De gemeenteraad,
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening bj/GGBB-IZ-FI/0020-00/73730000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN, ontbreken van parkeerplaatsen.
De realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein doet soms afbreuk aan de goede ruimtelijke ordening. Vaak gaan hierdoor ook parkeerplaatsen op openbaar domein (de parkeerplaats moet worden ontsloten) verloren en komt het niet altijd de veiligheid van de zwakke weggebruiker ten goede. Daarnaast zien we een evolutie in het ruimtelijk beleid waarbij, vooral bij centrumlocaties, men veeleer gebundeld en op wandelafstand van de woning parkeren gaat organiseren. Men onttrekt parkeren daarmee aan het verwarmd volume van de woning en kan de voor parking nodige verharding koppelen aan infiltratievoorzieningen. Op die manier ontstaat er een meer duurzaam ruimtegebruik. Het is niet verantwoord om deze kost af te wentelen op de gemeenschap wanneer het genot grotendeels bij private ontwikkelaars terecht komt. Om een kwalitatieve publieke ruimte met parkeerplaatsen te kunnen blijven realiseren worden de ontwikkelaars geresponsabiliseerd om ook zelf voldoende parkeerplaatsten te voorzien in hun project.
Artikel 1: Belastbaar feit
In toepassing van de gemeentelijke bouwverordening “Parkeren” wordt een gemeentebelasting gevestigd op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen bij het verlenen van vergunningen in toepassing van de Stedenbouwwetgeving.
De belasting wordt vastgesteld op basis van normen vervat in de door de Gemeenteraad op 1 april 1999 goedgekeurde gemeentelijke bouwverordening “Parkeren” dewelke toegepast worden bij het verlenen van de vergunningen vermeld in artikel 1. Zij gelden zowel voor nieuwbouw en verbouwingen, als voor het gebruiken van bestaande gebouwen en van onbebouwde percelen
Artikel 2: Belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder van de vergunning die één of meer der conform deze normen verplichte parkeerplaatsen, niet kan aanleggen. De afgeleverde vergunning vermeldt uitdrukkelijk het aantal ontbrekende parkeerplaatsen en maakt tevens gewag van de hiervoor verschuldigde gemeentebelasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op €25.000 per ontbrekende parkeerplaats behalve voor de hierna volgende uitzonderingen:
1) Voor eengezinswoningen zonder nevenfunctie op een perceel van minder dan 250 m2 is een tarief van 2.500 euro per ontbrekende parkeerplaats van toepassing.
2) Voor eengezinswoningen zonder nevenfunctie met een perceelsbreedte ter hoogte van de straat van minder dan 9m is een tarief van 2.500 euro per ontbrekende parkeerplaats van toepassing.
Artikel 5:Invordering
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen hij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.