De gemeenteraad,
Dankzij het ‘Flankerend Onderwijsbeleid’ kunnen steden en gemeenten - binnen hun budgettaire mogelijkheden - een beleid voeren waarmee ze alle kinderen bereiken die op hun grondgebied schoollopen. Flankerend onderwijsbeleid wordt gedefinieerd als het geheel van acties van een lokaal bestuur om, vertrekkend vanuit de lokale situatie en aanvullend bij het Vlaamse onderwijsbeleid, een onderwijsbeleid te ontwikkelen in samenwerking met de lokale actoren.
De roots van het flankerend onderwijsbeleid en de sociale voordelen liggen in het Schoolpact van 1958. Het doel ervan was om de gemeenten te hoeden voor bovenmatige financiële ondersteuning van andere schoolbesturen. In tweede instantie bedwong het ook de concurrentiestrijd tussen scholen en/of besturen op een aantal vlakken. Sinds 2007 geldt in de Vlaamse Gemeenschap het ‘decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau’. De aanvankelijke doelen blijven overeind maar het decreet flankerend onderwijsbeleid legt, bijkomend, ook sterk de focus op gelijke onderwijskansen.
Het decreet bestaat uit twee onderdelen: de sociale voordelen en de andere voordelen.
De sociale voordelen hebben een verplichtend karakter. Zodra een gemeente beslist een sociaal voordeel toe te kennen is zij verplicht dit toe te kennen aan al de scholen binnen de gemeente. Deze verplichting geldt zowel als zij zelf inrichter is van onderwijs, dan niet. De gemeente legt wel de modaliteiten vast en de scholen van de andere netten die deze voordelen wensen, moeten zich aan deze modaliteiten houden. Scholen die sociale voordelen wensen moeten deze uitdrukkelijk vragen en moeten zich houden aan de voorziene toezichts- en verantwoordingsmaatregelen. Bijzonder is dat de gemeente de sociale voordelen kan beperken tot een bepaalde categorie en soort van onderwijs.
- In het Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepalingen van de begrippen gezondheidstoezicht en sociale voordelen van 24 juli 1991 legt de Vlaamse overheid de voorwaarden hiervoor vast;
- De omzendbrief van 25 juli 1991 van Departement Onderwijs & Vorming Vlaanderen betreffende ‘Gezondheidstoezicht en sociale voordelen vanaf het schooljaar 1991-1992’;
- Het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau van 30 november 2007;
- De beslissing van de gemeenteraad d.d. 19 december 1991 betreffende sociale voordelen onderwijs - vaststelling reglement;
- De beslissing van de gemeenteraad d.d. 23 april 1994 betreffende sociale voordelen onderwijs - aanpassing reglement dd 19/12/1991;
- Besluit van het College van Burgemeester en Schepenen i.v.m. de voorwaarden en de omvang van de financiering van de sociale voordelen dd 11/05/2023.
Het huidige reglement sociale voordelen ligt vast sinds 1991 met aanpassing in 1994. Voorgesteld wordt dit reglement te herzien en te versimpelen.
Gehoord het voorstel van amendement zoals geformuleerd door de voorzitter om in artikel 3 te verduidelijken dat bij het toezicht van de kleuters 's avonds minstens 2 toezichters worden voorzien tot 17u15.
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Artikel 1: De beslissingen van de Gemeenteraad d.d. 19 december 1991 en 23 april 1994 betreffende de sociale voordelen onderwijs- vaststelling reglement worden op 31 augustus 2023 opgeheven.
Artikel 2: Het lokaal bestuur voorziet voor de volgende vrije kleuter- en lagere scholen op zijn grondgebied een financiële tussenkomst voor de aan de leerlingen verleende sociale voordelen:
- Onze-Lieve-Vrouwinstituut, Kloosterweg, 1
- Ecole Notre-Dame, Eikenlaan 13
- School De Hoek, Gehuchtstraat 179.
Artikel 3: Volgende schijven zijn van toepassing voor de periodes van toezicht:
- Lagere school: 70 leerlingen
- Kleuterschool: 35 leerlingen
Dit geldt per afzonderlijke bewakingsruimte, ingeval de kleuters en de leerlingen van de lagere school in verschillende gebouwen of speelplaatsen zijn ondergebracht.
Iedere school heeft minstens recht op één toezichter ongeacht het aantal leerlingen.
Een extra toezichter wordt voorzien wanneer een volledige schijf overschreden wordt.
Bij het toezicht van de kleuters worden 's avonds minstens 2 toezichters tot 17u15 voorzien.
Voor kleuterscholen gebeurt de berekening van het sociaal voordeel op basis van het aantal leerlingen van de meest recente teldag op 1 februari.
Artikel 4: Het ochtend- en avondtoezicht wordt als sociaal voordeel beschouwd. De norm voor de berekening van de gemeentelijke tussenkomst is maximum 4u/dag. De vergoeding wordt evenwel beperkt tot het door de vrije scholen werkelijk ingericht toezicht.
De ‘normale aanwezigheid van de leerlingen’ begint een kwartier voor het belsignaal tot een kwartier na het belsignaal. Dit geldt zowel voor het voormiddagblok als voor het namiddagblok. Binnen deze periode vallen de leerlingen onder de hoede van de school. Ochtend- en avondtoezicht is elke vorm van toezicht die voor of na deze normale aanwezigheid georganiseerd wordt. Dit toezicht behoort niet tot het takenpakket van de school en haar personeel. De school ontvangt daar ook geen werkingsmiddelen of omkadering voor. Het ochtend- en avondtoezicht is een extra dienstverlening die het schoolbestuur aanbiedt en waarvoor het in principe ook alle organisatorische en administratieve verantwoordelijkheden op zich neemt. Het bestuur kan die verantwoordelijkheden ook delegeren aan de directeur of aan een derde.
Artikel 5: Het middagtoezicht betreft zowel middag- als middagmaaltoezicht gedurende maximaal één uur op volledige schooldagen. Net zoals het ochtend- en avondtoezicht is dit een dienstverlening waar het schoolbestuur organisatorisch verantwoordelijk voor is, maar het mag dit delegeren aan de directeur of aan een derde. Woensdagmiddagtoezicht blijft buiten de scope van sociale voordelen. De vergoeding wordt evenwel beperkt tot het door de vrije scholen werkelijk ingericht toezicht. De ‘normale aanwezigheid van de leerlingen’ begint een kwartier voor het belsignaal en eindigt een kwartier na het belsignaal.
Artikel 6: Het toezicht dient door de scholen gratis ter beschikking gesteld te worden aan de ouders van de leerlingen. Indien de scholen andere diensten aan de ouders van de leerlingen factureren, dan gebeurt dit volledig transparant. De sociale voordelen zoals toegekend door het Lokaal Bestuur kunnen onder geen enkele vorm gefactureerd worden aan de ouders van de leerlingen.
Artikel 7: De voorwaarden en de omvang van de financiering van de sociale voordelen werd vastgelegd in het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen ivm de sociale voordelen dd 11/05/2023.
Artikel 8 : Dit reglement over de sociale voordelen in het onderwijs treedt in werking op 1 september 2023.