconsolideerde meerjarenplan vast nadat de raad voor maatschappelijk welzijn haar deel heeft vastgesteld dd. 15/12/2025.
Artikel 2: De gemeenteraad stelt de bijlagen bij dit besluit bestaande uit de strategische nota, de financiële nota, de toelichting en de documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031 vast.
Artikel 3: Het meerjarenplan 2026-2031 zal binnen de 10 dagen na de vaststelling worden gepubliceerd op de web toepassing van de gemeente met vermelding van de publicatiedatum en zal op de dag van de publicatie ook gemeld worden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur via het loket voor lokale besturen.
De gemeenteraad,
In bijlage van dit agendapunt een uitgebreide toelichting over:
Als dienst vrije tijd adviseren wij:
Artikel 1: De gemeenteraad gaat akkoord met de vernieuwde werking Sportregio ZuidWest.
Artikel 2: De gemeenteraad gaat akkoord met een jaarlijks lidgeld van 0,30 euro/inwoner per jaar voor de uitbouw van een structurele werking en het aanstellen van een 0.5 VTE Deskundige Sport (B1-B3) voor de ILV sportregio ZuidWest. Voorwaarde is dat alle betrokken gemeenten instappen in de vernieuwde werking Sportregio ZuidWest.
Artikel 3: De gemeente Sint-Genesius-Rode voorziet de komende legislatuur 2026-2031 in voldoende financiële middelen in de gemeentebegroting mits de strategische doelstellingen rond sportinfrastructuur en professionalisering van de sportsector prioritair in de dagelijkse werking van de sportregio voorzien wordt.
De gemeenteraad,
De afspraken die gelden voor de speelzones werden tot op heden nog niet vastgelegd in een politiereglement.
Dit impliceert dat de handhaafbaarheid ervan erg beperkt is.
Op sommige plekken en momenten worden speelzones gebruikt door doelgroepen die buiten de scope van de speelzone vallen met overlast of beschadiging als gevolg.
Door de essentiële afspraken vast te leggen in een helder politiereglement, beschikt de politie over handgrepen om desgevallend kordaat de naleving van de afspraken af te dwingen.
De bedoeling is dat dit reglement ook wordt overgenomen in Linkebeek en Drogenbos zodat binnen de politiezone overal dezelfde afspraken gelden.
Het reglement werd opgesteld in nauw overleg met de politie en met de dienst vrije tijd.
Decreet lokaal bestuur
Enig artikel: De gemeenteraad stemt in het ontwerpreglement in bijlage
De gemeenteraad,
Enig artikel: de raad neemt kennis van de volgende variapunten en mededelingen:
- Parking Fonteynstraat
- Kleuterschool Wauterbos
- kerkhof - paadje strooiweide
-
De voorzitter sluit de zitting op 22/12/2025 om 09:40.
Namens gemeenteraad,
Jan Buysse
algemeen directeur
Anne Sobrie
gemeenteraadslid-voorzitter